2026-2

In mei rolde Het raadsel van de anderen van de persen. De schrijvende en dichtende Nederbelg Benno Barnard is in staat om op een haast magische manier een – op het eerste gezicht klassiek – dagboek te transformeren in iets dat veel meer wordt en veel verder reikt. Wij ontmoetten de auteur in een Brussels café voor een gesprek over literatuur, geloof en narcisme.

Foto van Benno Barnard

Het raadsel van de anderen mag beschouwd worden als een vervolg op Afscheid van de handkus uit 2023. Toch kan dit pas verschenen werk, dat literair bewerkte dagboeknotities van februari 2022 tot november 2024 omvat en afsluit met passende gedichten, ook perfect op zichzelf worden gelezen.

Aangevangen wordt in het boek met een citaat van de Frans-Joodse romanschrijver Emmanuel Bove: “Het is nergens goed voor om je dierbaren te begrijpen. Het diepste begrip voegt niets toe aan de liefde.” Het staat er niet toevallig. De anderen blijven steeds een raadsel voor Barnard. “Het is al moeilijk genoeg jezelf enigszins te snappen. Mijn vrouw en zoon zien facetten van mij die ik bij mezelf niet eens opmerk en wij twee kunnen hier honderden uren zitten praten in dit café, over onze intiemste gevoelens, en dan nog kunnen wij maar een facet van elkaar leren kennen. Ik vind het in zekere zin een eerbetoon aan de ander, dat je die niet volledig kunt kennen.” Het is een thematiek die meermaals terug zal keren in het nieuwe boek. Het niet-kennen van de Ander is geen obstakel, maar juist een voorwaarde, die de verveling verdrijft en de mythe oproept.

“Ik vind het in zekere zin een eerbetoon aan de ander, dat je die niet volledig kunt kennen”

Benno Barnard

Herontdekken van het geloof

Het christendom speelt een belangrijke rol in leven en oeuvre van de Nederlander, die opgroeide als telg van de bekende dominee-dichter Willem Barnard en zelf ook een paar jaar protestantse theologie studeerde in Brussel, naast Engels in Plymouth. Het ondoorgrondelijke van de ander wordt door Barnard dan ook verbonden met het niet-kenbare aspect van God. Het is het verhaal, de mythe, die het geloof – en misschien bij uitbreiding zelfs de hele Europese cultuur – levend moet houden. Barnard, al jaren in het Verenigd Koninkrijk wonend en wekelijks bezoeker van de anglicaanse eredienst, herontdekte destijds het belang van de geloofsbeleving toen zijn zoon Christopher werd geboren. “Ik ervoer die geboorte als een kanteling van het heelal. Niets aan te doen. Ik werd zelf als het ware herboren als Europeaan. Dus sindsdien woon ik vrijwel elke zondag de kerkdienst bij. Tijdens zo’n gewoonlijk slappe preek zit ik dan in mijn kop met Nietzsche en Jezus te debatteren, heel gezellig.”

In 2016 verloor de schrijver zijn dochter Anna bij een verkeersongeval. Deze tragische gebeurtenis heeft Barnards visie op het geloof c.q. christendom niet wezenlijk veranderd. “Mensen hebben daar twee mogelijke reacties op: ‘Heb je troost van het geloof?’ Maar zo simpel werkt dat natuurlijk niet. Of het omgekeerde: ‘Heb je dan niet de reactie om alles van het geloof te verwerpen?’ Dat laatste vind ik een hoogst merkwaardige gedachte, alsof ik er niet van op de hoogte was dat er mensen in het verkeer omkomen. De hele Bijbel is gebaseerd op het lijden, van Job tot Jezus. In feite kun je beargumenteren dat het oergeloof gebaard is door verschrikkingen. De redenering dat God bestaat als je de loterij wint, en dat God ophoudt te bestaan als je alles verliest ..., dat is de zogenaamde esthetische religie, de mooigeloverij, waartegen Kierkegaard zich zo hevig verzette.”

In Het raadsel van de anderen komen talloze passages voorbij waarin Benno Barnard uiterst liefdevol schrijft over zijn gezin. De dood van zijn dochter beschouwt hij als het gat in het midden van zijn leven, waaromheen al het overige zich voltrekt. “Alles wat ik sinds 2016 schrijf, is een poging om haar bestaan, in restauratieve zin, in stand te houden en is ook bedoeld als een ode. Niet toevallig culmineert het boek in gedichten over haar.” Het mythische aspect keert dus niet alleen terug in de literatuur, maar ook in het echte leven van Barnard. Zijn zoon leerde via dochter Anna zijn latere vrouw kennen. “In de kerstvakantie van 2016 stierf Anna en dat katapulteerde mijn zoon en zijn vriendinnetje samen de volwassenheid in. Zo werden ze man en vrouw. En onvermijdelijk verving mijn schoondochter in zekere zin mijn dochter. Dat donkere kind stierf, dat blonde kind verscheen, als was de een door de ander gezonden.”

Ironie van Reve boven cynisme van Hermans

In het pas verschenen boek voert Barnard op een bepaald ogenblik een denkbeeldig gesprek met de Oekraïense president Zelensky. In deze dialoog verklaart Barnard dat hij niet van het cynisme van Willem Frederik Hermans houdt. Van de zogeheten Grote Drie blijven dan nog Gerard Reve en Harry Mulisch over. “Als ik moet kiezen, dan Reve. Met Mulisch heb ik ook wel iets. Jeroen Brouwers heeft ooit in een stuk over mij geschreven dat ik in de geest van Mulisch een mythebouwer ben. Qua genre: Reve schreef niet echt romans, ik schrijf niet echt dagboeken. Bij Reve weet je nooit wanneer hij het meent of niet en datzelfde geldt voor mij. Mijn vrouw heeft een financieel adviseur. Geld interesseert mij totaal niet, ik ben enkel goed in het uitgeven ervan – ook een cliché natuurlijk, dat van de bohemien. Die financieel adviseur moet soms dingen weten en ik maak dan altijd grappen. Die adviseur raakte helemaal in de war toen ik zei: ‘Ik meen nooit iets als we over geld praten’. Sommige mensen vinden die ironie vervelend, maar dat is toch wel heel erg Reve, hoewel mijn stijl volstrekt niet Reviaans is.”

“Het is dus de bedoeling dat je mijn dagboeken leest zoals je, in zekere zin, een roman leest”

Benno Barnard

Het fascinerende aan de dagboeken van Benno Barnard is dat hij in staat blijkt om autobiografische anekdotes om te vormen tot een literair werk. Er vindt als het ware een soort magische transformatie plaats. “Wij leiden een burgerlijk bestaan – waar overigens niks mis mee is. De vraag is dan: wat doe je daar vervolgens mee als je dat leven gebruikt als materiaal? Dan transcendeer of dan transsubstantieer je het. Je maakt er iets anders van. De mensen in het boek zijn personages, want de bedoeling is dat het literatuur wordt, het moet interessant zijn om te lezen. ‘Echte’ dagboeken van beroemdheden zijn vaak heel saai, juist omdat ze gewoon een dagboek zijn. Ik heb altijd dagboeken bijgehouden met de bedoeling om goede zinnen te schrijven. Het ging mij er niet om dat andere mensen ooit zouden weten dat ik op 3 september 1972 ruzie had met een leraar, of zoiets. De stijl en de vorm primeert bij mij, mijn gedachten zijn een schepping van de taal. Het is dus de bedoeling dat je mijn dagboeken leest zoals je, in zekere zin, een roman leest.”

Tegen de therapie en ego op het altaar

Spannende en ontroerende momenten worden in Het raadsel van de anderen afgewisseld met cultureel-literaire uitweidingen – van Klaus en Thomas Mann tot Joseph Roth – terwijl andere passages overgoten worden met een scheut ironie (tot de beschrijving van een anaal onderzoek aan toe). Ook maatschappelijke verzuchtingen komen somtijds voorbij. Zo ergert Barnard zich in zijn dagboek aan het narcisme dat zo welig tiert in onze tijd. Vanwaar toch dat narcisme? “Sociale media en de likes zijn een symptoom, de smartphone is een symptoom, maar het gaat veel dieper. Neem nu allerlei therapieën, waarbij je jezelf tot een project maakt en het ego op een altaar zet. Het heeft natuurlijk alles te maken met het verlies van de overkoepelende mythe. Als die mythe er niet meer is, heb je iets plaatsvervangends nodig en dan verschrompelt de zin van de wereld tot je ego.”

“Wat is dat voor een belachelijk idee dat ik mijn verdriet kwijt zou willen bij een professionele rouwverwerker?”

Benno Barnard

De bekende psychiater Dirk de Wachter stelde eens vast dat het overgrote deel van de vragen waar mensen vandaag mee naar de therapeut gaan, vroeger werden beantwoord door de priester of dominee. Een analyse die Barnard kan delen. “Ik schreef al eerder in mijn vorige boek, Afscheid van de handkus, dat de kerk gratis is en de praktijkruimte er aanzienlijk smaakvoller is ingericht dan bij de psycholoog. Ik ervaar de kerk niet per se als therapie, maar het repetitieve karakter van rituelen is buitengewoon troostrijk. Het narcisme in al zijn vormen lijkt bedoeld om het verdriet zo veel mogelijk uit te bannen. Een volkomen foute benadering. Toen Anna was gestorven, gaf iemand ons adressen om met een therapeut te gaan praten. Ik heb dat papier onmiddellijk in de prullenbak gegooid. Blijf van mijn verdriet af, oen. Wat is dat voor een belachelijk idee dat ik mijn verdriet kwijt zou willen bij een professionele rouwverwerker? Ik wil mijn verdriet juist intact houden, dat is mijn manier om Anna te eren. Als ik geen verdriet meer heb, dan eer ik haar niet meer. Waarom zou je Goede Vrijdag en Pasen vieren als verdriet er niet toe deed?”

Hoewel Barnard zichzelf geen geëngageerd schrijver wil noemen, trekt hij zo nu en dan nog van leer tegen wat hij beschouwt als hysterie en geklets. Veel van wat in de media komt, beschouwt hij als afstompend. Een recent voorbeeld hiervan was een opiniestuk van feministe Lotte Houwink ten Cate. Zij stelde dat het gezin de heilige graal van uiterst rechts is en een integraal onderdeel van het kapitalisme en het patriarchaat vormt. “Ik veracht dat. Niet die Lotte als zodanig, maar wel dat soort denken, voorgekauwd aan een of andere faculteit genderstudies of weet ik veel. Dat denken is buitengewoon clichématig. Er zit geen vonk originaliteit bij, niets van wat Lotte zegt, heeft ze zelf bedacht. Het is activistisch, absolutistisch gedogmatiseer … Ze zegt dus dat mijn vrouw en ik fascisten zijn omdat wij in het gezin geloven. Is ze niet goed lekker? En dat citaat kwetste mij des te meer, omdat mijn geadopteerde dochter zo wanhopig hunkerde naar een gezin.”

De staat van de Nederlandse taal

In zijn jongste boek beschrijft Barnard onder andere een komische aanvaring met een Engelse jongen die ontzettend slecht de Engelse taal hanteert. Over de staat van het Nederlands blijkt de koning van de aforismen tijdens onze ontmoeting dan weer genuanceerder te denken. “Klagen dat de beschaving ten einde loopt, klagen dat alles voorbij is, Flaubert maakte daar al grappen over in Le dictionaire des idées reçues. Bepaalde dingen zijn natuurlijk objectief anders door de digitale revolutie, maar dat is een specifiek onderwerp. Misschien dat ik tien jaar geleden nog dacht: ‘Zou mijn generatie nu echt de laatste zijn die de Europese beschaving doorgeeft?’, maar toen was mijn zoon nog een kind. Inmiddels is mijn zoon volwassen, hij speelt een belangrijke rol in de ecomodernistische beweging in Amerika, en dankzij hem en zijn vrouw ken ik veel jonge mensen die ik fantastisch vind. Er zijn niet minder verstandige, lezende, intelligente, geïnteresseerde jonge mensen dan toen ik die leeftijd had. Leve Gen Z. Althans die vertegenwoordigers van Gen Z.”

“Wat het Nederlands betreft: het accentverschil zorgt voor een lichte vervreemding, maar dat is juist verrijkend, zolang je maar erkent dat het één taal is en je elkaar blijft lezen”

Benno Barnard

Blijft dan de vraag of de Vlaamse variant van het Nederlands en de meer noordelijke variant verder uit elkaar groeien. “Dat zeiden ze al toen ik in de jaren zeventig in België kwam wonen. De twee varianten lijken nog steeds veel sterker op elkaar, zeker in geschreven vorm, dan het Brits en Amerikaans Engels. Ik ben nu John Steinbeck [Amerikaans auteur en winnaar Nobelprijs Literatuur in 1962, L.U.] aan het lezen. Ik kom op iedere pagina wel een woord of uitdrukking tegen dat of die ik niet ken en tot mijn grote opluchting is mijn Amerikaanse vrouw zo lief dat woord dan ook niet te kennen. En Van Dale weet het evenmin. Dan moet ik op het internet gaan zoeken. Omgekeerd gebruik ik Britse uitdrukkingen waarbij men mij in de Verenigde Staten heel raar aankijkt. Wat het Nederlands betreft: het accentverschil zorgt voor een lichte vervreemding, maar dat is juist verrijkend, zolang je maar erkent dat het één taal is en je elkaar blijft lezen.”


Benno Barnard,
Het raadsel van de anderen,
Atlas Contact, Amsterdam, 2026,
ISBN 978 90 254 7855 1,
448 pp.


Foto van de omslag Het raadsel van de anderen van Benno Barnard

Lawrence Urbain is o.a. master Internationale Betrekkingen en Diplomatie, en master Protestantse Theologie en Religiestudies. Hij buigt zich graag over thema’s als economisch beleid en cultuursociologie.

Dit interview werd gepubliceerd in Neerlandia 2026-2.