In 2026 gaat Etcetera cosmopolitan, want de wereld is altijd groter dan we denken. Vier internationale correspondenten berichten dit jaar voor ons over hun lokale theaterscène. Eerst aan de beurt: Michael Disanka, uit Mbanza-Ngungu in Congo.

Waar vandaag nog theatermaken in Congo? Nu steeds meer culturele privé-initiatieven de deuren sluiten, wordt die vraag steeds moeilijker. Maar voor Michael Disanka is het een daad van verzet om niet te verhuizen naar het buitenland en als Congolese kunstenaar een exportproduct te worden, zo schrijft hij in zijn eerste column. In Mbanza-Ngungu, de stad van zijn kindertijd, richtte hij zijn eigen artistieke broedplaats op, een plek waar hij en zijn collega-kunstenaars ‘nieuwe beelden’ over zichzelf willen ontwikkelen en ‘ons zelfrespect terugwinnen’.

Ik heb me altijd afgevraagd waar al die plekken gebleven zijn waar ik, nog in de kiem, mijn droom als theatermaker ging voeden: KMU Theater, Les Béjarts, Guez Arena, Espace Lingala Facile, …?

Op 8 januari 2024 sloot het Cultureel Centrum Aw’Art haar deuren wegens een gebrek aan middelen. Het was een centrum dat tal van multidisciplinaire projecten heeft onthaald en begeleid, en waar woordkunst, meer bepaald theater, een prominente plaats kreeg binnen de programmatie. Ik heb er momenten van pure poëzie beleefd met kunstenaars als Céline Banza, Fred Kabeya, dichters als Do Nsoseme, Peter Komondua, Geurshom Gobouang aka Guer2mo, en vele anderen. De sluiting betekende niet alleen het abrupt einde van een beweging die met veel moeite was opgebouwd, maar paste ook in de lange lijst van culturele plekken – vaak privé-initiatieven – die zich jaar na jaar genoodzaakt zagen te sluiten. Wat het antwoord op de vraag van jonge alumni van het Nationaal Kunstinstituut Kinshasa, die ik de eer had het afgelopen jaar te ontmoeten, des te moeilijker maakt: waar vandaag in Congo nog theater maken?

Ik ben altijd een aanhanger geweest van een vrij en totaal theater, dat loskomt van bestaande kaders en koloniale paden, een theater dat niet burgerlijk is, waar de theatrale daad op zich niet verstijft, een theater dat nieuwe levenskrachten aanboort en op de podia van de wereld andere manieren van zijn en van menselijke schepping doet opleven. Een theater dat zich noch opsluit in een institutioneel kader noch haar functie en die van kunst in het algemeen in dienst van politiek stelt, maar daarentegen de mens in al zijn dimensies, moreel, lichamelijk, psychisch en spiritueel, in vraag stelt, om hem op die manier bewust te maken van zijn eigen menselijkheid. Een theater dat een houding van dankbaarheid en ontvankelijkheid aanneemt, van aanvaarding en van diep respect voor de menselijkheid van de ander, een intens bewustzijn dat ieder individu slechts lid is van de menselijke familie. De radicale keuze om daar ook naar te handelen, zorg te dragen voor elkaar, moedig te leven en moedig te sterven.

Gedurende vijftien jaar heb ik theater gemaakt buiten de gebruikelijke kringen, net om in dialoog te kunnen gaan met die kringen, zowel nationaal als internationaal, in wat wij “de theaterwereld” noemen. Dat alles met de ambitie om betekenis te geven aan een Congolese samenleving in verandering en om onze menselijkheid te koesteren, zodat nieuwe perspectieven zichtbaar worden.

Ik ben geboren in Kinshasa, de stad van waaruit ik tot 2022 als theatermaker gewerkt heb. Voor mij was de stad het centrum van de wereld, van mijn wereld. Tot de komst van covid en het reisverbod, dat ons gezelschap gedurende twee jaar trof, en de ziekte en lange lijdensweg van mijn moeder, die allemaal onuitwisbare sporen hebben achtergelaten in mijn artistieke en dagelijkse universum. Sindsdien is mijn centrum beweeglijk, het verschuift met mij mee (vandaar de behoefte aan een stabiele plek waar ik om vijf uur ‘s ochtends kan opstaan en theater kan maken). Vanaf dat moment werden mijn creaties een taal om de nieuwe generatie theatermakers die in Congo opkomt – zoals Divine Mande Kiss, Aaron Lukamba, Précieuse Lumengo, Charon Nimi, Patrick Yenga, Shekinah Biselela, Joël Vuningoma, Israël Nzila en vele anderen – in toe te spreken om te zeggen dat theater hier een plek van opstand is: durven theater maken in Congo heeft hen tot opstandelingen gemaakt.

In opstand komen betekent de mogelijkheden zien die in het tekort schuilen, je ontwikkelen vanuit wat nog niet bestaat, je eigen noden ontdekken en invullen, de complexiteit in de war brengen, de moeilijkheid omarmen die het vraagt om je keuzes tentoon te stellen, ook al zijn ze door gebrek aan middelen beïnvloed, zonder verraad aan een esthetisch ideaal. Altijd via een omweg, zoals Dido zou zeggen, kom je tot het volledige vermogen van je eigen expressie. In opstand komen betekent je eigen project zijn en blijven.

In opstand komen betekent ontwikkeling vanuit een zelf, de blik van de mensen loslaten, bepaalde andere dingen loslaten, je nooit laten verleiden tot conformisme, nooit zeggen dat je nog dit of dat nodig hebt, want je kunt niet altijd alles hebben. Het moment is vluchtig, het is een ontsnapping in de tijd die je zou moeten grijpen, terwijl datgene wat vaststaat, blijft. Daarom is het van groot belang je tijd te laten gelden door verkwikkende, voortdurend vruchtbare theatrale daden te stellen, op de meest menselijke plaats van jezelf. Want wat diep waar is voor één mens, zal dat ook zijn in de ontmoeting met andere wezens van zijn soort.

Hoe blijven we echter onszelf ondanks ontmoetingen die onze twijfels voeden en onze donkere verlangens weerkaatsen? Misschien zou je ervoor moeten zorgen nooit te veranderen in een spiegel waarin iemand zijn frustraties, mislukkingen, vooroordelen of vertekende kennis kan projecteren, zodat je niet gevangen raakt in de droom van een ander. De opstand is de enige weg die, toegepast op jezelf en op je eigen uitvoering, het toelaat om, door bewuste keuzes, oude ideeën los te laten en tegelijk de traditie te behouden. Op die manier blijft de essentie van je diepste daad bewaard, ontspruitend vanuit de plek waar theater nieuwe betekenissen aandraagt, zonder fundamenten uit te breken.

In opstand komen is afstand nemen van instructies, loskomen van een overmatig feitelijke weergave die praktijken berooft van hun essentie, zodat je niet slaafs vervalt in blinde imitatie. Het betekent jezelf herontdekken, elke dag een beetje meer je eigen leerling en je eigen meester worden, leren uit je fouten en het pad van vruchtbaar theater bewandelen, theater dat de maker of maakster zelf bewust maakt.

In opstand komen betekent je niet laten misleiden door de moraalridders die je willen doen geloven dat “jij het niet bent” of “jij het niet kan”, alsof er een andere jij in jou zou bestaan die het tegengestelde is van alles waar jij in gelooft, ergens in een omgekeerde ruimte, ver weg van wie je in wezen bent.

In opstand komen betekent voor mij koste wat het kost elk ballingschap vermijden door in beweging te blijven. Het betekent houvast vinden zodat je je beter kan verplaatsen. Het betekent voor mij de weg terugvinden naar Mbanza-Ngungu, de stad van mijn kindertijd, het diepe Congo doordringen. In opstand komen betekent het verwerpen van de traditie die van de Congolese kunstenaar een exportproduct maakt, en hem dwingt tot vertrek.

De opstand is dat open raam naar de wereld vanuit Mbanza-Ngungu, van waaruit D’ART-D’ART LE LIEU ontstaan is: een huis voor artistieke opleiding, een werkruimte voor het gezelschap en collectief d’Art-d’Art (momenteel geleid door de Congolese actrice, theatermaakster en auteur Christiana Tabaro), dat openstaat voor kunstenaars van allerlei disciplines. Het is een plek waar hedendaagse artistieke praktijken toegankelijk worden gemaakt. Het is een fysieke en mentale ruimte, een broedplaats voor makers, een atelier waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten om hun project te ontwikkelen en hun artistieke visie te bekrachtigen.

De opstand is de plek die zich aandient als leraar en experiment in de context van een veeleisende artistieke wereld, de plek waar de autonomie van jonge kunstenaars gestimuleerd wordt door de ontwikkeling van hun creatieve capaciteiten, zodat ze betekenis kunnen toevoegen aan de menselijkheid van de bewoners van Mpete (waar deze plek elke dag een beetje meer verrijst) en van het gebied van Mbanza-Ngungu in het bijzonder, en bij uitbreiding van de mensen in Congo, in Afrika en in de wereld in het algemeen. Een plek die openstaat voor alle vormen van artistieke expressie, waar de rijping van nieuwe verhalen mogelijk wordt, zodat de verscheurde menselijkheid hersteld kan worden en een collectief geheugen gereconstrueerd kan worden. Een plek waar wij nieuwe beelden over onszelf ontwikkelen en ons zelfrespect terugwinnen, waar de mens uit het zuiden, noorden, oosten en westen opnieuw de volle lading menselijkheid krijgt.

Ik weet niet of mijn opstand een adequaat antwoord is op de vraag van mijn jongere broers en zussen, studenten drama aan het Nationaal Kunstinstituut van Kinshasa. Ik denk niet dat dit de enige weg is richting een stralende toekomst voor theater in de Democratische Republiek Congo, het is slechts een van vele voorstellen om door te gaan met theater maken in Congo. Nu is de vraag: welk theater?

Michael Disanka

Mbanza-Ngungu, 2 januari 2026