4/2025

Wie kent Abraham Hans nog? Ooit liet hij Vlaanderen lezen met zijn ‘Hanskens’ en volksromans... nu is hij bijna verdwenen uit het collectieve geheugen. Ontdek waarom deze vergeten volksverteller een herwaardering verdient.

De naam Abraham Hans doet vandaag de dag alleen bij verzamelaars en enkele diehards een belletje rinkelen.1 De goegemeente is hem helemaal vergeten en zelfs neerlandici moeten diep in hun geheugen graven om ergens een spoor van herkenning te vinden. U zal Abraham Hans tevergeefs zoeken in het Nationaal Biografisch Woordenboek, in de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging staat een zeer onvolledige bijdrage van Gaston Durnez2, maar daar houdt het ongeveer op. En toch is het ooit anders geweest. Tijdens het interbellum werd Abraham Hans op handen gedragen door grote delen van de Vlaamse bevolking. De jeugd verslond zijn Hanskes, kleine boekjes van 32 pagina’s uit zijn Kinderbibliotheek. De volwassen bevolking las zijn volksromans, eerst in feuilletonvorm in Het Laatste Nieuws en daarna als volksroman.

In deze bijdrage schetsen we het leven en de carrière van Abraham Hans die helpen verklaren waarom deze gevierde auteur door de nevelen der tijd wordt opgeslokt tot een – ten onrechte – totaal vergeten figuur in de Vlaamse literatuurgeschiedenis.

2. Vader Bastiaan Hans

Op 26 maart 1873 trouwen in het Nederlandse Brielle (Den Briel) Bastiaan Hans en Boukje Edelenbosch.3 Kort daarop vertrekt het protestantse echtpaar naar Vlaanderen, omdat Bastiaan er onderwijzer wordt in het protestantse schooltje in Sint-Maria-Horebeke. Het echtpaar krijgt in totaal dertien kinderen. Alles bij elkaar een niet zo gewone handelwijze tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw.

Bastiaan Hans & Boukje Edelenbosch

Als gediplomeerd hulponderwijzer geeft hij les aan verschillende scholen, tot hij solliciteert naar de functie van leerkracht in een Vlaams schooltje in Sint-Maria-Horebeke, een vergeten achterhoek in Oost-Vlaanderen, een dorp zoals zovele andere. De kans op een aanstelling is op elke plaats in Vlaanderen uiterst miniem, behalve net daar. In dat “godvergeten” gehucht Korsele vind je namelijk de Geuzenhoek. Godvergeten in de katholieke betekenis van het woord, maar één van de weinige – en vooral kleine – protestantse gemeenschappen in Vlaanderen. De nazaten van een groepje bosgeuzen houden er sinds de zestiende eeuw stand en leven er in een kleine, maar vitale geloofsgroep, naast de katholieke gemeenschap. In de negentiende eeuw vinden de antiklerikale liberalen absoluut aansluiting bij de “bosgeuzen”. De kerkraad van Korsele benoemt Bastiaan tot onderwijzer van het schooltje daar. Er is maar één klasje voor de acht studiejaren, waardoor het haast hedendaags klinkt: “(verplicht) verticaal onderwijs”. Het lijkt in ieder geval de absolute wens van Bastiaan om in Horebeke aan de slag te gaan. In de tijd tussen benoeming en tewerkstelling trouwt hij. Hij begint op 15 april 1873 met zijn nieuwe job en verhuist naar het schoolhuis, waar tien van de dertien kinderen – inclusief Abraham – worden geboren.

Abraham Hans aan zijn geboortehuis in Horebeke

Aanvankelijk ziet alles er goed uit: Bastiaan en Boukje voeren hun taak uitstekend uit – hij in de klas, zij in de gemeenschap. De inwoners van de Geuzenhoek helpen de familie op materieel gebied met groenten, brood, … Maar dat verandert erg snel. Er moeten steeds meer mondjes worden gevoed en Bastiaan vraagt jaarlijks een loonsverhoging om rond te komen. Bovendien ontbrandt in die periode de schoolstrijd die steeds heviger wordt. Ook het protestantse schooltje is daarvan slachtoffer. Het overwegend katholieke gemeentebestuur ontslaat Bastiaan op 1 januari 1887.

Armoede verdrijft de familie Hans uit Horebeke. De schoolstrijd veroordeelt op die manier de familie Hans tot de bedelstaf, want als protestantse leerkracht kan Bastiaan nergens elders in Vlaanderen aan de slag. Aanvankelijk wordt de familie wel opgevangen door de protestantse geloofsgenoten, maar ook zij kunnen dit niet blijven dragen. Het leidt wel tot een hechte vriendschapsband en verbondenheid binnen de protestantse gemeenschap. Dit zou kunnen verklaren waarom enerzijds die enclave al die eeuwen blijft overleven, en anderzijds waarom het ook de oorsprong is van Hans’ gehechtheid aan zijn geboortegrond, waar hij zo vaak is teruggegaan en waarover hij zo veelvuldig heeft geschreven.

De keiharde realiteit – de absolute scheiding tussen katholieken en protestanten – dwingt hen uiteindelijk in 1887 tot een verhuis naar Roeselare. Dat gebeurt op vraag van Henri Tant, een liberale textielbaron die bij voorkeur protestantse werkkrachten in dienst nam, waaronder heel wat mensen uit Horebeke. Abraham is op dat ogenblik vijf jaar.

Bastiaan, Abrahams vader, is ook een uitstekende verteller, want tijdens zijn onderwijzersambt schrijft hij zeer regelmatig teksten en verhalen in het “Christelijk Volksblad”, het protestants parochieblad van die tijd, zowel onder zijn eigen naam als onder het pseudoniem Opmerker. De appel valt niet ver van de protestantse boom.

3. Biografische gegevens: jeugd en eerste jaren

Abraham wordt op 12 februari 1882 als zevende kind in de rij van dertien in het schoolhuis van Horebeke geboren. Ondanks de blijvende en steeds weerkerende gehechtheid aan zijn geboorteplek heeft Abraham er slechts zijn eerste vijf levensjaren gewoond, toch moeten die jaren een enorme indruk op de kleine Abraham hebben gemaakt. Dat hij tijdens zijn jeugd zijn vakanties in het geuzendorpje doorbrengt, zal hier zeker toe hebben bijgedragen. Zelfs op jeugdige leeftijd moet hij hebben gemerkt hoe de godsdienstige overtuiging van zijn gezin, maar ook van zijn omgeving, een zware tol eist van de familie Hans.

Ondanks die moeilijke omstandigheden lijkt uit alle mogelijke getuigenissen4 dat Abraham Hans toch wel een aangename jeugd heeft gehad. De armoede lijkt hem niet echt fysiek te raken, maar is wel een onuitputtelijke bron voor zijn latere onderwerpen. Want armoede is er wel, blijkbaar. Dertien kinderen en een onduidelijke job zijn niet onmiddellijk de ingrediënten voor een zorgeloze jeugd. De protestantse achtergrond zal hierbij waarschijnlijk niet vreemd aan zijn; de familie leefde bovendien tussen gelijken. Tegelijkertijd doet vader Hans er alles aan om zijn kinderen een degelijke opleiding te laten volgen. Abraham loopt school in de stadsschool en behaalt er prima resultaten. Hij leert er in ieder geval de arbeidersklasse kennen, wat in hem de kiemen van zijn sociale bewogenheid doet ontstaan. Ondanks de armoede helpt moeder Hans de noodlijdenden uit de buurt.

Naast die harde kant van het leven leidt hij ook een wat zorgelozer bestaan met ontelbare uitstapjes – met de familie, met vriendjes of alleen. Het is dan al duidelijk dat Abraham de reismicrobe te pakken heeft. Zeker wanneer het de familie iets meer voor de wind gaat en Abraham eerst een fiets huurt en daarna zelf een fiets krijgt. Eerst West-Vlaanderen, maar uiteindelijk het hele Vlaamse land. Zijn wereld breidt zich zo steeds verder uit; de indrukken helpen hem later niet enkel bij zijn verhalen, maar ook bij zijn carrière als reisjournalist.

De zomervakanties brengt Abraham steevast in zijn geboortedorp door. Bij boer Pieter Louis krijgt hij in ruil voor wat koewachten en enkele karweien kost en inwoon. Hij leert er het boerenleven kennen, wat ook weer heel wat achtergrondinformatie oplevert. Het gemak waarmee hij – net zoals zijn vader – mensen aanspreekt is meteen ook een geweldige bron van informatie die hij later in zijn verhalen stopt. Zowel zijn uitstapjes als zijn vakanties scherpen verder ook zijn historische kennis aan, iets wat hij verder aanvult met veelvuldig bibliotheekbezoek.

Na de lagere school gaat hij in 1894 op twaalfjarige leeftijd dagelijks met de stoomtrein naar de grensstad Menen. Een nieuwe fase in zijn leven, want hij leert op die treinreizen het harde leven van de grensarbeiders kennen. Maar tegelijkertijd komt hij in de “École moyenne” in Menen5 toch in een andere wereld terecht, want in dit grensstadje en in de school is Frans de voertaal. Het is niet onmiddellijk de aangenaamste tijd uit zijn leven. Wel is er schooldirecteur Alfons Vermast, die de leerlingen over de meest uiteenlopende onderwerpen van literatuur in het Nederlands voorziet. Abraham leest alles wat hij in zijn handen krijgt en maakt zo uitvoerig kennis met wat de Nederlandse literatuur – maar absoluut ook de Vlaamse letterkunde – te bieden heeft.

In 1896 – Abraham is dan 14 jaar – vervoegt hij zijn broer Hendrik aan de kweekschool Groen van Prinsterer in het Nederlandse Doetinchem (Gelderland).6 Vader Hans is bevriend met directeur P.H. Moora en die zorgt voor de studiebeurzen, want die opleiding ligt ver buiten het financiële bereik van de familie. De christelijke kweekschool stond bekend voor de ondersteuning van armlastige leerlingen. Tijdens de vakanties is Abraham echter weer in Vlaanderen te vinden. Zijn vader heeft rond die tijd met twee vrienden een bakkerij overgenomen en Abraham helpt in de zaak als bakkersgast. Toch ervaart hij zijn “Nederlandse” periode niet als onaangenaam. In 1900 haalt hij op 18-jarige leeftijd in Arnhem zijn onderwijzersdiploma.

De jaren na de eeuwwisseling vormen voor Abraham een periode van grote activiteit en veranderingen. Het is een tijd van intensieve studie en de start van een professionele loopbaan. Hij moet ook een beslissing nemen over zijn nationaliteit en het is ook de start van een gezinsleven. Die veelheid aan ontwikkelingen vormt de basis voor zijn verdere levensloop als onderwijzer, maar ook als intellectueel en maatschappelijk geëngageerd burger. Hij stijgt – mede door zijn beroep als onderwijzer, maar ook door het beginnend literaire succes – langzaam maar zeker op de sociale ladder.

Kort nadat Hans zijn eerste onderwijzersdiploma op zak heeft, treedt hij in dienst als onderwijzer in het Nederlandse Sluiskil, een bescheiden dorp van nog niet eens duizend inwoners aan het kanaal van Gent–Terneuzen, net over de grens met Vlaanderen. Ondanks deze aanstelling blijft hij zijn woonplaats in Roeselare aanhouden, wat inhoudt dat hij dagelijks een afstand van circa tachtig kilometer moest overbruggen – een opmerkelijke keuze, gezien de beperkte vervoersmogelijkheden van die tijd. Zijn sterke verbondenheid met zijn geboortestreek en familie, maar ook zijn voorliefde voor reizen – hij noemt het zelf zwerven - speelt daarbij wellicht een doorslaggevende rol.

In 1901 behaalt hij aan de Gentse normaalschool het officieel erkende Belgische onderwijzersdiploma. Deze bijkomende kwalificatie maakt het voor hem mogelijk om in het Belgische onderwijsstelsel een loopbaan uit te bouwen, wat daarvoor met zijn Nederlandse diploma onmogelijk was. In datzelfde jaar – hij was toen nog geen twintig – neemt hij de Belgische nationaliteit aan. Alhoewel hij formeel zijn Nederlandse afkomst opgeeft, betekent dit geenszins een breuk met of een afwijzing van Nederland. Deze nationaliteitswissel op die jonge leeftijd getuigt van een bewuste en rationele keuze om zich blijvend in het Vlaamse en Belgische maatschappelijke weefsel te integreren.

Vanaf begin 1902 zet hij zijn onderwijsloopbaan gestaag verder. In de periode tussen 1903 en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914, is hij actief als onderwijzer in Sluiskil en nadien in Roeselare. In deze laatste stad stelt hij zijn pedagogische ervaring ook ten dienste van een lokaal initiatief van de liberaal Henri Tant, die daar een schooltje met protestantse inslag had opgericht – een zeldzaamheid in het overwegend katholieke Vlaanderen van die tijd.7 Abraham combineert op die manier zijn professionele activiteit met familiale inzet voor levensbeschouwelijk geïnspireerd onderwijs.

Zijn streven naar verdere academische ontwikkeling leidt hem naar Gent, waar hij in 1904, na bijkomende studies, het diploma behaalt van leraar Nederlands voor het middelbaar onderwijs van de lagere graad. Dit diploma stelt hem in staat om een ruimer onderwijsveld te betreden en verstevigt verder zijn maatschappelijke positie als intellectueel gevormde leerkracht.

In 1905 vestigt hij zich omwille van zijn beroep in Antwerpen. Hij wordt er aangesteld als ‘tussentijds onderwijzer’ en hulponderwijzer, aan de jongensgemeenteschool op het Stuivenbergplein, gelegen in een Antwerpse volkswijk, met zijn snelgroeiende bevolking en dynamisch onderwijsnet. Het biedt hem bredere mogelijkheden tot professionele ontwikkeling. Tegelijkertijd vormt de stad een culturele en religieus diverse context die hem ongetwijfeld aanspreekt. Dat de bruisende omgeving van Stuivenberg voor hem bovendien een stevige basis van inspiratie voor zijn latere werk is, lijdt daarbij geen twijfel.

Op 7 juni 1907 treedt hij in het huwelijk met Nederlandse Adriana Van der Meulen. Zij is afkomstig uit het naburige Sluis, waarmee hij zijn band met de grensstreek opnieuw bevestigt. Het echtpaar vestigt zich in 1908–1909 in de Damhouderstraat in Antwerpen, vlak bij zijn werkplek en in een wijk met een groeiende middenklasse. Op 9 april 1908 wordt een eerste kindje geboren: Johanna Adriana, “Annie”. Daarmee breekt voor Abraham een nieuwe levensfase aan, die gekenmerkt zou worden door de combinatie van onderwijs, gezinsleven en maatschappelijke betrokkenheid.

4. De Kontichse jaren

In 1909 verhuist het gezin naar Kontich. Ze betrekken een huis aan de Nieuwstraat 20, in de buurt van de toenmalige jongensschool.8 Daar wordt het gezin verder uitgebreid met drie kinderen: Helena Wilhelmina, Maria Adriana, “Mimi”, en Willem.9

Abraham Hans met kleinkinderen

Deze korte periode vlak voor de Eerste Wereldoorlog is vooral een tijd van oriëntering en de zorg voor het uitdeinende gezin. Maar waar zijn literaire productie eerst aarzelend is, neemt het schrijven heel snel een duizelingwekkend tempo aan. Zijn productiviteit is haast niet te begrijpen, als je al die boeken naast zijn talloze reizen legt. Een eventuele verklaring is misschien wel dat de man mogelijk weinig behoefte aan slaap had en dus iets meer uren uit een dag kon halen dan de doorsnee mens.

Abraham Hans met Julius Hoste

De snelle evolutie in zijn schrijverschap heeft ook te maken met zijn contacten met enerzijds jeugdschrijver en uitgever Lode Opdebeek10 en anderzijds Julius Hoste sr11, en later Julius Hoste jr.12 De drie mannen hebben een liberale en Vlaamsgezinde stempel, wat het wederzijdse respect grotendeels kan verklaren. Opdebeek geeft zijn eerste verhalen uit en Hoste publiceert zijn eerste feuilletons in Het Laatste Nieuws. De verspreiding van zijn werk via deze krant en de daarmee gepaard gaande bekendheid nemen daarbij enorm toe. Het is bovendien een win-winsituatie, want Hans zorgt met zijn reportages en verhalen voor een spectaculaire stijging in de oplage van de krant. Het wederzijdse respect is dan ook zeer groot:

Ik zal nooit vergeten wat vader Hoste voor mij is geweest, een vriend, een steun en een raadgever, een bezieler en een toevlucht, gelijk voor allen die met hem hebben gewerkt. Ik kan niet zijn naam zeggen dan met eerbied en genegenheid. Er was iets heldhaftigs in hem en vooral goedheid. Zijn zoon Julius Hoste jr. heeft niet alleen de zaak van zijn vader, maar ook zijn ziel overgenomen.13

Hij komt daardoor steeds meer tot het besef dat zijn echte roeping in de journalistieke wereld en het schrijverschap ligt. Hij vertelt aan zijn vriend Johan De Maegt hoe het heilige schrijversvuur – mede door de vernoemde mannen – in hem ontbrandt:

“Vader, die meesterlijk kon vertellen en enkele kinderboekjes had geschreven, vertaalde ook verhalen voor een tijdschrift. Hij leed veel aan hoofdpijn en vroeg mij dan voor hem dit vertaalwerk te doen. Ik deed het. Gauw kreeg ik er zin in om eigen stukjes te geven, over land en volk. Vader vond het goed en ik begon zelf te verhalen … Het vlotte. Mijn eerste bundel vertellingen voor kinderen verscheen. Daarna ‘Groeninghe’, ‘Kassel’ … Ik leerde den uitgever Lode Opdebeek uit Antwerpen kennen, we werden vrienden en deden uitstappen. Opdebeek verspreidde mijn jeugdboeken over het hele Vlaamse land. /…) Maar ik had een ander plan: een roman voor grote mensen. Ik zette mij aan ’t werk en vertelde een roman uit de geschiedenis van Maria-Horebeke, en bood hem aan vader Julius Hoste, uit Brussel. Deze gaf het uit als feuilleton in zijn dagblad ‘Het Laatste Nieuws. Hij moedigde mij aan tot schrijven en gij weet hoe ‘t verder is gegaan met mij …”.14

Zijn eerste verhaal – met de haast profetische titel voor de rest van zijn oeuvre – Kerstmis in Vlaanderen verscheen al op 28 december 1901 in het Christelijk Volksblad, een protestants tijdschrift.

Tegen het begin van de Eerste Wereldoorlog geeft hij zijn leraarschap op, maar hij getuigt wel hierover dat de hele periode als leerkracht hem zeer veel heeft bijgebracht, niet in het minst door het intensieve contact met de jeugd. Zijn onderwijsperiode was al bij al van relatief korte duur, toch kan de invloed hiervan op zijn auteurschap niet genoeg worden benadrukt. Het contact met de leerlingen leert hem wat kinderen graag horen en hoe hij met hen moet omgaan. Twee zaken die mee het succes van zijn Hanskes kunnen verklaren en wat uiteindelijk wel de mentale aanzet voor de Kinderbibliotheek is geworden. Zelf zei hij hierover:

Mijn hele leven heb ik geleerd, (…), ik ben eigenlijk niets anders dan een scholier, mijn boeken zijn mijn huiswerk, en ’t volk is mijn meester.15

Een aantal boeken waren toen al verschenen, zoals Egmont en Hoorne (1908), Jan de Lichte en zijn zwarte roversbende (1908) of Bakelandt en zijn grote roversbende uit het Vrijbos (1910). In 1911 wint hij zelfs de literaire wedstrijd die wordt uitgeschreven door de Vlaamsgezinde krant Carolus met de novelle Geld.16 In 1913 scoort hij met ‘De Vlaamse boskerel’ zijn eerste echte succesroman.

In het begin van zijn carrière – nog erg beïnvloed door zijn protestantse geloof – maakt hij vaak gebruik van pseudoniemen, waaronder Van Vrijsbeke, A. Van De Corseele, Hans Van Horenbeek. Of later nog Jan van Contich, Jan Verbeke en zelfs Maria Van Hove.17 De link met plaatsen waar Hans heeft gewoond, is vrij duidelijk. Dat Abraham Hans zich zo vaak van verschillende pseudoniemen bediende, heeft vermoedelijk een tweeledige reden.18 Enerzijds wou hij misschien niet te veel ruchtbaarheid geven aan het feit dat hij een goede bijverdienste had, want uiteindelijk werd hij voor zijn job als onderwijzer door het Antwerpse stadsbestuur betaald. En anderzijds wilde hij misschien wel voor de katholieke kerk de aandacht van zijn persoon afleiden. Dit laatste was absoluut geen overbodige stap, met het oog op de latere evoluties in zijn relatie met de katholieke overheid in Vlaanderen. Desondanks kende Hans vrij vroeg succes, want zijn boeken werden bijvoorbeeld al heel snel als prijsboeken op school aan de Vlaamse jeugd geschonken. En tegelijkertijd is aanvankelijk toch ook wel enige nuance geboden, want H.J. spreekt in een recensie van Groeninghe in 1910 voor Dietsche Warande en Belfort – toen een katholiek geïnspireerd tijdschrift – over een “waarlijk fijn boek waarmede deze schrijver ons verrast heeft!19

De legendarische Ford

Voor de krant Het Laatste Nieuws heeft Abraham Hans in de daaropvolgende jaren het ganse land, inclusief aangrenzende regio’s, doorkruist. Eerst met de fiets, daarna met zijn legendarische Ford. Daardoor wordt hij één van de eerste journalisten die ons land op journalistiek-toeristisch vlak beschrijft.20 Hij leert zo het metier van schrijver en zijn leespubliek leert via zijn reisreportages het eigen land kennen, zoals we in de bijdrage van Kas Swerts in dit nummer kunnen lezen. Het is in ieder geval heel erg duidelijk dat de geschreven pers hem uiteindelijk beter ligt dan zijn taak als onderwijzer die hem aan zijn klas bond. Zijn reisverslagen zijn uitzonderlijk accuraat en hebben vele mensen tot meer mobiliteit aangezet. Ook hier zorgt Hans voor volksverheffing, een woord dat nu wat belegen klinkt en zelfs paternalistisch is, maar in die tijd echt wel aan de orde is. De auteur wil het volk ook letterlijk verheffen en het Nederlands de status toebedelen die het nu heeft. Lees wat Hans daarover schrijft:

Ons volk staat laag. Lager dan in andere landen. Het is vrij in naam, de meesters zijn hard. Veel scheidt hen van het volk. Ze spreken een andere taal [Frans was toen de enige officiële taal in België, pc] en die van het volk beschouwen ze als gewestspraak.21

Op bezoek bij de familie Blommaert in Horebeke

Hij heeft zijn hele leven geijverd voor de bevrijding van het Nederlands en voor de vernederlandsing22 van de Gentse universiteit. We citeren nogmaals Hans.

Maar om samenwerking te krijgen tussen alle standen, zouden we een Vlaamse hogeschool moeten hebben. Dan kregen we ingenieurs, rechters, advocaten en leraars die de taal van het volk beter zouden begrijpen. En als ze het volk goed kennen, zullen ze voelen hoe het hun plicht is mee te werken aan de lotsverbetering van de massa.23

Deze thema’s zullen ook telkens weer opduiken in zijn teksten. Bovendien zorgen zijn veelvuldige reizen voor een bijkomend voordeel: hij ziet hoe Vlaanderen en zijn bevolking eruitzien en dat beschrijft hij dan in zijn vertellingen. Inspiratie en journalistieke ondernemingszin gaan hier hand in hand en bevruchten elkaar. En op die manier wordt hij niet de leraar van een Antwerps klasje, maar van heel het Vlaamse land.

Tijdens die jaren voor de Eerste Wereldoorlog heeft Abraham Hans zich duidelijk ontplooid. Eerst misschien nog even aarzelend, maar heel snel in een steeds duizelingwekkender tempo. Zijn productiviteit is haast niet te begrijpen, als je al die boeken naast zijn talloze reizen legt. Veel schrijven staat dan vaak synoniem voor slecht schrijven. Bij Hans ligt dat enigszins anders. Het gaat tenslotte “maar” om verhaaltjes. En dan voor veruit het grootste gedeelte kinderverhalen. Dat is een stuk vluchtiger dan wat bijvoorbeeld tijdgenoten Stijn Streuvels (o.a. De Vlaschaard, 1907 & Leven en dood in de ast, 1926) of Cyriel Buysse (Het gezin Van Paemel, 1903) schrijven. Deze literaire reuzen beschrijven eveneens de noden van het Vlaamse volk, maar ook bij Hans zijn – ondanks de mindere literaire kwaliteit – de onderliggende boodschap en de missioneringsdrang voldoende garantie voor de blijvende waarde van zijn oeuvre. Maar het respect is wederzijds. Je zou kunnen zeggen dat Abraham Hans uiteindelijk met die educatieve taak voor ogen duidelijk kiest voor kwantiteit dan voor kwaliteit. Hij wil zo ver en zo veel mogelijk doordringen tot in alle regionen van de Vlaamse maatschappij om zo – zeker met de kinderbibliotheek – vooral ook die mensen – the unserved audience – te bereiken die anders niet aan lezen toekomen. De laagdrempeligheid via goedkope uitgaven en de krant zorgt ervoor dat hij daar ook grotendeels in slaagt.

Op bezoek bij Cyriel Buysse, enkele weken voor diens dood

In die periode is Hans steeds vaker actief in de Vlaamse beweging. Zo schrijft hij onder andere voor De Zweep, het liberale Vlaamsgezinde weekblad en geesteskind van Julius Hoste sr. Hij laat dat ook duidelijk merken in heel wat van zijn geschriften. Zoals hierboven al gemeld bijvoorbeeld over de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Het lijdt dan ook geen twijfel dat de franskiljonse bourgeoisie in hem een opruier ziet. Zijn protestantse achtergrond zal dat beeld alleen maar versterkt hebben. Maar net dat beeld maakt hem bij de gewone bevolking alleen maar populairder. Hans is ondertussen – alhoewel hij vaak tegen de haren van de gevestigde orde instrijkt – een ingeburgerde waarde in de journalistiek. Niet enkel zijn verhalen, maar ook zijn toeristische reportages zorgen voor steeds grotere oplages bij Het Laatste Nieuws. Zo gaat hij de Eerste Wereldoorlog in met de franskiljonse burgerlijke overheid in het unitaire België als vijand, die bijvoorbeeld Vlaams – net als Waals – een dialect vonden.

Kenschetsend voor de houding van Hans is dit lange citaat uit de recensie van W.J.L. van Es van Hans’ Reisbeschrijvingen uit 1914, waarin de recensent poogt in het hoofd van de auteur te kruipen en zijn denkwijze te verwoorden. Het valt echter wel te betwijfelen of Hans de Vlamingen een drinkend en vechtend volk vindt ook al schrijft hij erover (zie de bijdrage van Louise Ledegen), maar dat er een achterstand in leesontwikkeling is, daar gelooft hij zeker in. Die achterstand kan dan weer wel door scholing worden opgehaald.


Een verzoening tussen het zijn van Vlaming en Frans staatsburger tevens. Het zou te ver voeren dit nader uit een te zetten, en het is beter de mening van A. Hans weer te geven. Hij schijnt omtrent Frans-Vlaanderen pessimistischer gestemd. Het is uitermate moeilijk erachter te komen hoe of de toestand is; het is dus altijd goed nog eens eigen ervaring aan die van anderen te toetsen. En het aantrekkelijke van Hans' Reisbeschrijving is het streven naar waarheid dat eraan ten grondslag ligt. Er spreekt ook een strekking uit. Hij toont aan dat noch de Frans-Vlamingen, noch de Zeeuwse zich willen laten vereenzelvigen met de grote Vlaamse stam. Wat de reden hiervan is, is moeilijk aan te tonen. Men kan het wijten aan het gehalte der Vlamingen dat over de grenzen trekt, aan hun drankzucht, aan hun vechtlust. 't Kan ook zijn, dat men voelt, dat er van 't Vlaamse volk als zodanig nog geen kracht uitgaat, zodat men aan hen persoonlijk wijt, wat meer 't gevolg is van omstandigheden.

Voor Noord-Nederlanders is natuurlijk het meest van belang de kijk die de schrijver op Zeeuws-Vlaanderen heeft. Het verleden met zijn onderdrukking van Zeeuws-Vlaanderen als wingewest wordt ons niet gespaard. Maar in het heden komen wij er goed af. Beter dan misschien de werkelijkheid is. Ja er wordt bij ons veel aan volksontwikkeling gedaan. De kloof tussen hoog en laag als in België bestaat zó niet. Maar men leze en oordele zelf. Het was een gelukkige vondst van Hans om twee uitersten te behandelen: Frans-Vlaanderen, waar de taal wordt weggecijferd en Zeeuws-Vlaanderen waar zij zich in haar gehele wezen ontplooit. Leerrijk voor Vlamingen, niet minder leerrijk voor zovele Noord-Nederlanders, die, zonder het minste besef van waar het eigenlijk om gaat, koel en hooghartig blijven tegenover de Vlaamse Beweging.

Hoe vaak hoort men niet, nu ja, de Vlaamse Beweging in België, dat laat ik daar, al vind ik 't dom, dat de mensen niet blij zijn, deel te hebben aan die grootse Franse beschaving.24

5. De Eerste Wereldoorlog

De eerste Kontichse periode van het gezin Hans eindigt abrupt in augustus 1914 met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Voor Abraham Hans betekent dit een ernstige breuk in leven en loopbaan. De ambitieuze onderwijs- en schrijfplannen die hij in de voorafgaande jaren heeft ontwikkeld, vallen in één klap grotendeels stil. De mobilisatie en de daaropvolgende Duitse inval maken een verder verblijf in Kontich – strategisch gelegen tussen de twee fortengordels rond Antwerpen – onmogelijk.25

Hoewel sommige uitspraken van Hans – onder meer over de Gentse universiteit – in bepaalde Vlaamse kringen en bij de Duitse bezetter als welgevallig hadden kunnen overkomen, weigert hij mensen “naar de mond te praten”. Integendeel, tijdens zijn reis- en oorlogsreportages is hij ooggetuige van wat de Duitse intocht in onder andere Aarschot en Leuven heeft aangericht en welke gevolgen de bezetting voor de bevolking heeft.26 Hij neemt de Duitse bezettingsmacht zwaar op de korrel en spaart man noch paard: met een realistisch oog voor detail beschrijft hij de wreedheden en hun aanstichters. De bezetter wordt – na kerk en overheid – zijn derde en vooral geduchtste tegenstander.

Als rondtrekkend journalist beseft Hans in ieder geval hoe snel de situatie kan escaleren. Eind augustus 1914 verlaat het gezin in allerijl Kontich. Na een korte halte in Knokke steken ze de grens over en zoeken ze veiligheid in het neutrale Nederland. Het Zeeuws-Vlaamse Sluis wordt de eerste ankerplaats (Koopstraat 28).

Hij steekt geregeld de gevaarlijke dodendraadgrens naar Vlaanderen over om de toestand waar te nemen en erover te berichten. Al snel volgt de waarschuwing dat hij op een zwarte lijst staat. De Duitse autoriteiten willen hem aanhouden; met hulp van vrienden ontkomt hij in november 1914 slechts op het nippertje:

Toen in september 1914 de gemeenteonderwijzers met verschillende diensten werden belast, heb ik mij ter beschikking gesteld van de heer hoofdopziener, die met de meeste lof over mijn journalistiek werk sprak en mij aanzette daarmee voort te gaan. Ik volgde dus weer ons leger voor het Nederlands pro-geallieerd dagblad ‘De Telegraaf’ van Amsterdam, maakte de aftocht naar West-Vlaanderen mee en beleefde de bezetting dezer provincie door de Duitsers mee.
Getuige zijnde van de schanddaden aldaar, achtte ik het mijn plicht deze kenbaar te maken en vooral het optreden van de vijand te Roeselare en omgeving. Temeer daar de tekenaar Louis Raemaekers hierbij een plaat liet verschijnen, maakten deze berichten grote opgang, evenals het nieuws dat ik over de IJzer seinde, zodat het in de ganse wereldpers overgenomen werd.
Dit had echter tot gevolg dat ik op de zwarte lijst der Duitsers werd geplaatst. Reeds in oktober 1914 werd ik van goed ingelichte zijde gewaarschuwd bij dringend telegram: ‘Pas op voor uw persoonlijke veiligheid als gij u naar België begeeft.’ Dit heeft er mij echter niet van weerhouden tot in april 1915 in het geheim van Sluis naar België te gaan.
Vele feiten bewezen me dat bovenbedoeld telegram geen loze vermaning was; er waren ook listen van uitdagers over de grens in omloop, zodat ik in november 1914 in Maldegem ternauwernood aan aanhouding ontsnapte.27

Uiteindelijk belandt hij in Vlissingen (Badhuisstraat 28). In het vrije Nederland maar erg dicht bij zijn geliefde Vlaanderen. Van hieruit schrijft hij voor De Telegraaf stukjes over de oorlog die enkele kilometers verder woedt en waar men in het neutrale en dus vrije Nederland niet altijd echt weet van heeft hoe de vork nu precies in de steel zit. Vlissingen is een logische keuze, omdat er via deze haven een verbinding is met Groot-Brittannië. Dat betekent ook dat er heel wat Belgen in beide richtingen passeren. Militairen en burgers, vluchtelingen en geïnterneerden. Hij wordt daardoor vaak de link tussen Vlamingen in bezet gebied en landgenoten in het vrije stukje België achter de IJzer. Zijn talloze gesprekken met deze mensen zijn uitstekend materiaal voor talloze artikels en oorlogsboeken tijdens en vooral na de oorlog, maar die oorlogsjournalistiek is voor een multitasker als Abraham Hans uiteraard niet genoeg. Hij bekommert zich om het lot van de vluchtelingen, geeft hun Engelse les en zorgt zelfs voor een dienst die zich het lot van de krijgsgevangenen in Duitsland aantrekt. Hij sticht er bovendien een toneelvereniging die stukken zoals De leeuw van Vlaanderen opvoert.

Hij sluit zich bovendien aan bij het werk van de oorlogsmeesters onder leiding van mevrouw Hullebroeck, echtgenote van de bekende toondichter Emiel Hullebroeck.

Toneel in Vlissingen: de moeder der soldaten

De laatste drie weken van de oorlog bemachtigt hij een reispas en fietst hij door heel West-Vlaanderen. Blijkbaar hadden de Duitsers toen al duidelijk andere zorgen, want ze laten hem met rust. Over de bevrijding schrijft hij het volgende:

“´t Was de avond van 12 november 1918. Ik reed per fiets van Brugge naar Gent. In alle dorpen lagen Belgische soldaten. De volgende dag zouden de koning en de koningin hun intocht houden te Gent. We kwamen ´s avonds in de Arteveldestad aan. Ik had enige brieven mee van soldaten voor hun familie. Ondanks het late uur wilde ik er nog bestellen voor het slapen gaan. Eerst moest ik bij een eenzame oude man zijn, die alleen in een huis op de kade woonde. Vier jaar lang had hij geen nieuws van zijn zoon gehad. En nu kwam ik met een brief… De vader wilde de brief lezen; maar tranen befloersten zijn ogen en druppelden op het papier. Het nieuws leek te schoon om het te kunnen geloven …”28

Uit dit stukje blijkt wat voor een merkwaardige man Abraham Hans wel is. Hij zoomt niet in op de intocht van het koningspaar, maar belicht net het kleine geluk van een eenzame vader. Het getuigt van zijn diepe menselijkheid en empathie, zijn bekommernis om de gewone man, met andere woorden hij is een sociaal bewogen reus.

Zijn verslagen verschijnen in verschillende kranten en in Het Laatste Nieuws van 9 en 10 december 1918 wordt hij hiervoor gehuldigd. Hij neemt ontslag bij De Telegraaf en gaat in vaste dienst bij Het Laatste Nieuws.

6. Het interbellum

De wapenstilstand van 11 november 1918 markeert voor Hans niet enkel een politiek-militair keerpunt, maar betekent ook een biografische cesuur voor hem en zijn familie. Vanuit Vlissingen trekt het gezin opnieuw naar Kontich, naar de villa “Houthulst” aan de Antwerpse steenweg 55.29 Dit toponiem heeft waarschijnlijk een dubbele oorsprong. Het verwijst naar het slagveld in de Westhoek30 en is daarmee een persoonlijke lieu de mémoire. Maar het refereert waarschijnlijk ook aan het Vrijbos, de schuilplaats van de roversbende Baekelandt31, dat in Houthulst is gelegen. Villa Houthulst wordt vanaf dan het epicentrum van Abraham Hans als schrijver en uitgever, het uitgeversfabriekje waaraan heel wat familieleden meewerkten. Ook na de dood van Abraham Hans zal villa Houthulst tot aan het faillissement van de uitgeverij in 1953 in handen van de familie blijven.32

Abraham Hans en zijn vrouw voor zijn villa Houthulst in Kontich

Kort na zijn terugkeer in Kontich in 1919 geeft Abraham Hans zijn job als onderwijzer op. Naast zijn voltijdse job als beroepsjournalist schrijft hij tegelijkertijd volksboeken en kinderverhalen. Hiermee treedt hij duidelijk naar buiten op het publieke forum. Die – meer dan – dubbele job omvat verschillende sporen. Als journalist trekt hij door het Vlaamse land en rapporteert. Hij verslaat voor de krant ook assisenprocessen, die hij dan verwerkt in zijn benderomans (zie de bijdrage van Peter Laroy in dit nummer). Maar tegelijkertijd verwerkt hij ook zijn oorlogservaringen in de vele reportages en werken die niet enkel in de krant verschijnen. Zo publiceert hij heel vaak in Toerisme33, het blad van de Vlaamse Toeristenbond (VTB), dat in 1922 wordt opgericht en onmiddellijk zijn sympathie opwekt, maar behoort hij niet tot de oprichters, in tegenstelling tot wat in vele vroegere publicaties wordt beweerd.34 Daarmee wordt alles wat hij doet en ziet een schatkamer aan mogelijke onderwerpen voor zijn verhalen. In zijn verslagen en verhalen positioneert hij zich duidelijk in de Vlaamse beweging. Maar in zijn vele redevoeringen houdt hij wel een verzoenende flamingantische toon aan. Hij is zeer kritisch voor extremen en richt zich duidelijk en consequent op sociale en culturele emancipatie van de bevolking. In de populaire pers en in zijn “massaliteratuur”, het voor hem geëigendste kanaal, verliest hij nooit zijn moreel kompas.

Het is duidelijk dat zijn journalistiek werk de inspiratie biedt voor zijn literair werk. In zijn rechtbankverslagen, zijn journalistieke bijdragen en zijn reisverhalen valt hij op door zijn scherp en objectief observatievermogen, waarbij het sociaal aspect steeds voorop staat. En tegelijkertijd kan hij zijn werk via de krant35 en de feuilletons aan een groot publiek kenbaar maken zonder in apert populisme te vervallen. Het actuele fait-diversgehalte van het nieuws wordt stelselmatig in een groter narratief verwerkt, waardoor Hans een cultural broker avant la lettre wordt, de ideale culturele bemiddelaar tussen actualiteit en een volks en Vlaams doelpubliek. Met zijn achtergrond als leerkracht kan hij door zijn verhalen ook moeilijkere onderwerpen voor de weinig geletterde bevolking behapbaar en verstaanbaar maken en bouwt hij bruggen tussen mensen en groepen met een andere culturele achtergrond of opleiding. Hans staat met beide voeten vast verankerd in beide werelden, wat meteen een cruciale factor is in zijn rol – zoals eerder beschreven – als volksverheffer, een emancipator van het Vlaamse volk, een verdediger van de kwetsbare groepen.

Wat dit betekent, komt heel duidelijk tot uiting in zijn ervaringen en houding tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Zijn obstinate weigering om met de Duitse bezetter te collaboreren en de daarmee gepaard gaande vlucht om vanuit het neutrale Nederland in De Telegraaf te blijven verslag uitbrengen, zowel over de grote gebeurtenissen, als ook over de kleine dingen die de gewone man betreffen, zijn hiervan het duidelijkste bewijs. Dat hij daarvoor lijf en leden en ook zijn gezin in gevaar brengt door in het geheim naar bezet gebied te gaan, speelt voor hem geen enkele rol. Die soms hachelijke en gevaarlijke belevenissen verwerkt hij na de bevrijding in zijn journalistieke verslaggeving en zijn literaire bewerking tijdens de heropbouw in werken zoals Een Vlaams gezin in oorlogstijd (1916) of Het woud van Houthulst, of de Duitsers in Vlaanderen (1919). Die weigering tot collaboratie reflecteert zich ook in zijn weigering tot rancune. Het lijkt wel of Abraham Hans aan de oorlog geen trauma’s heeft overgehouden en hij daarom op een uitermate verzoenende manier met de situatie omgaat en pleit voor heropbouw van de verwoeste gewesten, waar wel plaats is voor rouw in een waardige herinneringscultuur, zoals duidelijk is te lezen in De dood in Vlaanderen (1921). Ook zijn vele bijdragen in Toerisme zijn hiervan een duidelijk bewijs. Hij getuigt, maar veroordeelt niet, ook al wordt hij actief in de Vlaamse Beweging. Toch zweert hij – zoals vermeld – Vlaamse radicaliteit en extremisme af en bewandelde het gematigde pad van humaniteit, verdraagzaamheid en amnestie op weg naar een uitgesproken sociaal cultureel zelfbewustzijn van en voor het Vlaamse volk.36 Dat neemt niet weg dat hij ook geen blad voor de mond neemt in heel precaire zaken. Zo schrijft hij in een bijdrage in Het Laatste Nieuws naar aanleiding van de veroordeling van August Borms in 1919:

En daarom kan dit proces niet dat van 't volledig activisme zijn. Want dit stelsel is niet veroordeeld geworden. En het moest luid dreunen door gans Vlaanderen over dat Vlaams-wurgend stelsel: ter dood, ter dood!

Dat is geen leven en 't mag vernietigd worden, want het is de dood voor Vlaanderen, en het bedreigt België zelf in zijn bestaan, terwijl een gezonde oplossing van de taalkwestie aan land en volk moet ten goede komen.

Neen, Vlaanderen wil van geen activisme weten. Vlaanderen volgde niet hen, die zich als zijn herders opwierpen en samengingen met hen, welke Vlaanderen maakten tot een land van tranen en bloed en puin.

Maar Vlaanderen veroordeelt ook de nog vrij lopende beklaagde, het hatelijk stelsel van verstomping en ontaarding.37

Hieruit blijkt de nuance van Hans en zijn nadruk op zijn sociale bewogenheid en zijn – impliciet – pleidooi voor de emancipatie van het Vlaamse volk. Maar vaak schrijft hij ook gewoon heel expliciet zijn mening, zeker wanneer het om het gebruik van Nederlands gaat, zoals in zijn verslag over een zitting in het parlement:

Nadat de heer Woeste nijdig de bel geluid en, natuurlijk in 't Frans, de zitting geopend heeft, leest de secretaris de bezwaarschriften voor in 't Frans en in 't Vlaams.

Helder, duidelijk en zuiver klinkt onze taal boven de hoofden der leden, en verdooft een gemompel, dat misschien ontevredenheid uitdrukte, maar ook de gewone babbelachtigheid geweest kan zijn van eenige leden die nooit willen zwijgen.

Onze taal .... Een nieuw begin en een goed. Een nieuw geluid, dat hier reeds lang doorlopend had moeten klinken.38

In die eerste periode van het interbellum kent Abraham Hans grote successen. Niet enkel als journalist, maar ook als begenadigd redenaar. In zijn Ford doorkruist hij het land, maar ook Frans- en Zeeuws-Vlaanderen, om voor de diverse afdelingen van het Willemsfonds en de VTB honderden voordrachten te houden.39 In 1930 komt hij zo aan 256 voordrachten (zie bijdrage Swerts).

Vanuit katholieke hoek40 wordt hij nochtans niet gespaard. Ten bewijze daarvan deze anonieme tekst uit Boekengids – met als ondertitel: Orgaan van het Katholiek Verbond van Katholieke Boekerijen – van het jaar 192841:

Een merkwaardig verschijnsel uit de vooroorlogse tijd is deze “schrijver”, die deze titel ook in letterlijke zin opvat. …

Van hen [volgens Boekengids: Franse auteurs van vierde rang] heeft hij al de hoedanigheden geërfd : drakerigheid, sensatiejacht, geestelijke onbenulligheid, zinnelijkheid en passionele prikkels die dan seffens daarop weggesust worden met een burgerlijk conventioneel zedenpreekje in afkeurende zin.42

Al de negatieve kwaliteiten, noodzakelijk aan een dergerlijke [sic] productie verbonden, verenigt Hans in de overtreffende graad, in zijn werk. Waar zijn fantasie te kort schiet behelpt hij zich met gebruikte thema's of herhaalt eenvoudig zijn vroegere werken; hij rekt zijn romans als gummi, doet personen opkomen en verdwijnen als in een marionettentheater, goochelt met geheimen, verborgen schatten, zinnelozen, moordenaars, brandstichters, toveraars en heksen, overspeligen, kortom al wat sensatie wekt en den geest prikkelt. Zijn taal en stijl zijn daarbij van een verbluffende slordigheid, terwijl hij om het nalezen van drukproeven geen jota geeft – waar zou de goede man ook in 's hemelsnaam de tijd halen? Van gans zijn naoorlogse productie kunnen we de meeste kinderboekjes slechts prullen heten – het beste is maar amper goed genoeg voor het kind – en zijn “Volksromans” enorme draken die daarbij op zedelijk gebied aan de allereerste vereisten van moraliteit tekortkomen.43

Tussen 1919 en 1939 consolideert Abraham Hans een hybride beroepsidentiteit: voltijds journalist, productief auteur van volksboeken en consequente, maar verzoenende flamingant. De villa “Houthulst” verankert zijn biografische en symbolische wereld: Het Laatste Nieuws biedt de infrastructuur voor massale lezersbereik; de Vlaamse verenigingswereld biedt podia en netwerken. Zijn oeuvre en optreden tonen hoe populaire pers, herinneringscultuur en culturele emancipatie elkaar in het interbellum wederzijds versterkten.

7. De laatste jaren (1934-1939)

In de jaren dertig situeert zich het hoogtepunt van Hans’ succes. Het is in ieder geval een economisch succes, want zijn bedrijfje draait op volle toeren en Abraham kan zich zelfs een villa in Knokke permitteren en welvarend leven.44 Over de literaire kwaliteiten wordt tot op de dag van vandaag geredetwist. Sommige auteurs denken zelfs dat literaire roem Hans totaal koud laat45, maar “als journalist en letterkundige voelt Hans zich in de eerste plaats opvoeder van zijn volk”.46

Ondanks het succes zijn die laatste jaren getekend door een neerwaartse spiraal in zijn gezondheid en persoonlijk verlies. In 1933 wordt Abraham Hans – die een zwakke gezondheid heeft – ziek en hij ondergaat in Mechelen een chirurgische ingreep. Het rondreizen valt hem steeds zwaarder en moet hij uiteindelijk achterwege laten. Naar aanleiding van zijn ziekte krijgt hij veel steunbetuigingen van zijn Vlaamse lezerspubliek. Dat geeft hem in ieder geval de moed om er met zijn volle gewicht tegenaan te gaan. Maar zijn zwakke gezondheid blijft hem steeds meer parten spelen, waardoor hij steeds vaker in zijn buitenverblijf in Knokke verblijft.

Familiefoto in Knokke

Maar eerst is er nog een orgelpunt. In 1934 verschijnt het 500e boekje in de Kinderbibliotheek. Dat is reden genoeg voor een grootse huldeviering. Hij wordt zowel lokaal in Horebeke (zijn geboortedorp) en in Kontich (zijn woonplaats), als nationaal in Brussel (KVS) uitgebreid gevierd. Zowel zijn collega-journalist en boezemvriend Johan de Maegt als Lode Baekelmans bewierookt hem in Het Laatste Nieuws.

Bij de viering van het 500e Hanske aan de voordeur van villa Houthulst

Op 28 april 1934 is er in Kontich een grote volksoptocht. De geliefde volksschrijver wordt ontvangen met een feestzitting op het gemeentehuis, getuige hiervan een bladzijde in het Gulden Boek van de gemeente.

Gulden boek van de gemeente Kontich

Nog indrukwekkender is de viering de dag erop in Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. Alleen al de namen van het huldecomité spreken tot de verbeelding en laten vermoeden hoe geliefd Abraham Hans wel is. Onder aanwezigen bevinden zich August Vermeylen, Lodewijk Baekelmans, Maurits Sabbe, Herman Teirlinck, Ernest Claes, Omer Wattez, Jan Grauls, Jozef Van Overstraeten, Julius Hoste jr., minister Maurice Lippens en Johan de Maegt. Een indrukwekkende reeks namen uit de literaire en culturele wereld van toen.

In verschillende redevoeringen worden de verschillende bezigheden en kwaliteiten van Abraham Hans uitvoerig in de verf gezet. Baekelmans prijst zijn baanbrekend werk op het gebied van de Vlaamse feuilletons, waarin hij de Vlaming zelfbewustzijn bijbrengt. Zijn rol bij het Willemsfonds en vooral ook zijn journalistiek werk worden sterk benadrukt. Maar misschien vatten de woorden van Herman Teirlinck nog het beste de betekenis van Abraham Hans samen:

“De arbeid van Abraham Hans is geboren uit de ellende van zijn volk. Zijn werk is een daad. Geen daad van jammer en vertwijfeling, maar van dienstvaardige overgave, onverdelgbare levensmoed en liefde”.47

Viering in Brussel met Lode Baekelmans (l.) en minister Maurice Lippens (r.) van het echtpaar Hans

Teirlinck noemt hem – overigens volledig terecht – de vernieuwer van Conscience, net omdat hij zovele kinderen, maar ook ontelbare volwassenen aan het lezen zet. Staatsminister Lippens noemt hem – een duidelijke hyperbool – “de Andersen van Vlaanderen”.48 En Het Laatste Nieuws schrijft:

Een ochtend met de klaarste zon en de blauwste hemel van de wereld. Nu wordt Hans gevierd te Brussel. […] Hij trekt naar de hoofdstad waar de vrienden wachten om hem te zeggen, eens allemaal tezamen, hoe ze van hem en van zijn werk houden. Hij sluit de deur van zijn ‘Houthulst’ waar al die bloemen liggen te geuren, hem van alle kanten toegezonden. Hij trekt door Kontich waar de vlaggen hem nog nawuiven als vriendelijke feesthanden terwijl de mensen hem goede dag naroepen.49

Deze woorden staan wel in “zijn” krant en zijn daarom emotioneel subjectief, maar toch getuigen ze van de warmte voor de schrijver die zich door al die jaren in het hart van de Vlaamse lezer weet te werken en zich daar te nestelen. Getuige daarvan misschien nog het best enkele zinnen van Vlaamse kinderen:

Gij zijt de tovenaar van ons geluk die ons uit een wereld van leren, sommen maken en braafjes doen, verlost. Uit dank hebben we een album getekend, geverfd en gekleurd, met mensen en dieren, huizen en torens, boten en molens uit uw boekjes gekozen, grote tovenaar van geluk in onze kinderjaren.50

Abraham in zijn natuurlijke biotoop tussen de kinderen

Ondanks zijn falende gezondheid blijft hij aan een duizelingwekkend tempo verder schrijven en publiceren. Zijn lezerspubliek vraagt en krijgt steeds nieuwe romans en verhalen. En toch is deze viering enigszins het begin van een lang afscheid. Een afscheid dat wordt getekend door een aantal nog heel moeilijke momenten. Ondanks het feit dat alles gewoon verder gaat, lijdt de schrijver steeds meer onder zijn gezondheid en geraakt hij daardoor ook overwerkt. En bovendien verliest hij een aantal mensen uit zijn omgeving. In 1937 sterven op twee maanden tijd twee oudere broers Willem en Hendrik-Bastiaan. Dan sterft zijn boezemvriend Johan de Maegt ten gevolge van maagkanker in 1938. Zij waren zowat pioniers op het gebied van de cursiefjes. Hans is een emotioneel man en dit afscheid valt hem enorm zwaar. Maar de ergste klap is het verlies van zijn jongste dochter, nauwelijks enkele maanden later op 18 juni 1938. Marie (Mimi) – blij Marietje – is zowat zijn lievelingsdochter, ze sterft in het kraambed, samen met haar doodgeboren tweeling.

Abraham lijkt een gebroken man. In zoverre zelfs dat een collega-journalist in de krant schrijft: “Nog zien we voor ons die geknakte gestalte die steeds meer gebukt ging onder de loden last van het leven en dat mager, hoekig gelaat waarin de lijnen van het lijden koninklijk gegroefd lagen. En toen wisten we reeds met ontstellende zekerheid dat de grote Hans uit zonnige gloriedagen verloren was, en ditmaal voorgoed”.51

Door het verlies van zijn dochter trekt hij zich nog meer terug in Knokke. Maar ook daar lukt het steeds minder. Kort voor zijn overlijden verliest hij zijn zus Helena-Sophia. Zelf sterft hij op 6 juli 1939 – op amper 57-jarige leeftijd – in villa Marion in Knokke te midden van zijn familie aan de gevolgen van prostaatkanker.

Abraham op zijn sterfbed

Overlijdensbericht

Met een protestantse herdenkingsdienst wordt hij tenslotte op het kerkhof van Kontich begraven. Ook hier zijn er heel aantal toespraken, die de familie naderhand publiceert.

Heel wat kranten schenken aandacht aan het heengaan van Hans. In de belgicistische, Franstalige krant La Nation Belge, lezen we deze onverwachte en onverdachte ode:

Journaliste, il fut l’observateur qualifié entre tous de la vie populaire flamande, soit qu’il décrivit le travail de nos pêcheurs, soit qu’il suivit l’affaire de Beernem. Ecrivain, il n’eut d’autre ambition que de charmer le petit peuple et les enfants. Il y réussit magnifiquement et chaque semaine presque dans une série portant son nom, il publia une nouvelle ou un récit d’histoire romancée. C’est ainsi qu’on peut dire de lui, comme de Conscience, qu’il apprit à lire à son peuple. Bien des lecteurs de tous âges pleureront ce bon ménestrel qui charmait les soirées dans les villes comme dans les bourgs les plus reculés.52

Op het kerkhof van Kontich

Op het einde van de begrafenis spreekt schoonzoon Johan Sacré in naam van de familie en richt zich vooral aan de gewone mensen:

En gij allen die hier gekomen zijt, eenvoudig weg, die geen naam hebt, geen afgevaardigden zijt van bonden of verenigingen, naar u gaat in het bijzonder onze dankbaarheid, want ik weet dat uw aanwezigheid hier, Vader het liefst van allemaal, want gij, de eenvoudigen, laagt hem het dichtst aan ’t hart.53

Zerk op het kerkhof van Kontich

En zo eindigt het leven van Abraham Hans, een schrijver van en voor het volk. En jammer genoeg geraakt de grote volksverteller sinds die dag steeds een beetje meer in de vergetelheid. Eerst vrij langzaam omdat de kinderen Hans nog enkele jaren met de Kinderbibliotheek verdergaan, maar daarna plots vrij snel, waardoor hij geen plaats heeft gekregen in de literaire canon van Vlaanderen.

8. Het oeuvre van Hans

Het oeuvre van Abraham Hans laat zich, gezien zijn omvang en diversiteit, moeilijk binnen dit bestek exhaustief in kaart brengen. Voor een – voorlopige – volledigheid verwijzen we naar enkele bibliografieën, zie bijlage. Hier volgt enkel een analytische ordening in zes categorieën: (1) volksromans, (2) jeugdliteratuur, (3) de Kinderbibliotheek, (4) de Romanbibliotheek, (5) Franstalige uitgaven en (6) krantenpublicaties. Waar relevant worden datering, uitgeefcontext en receptie kort geduid.

1. Volksromans

Hans publiceert meer dan 107 romans voor een breed lezerspubliek. Het romandebuut, Een heldenstrijd of De kapitein der Bosgeuzen (1911), wordt gevolgd door De Vlaamse Boskerel (1913), dat zijn doorbraak markeert. Tot de vaak gecanoniseerde titels behoren onder meer De gek van de Molenberg (1922; heruitgave 2010, in samenwerking met Liberas54), De zwerver van het Olmenhof (1938) en Het recht van Emma.

Kort na de Eerste Wereldoorlog verschijnen twee omvangrijke oorlogswerken, De Grote Oorlog en Het bloedig IJzerland, waarin de oorlogservaringen uitvoerig worden beschreven, met toevoeging van foto’s en kaarten van troepenbewegingen. Deze publicaties situeren Hans nadrukkelijk in het actuele debat van zijn tijd; in de literair-publieke receptie geldt hij nadien geenszins als collaborateur.

2. Jeugdliteratuur

Hans onderkent vroeg het vormende potentieel van jeugdliteratuur. In totaal verschijnen 89 jeugdboeken in groot formaat, gaande van bewerkingen van internationale en nationale stof (Robin Hood, Antwerpse verhalen) tot portretten van historische figuren (onder meer Nicolaas Zannekin, Egmont en Horne, Frans Anneessens, Guido Gezelle). Deze uitgaven circuleren frequent als prijsboeken aan het einde van het schooljaar. Circa tien titels worden ook in het Frans uitgegeven.

3. De Kinderbibliotheek

In 1922 start Hans met de wekelijkse Kinderbibliotheek, een seriële reeks die tot zijn dood 865 wekelijkse afleveringen zal omvatten, grotendeels door hemzelf geschreven. Na 1939 zet zoon Willem de productie voort; incidenteel leveren ook dochters Annie en Helena bijdragen. In totaal telt de reeks, volgens de hier gebruikte telling, 1155 afleveringen; daarnaast publiceert Willem een aanvullende Avonturenreeks met 168 afleveringen.

De prijspolitiek is expliciet laagdrempelig: een deeltje kost 60 centiem Belgische frank (circa € 0,015, met indexering hooguit € 0,025), zodat de aankoop van een boekje voor elk Vlaams kind binnen zijn bereik lag. De pedagogische doelstelling – kinderen via toegankelijke, goedkope lectuur tot lezen aanzetten – is programmatisch. In het katholieke uitgeefveld wordt dit project kritisch gevolgd: De norbertijnerabdij Averbode gaat vanaf 1930 de concurrentie aan met de lancering van de Vlaamse Filmpjes (zie bijdrage Herman Janssens in dit themanummer).

Vertelsessie in de Kulderschool, een jongensweeshuis in Gent

4. De Romanbibliotheek

De Romanbibliotheek omvat 87 afleveringen in groot formaat. Het betreft doorgaans verkorte of bewerkte versies van de romans, gericht op een volwassen lezerspubliek. De distributie verloopt opvallend vaak via de uitgeverij B.H. Hans, Kontich, waarbij commerciële overwegingen de keuze van kanalen en partners sturen. Meerdere uitgaven verschijnen bij kleine, veelal familiegebonden firma’s, wat wijst op een fijnmazig netwerk van productie en verspreiding.

5. Franstalige werken

Een tiental jeugdtitels verschijnen in het Frans en vinden toepassing als schoolboeken. Met deze vertalingen heeft Hans toegang tot het Franstalige landsdeel voor ogen; de receptie is echter matig, maar bevestigt de interregionale ambitie van zijn uitgeefstrategie.

6. Krantenartikelen

Tussen 1911 en 1939 publiceert Hans vele duizenden bijdragen in diverse kranten, waaronder Het Laatste Nieuws, Het Christelijk Volksblad, De Telegraaf, De Vlissingse Courant en tal van lokale bladen. Naast zelfstandige artikelen verschijnen ook romans in feuilletonvorm, wat de reikwijdte aanzienlijk vergroot. De thematische spreiding is breed: literaire verhalen, toeristische beschrijvingen, politieke commentaren en verslaggeving van actuele gebeurtenissen (onder andere assisenprocessen en senaatszittingen).

9. Documentatie en digitalisering

Bestaande, maar onvolledige bibliografieën zijn opgesomd in de bijlage.

De systematische digitalisering van Hans’ werk is lopende: op 1 november 2025 zijn 1.196 items ontsloten; de ontsluiting bestrijkt op dat moment bronnen tot 1921, met verdere uitbreiding voorzien tot en met 1939.

Daarnaast digitaliseert Bernard Goorden wekelijks delen van de Kinderbibliotheek en diverse romans, die kosteloos ter beschikking worden gesteld op de website idesetautres.be.

De hernieuwde – ook academische – interesse voor leven en werk van Abraham Hans werd zichtbaar op 18 oktober 2023 tijdens het door Liberas (Gent) georganiseerde Abraham-Hans-colloquium. Sindsdien is het onderzoek multidisciplinair verbreed, maar substantiële lacunes blijven bestaan, met name op het vlak van volledige bibliografische ontsluiting, variantenstudie en receptiegeschiedenis. De combinatie van systematische digitalisering en kritische contextualisering biedt hier het meest vruchtbare perspectief. De verwachting is dat nieuwe vondsten – in periodieken, privécorpora en regionale archieven – het bestaande beeld verder zullen nuanceren.

10. Besluit

De nalatenschap van Abraham Hans lijkt totaal vergeten. Waarom dit zo is, is een optelsom van feiten en een samenloop van omstandigheden.

Als protestantse jongen wist hij zich door talent en doorzettingsvermogen los te werken uit de armoede die zijn familie aanvankelijk te beurt viel. Met een leraarsdiploma zette hij stappen in de onderwijswereld die beslissend waren voor zijn schrijverstalent, als journalist, als verteller van kinderverhalen en als volksschrijver. Op gebied van toeristische journalistiek leverde hij baanbrekend werk. Hij leverde strijd voor de ontvoogding van het Vlaamse volk, maar ondanks tegenkanting van kerk, staat en (Duitse) vijand behield hij als Vlaams voelende, actieve burger altijd een verzoenende houding en werkte hij zonder enig spoor van rancune mee, eerst vanuit Nederland en na de oorlog in België, aan de heropbouw van dit land. Dat hij niet (meer) tot het collectieve geheugen behoort, heeft echter vooral te maken met zijn keuze voor de populaire literatuur die zijn volk hielp opvoeden en de jeugd – een kwetsbare groep – leerde lezen en het feit dat hij nooit – gewild of ongewild – een “ernstige” roman heeft geschreven die tot onze culturele erfenis behoort. In tegenstelling tot vele collega-auteurs van die tijd was Hans op te vele gebieden actief, zodat hem als veelschrijver te weinig tijd overbleef om hoogstaande literatuur af te leveren.

Met deze bijdrage is in ieder geval een poging ondernomen om Abraham Hans in het juiste daglicht te stellen en te pogen om hem de plaats in de literatuurgeschiedenis te geven die hem zou toekomen.

Op zijn grafsteen55 op het kerkhof in Kontich staat een bijbeltekst

Ik heb den goeden strijd gestreden /

Ik heb den loop geëindigd /

Ik heb de hoop behouden

Dit bijbels citaat zou als leidende gedachte voor zijn veel te korte leven kunnen gelden.

  1. 1. In de citaten van dit artikel werd gekozen voor de huidige spelling.
  2. 2. https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hans-abraham (bezocht op 11/11/2025).
  3. 3. Bastiaan Hans (°Brielle, 25-04-1850 – +Kontich, 14-03-1926) en Boukje Edelenbosch (°Hellevoetsluis, 24-11-1849 – +Kontich, 23-03-1927)
  4. 4. Zie o.a. Joh. De Maegt, Uit het leven van A. Hans, A. Hans‘ kinderbibliotheek, nummer 500, 1934, Contich, A. Hans-Van der Meulen, 32 blzn.
  5. 5. Nu de GO! Futura rijksmiddelbareschool aan het Vander Merschplein in Menen.
  6. 6. Kweekschool is de benaming die Nederland gebruikt werd voor de opleiding tot onderwijzer in de lagere school. Het is een synoniem voor de normaalschool in Vlaanderen. Nu heet dit Bachelor lager onderwijs. Op de naam Hans is in de archieven van de Groen van Prinstererschool niets terug te vinden.
  7. 7. Amand Tant, de vader van Henri, pleegde zelfmoord. Een katholieke begrafenis werd aanvankelijk geweigerd, waardoor Henri brak met de katholieke kerk en een protestantse gemeenschap stichtte.
  8. 8. De plaatselijke jongensschool nam in 1993 de naam Abraham Hansschool aan (bron Kontichse Gazet, 27/5/1993). Mimi Smith, kleindochter van Abraham Hans, was aanwezig bij het schoolfeest op 5 juni 1993. In 2015 werd de huidige naam, met een groot leesfeest, A-Ha! School aangenomen (bron Joke Smet).
  9. 9. Helena Wilhelmina (°Antwerpen, 8/2/1909 - +Wemmel, 26/12/1969), Maria Adriana, “Mimi” (°Kontich, 17/12/1910 - +Mechelen, 18/6/1938) en Willem (°Kontich, 17 november 1913 - + 6/7/1974).
  10. 10. https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/opdebeek-lode (bezocht op 11/11/2025).
  11. 11. https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hoste-julius-sr (bezocht op 11/11/2025). Hoste was uitgever en directeur van de liberale krant Het Laatste Nieuws.
  12. 12. https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hoste-julius-jr (bezocht op 11/11/2025).
  13. 13. J. De Maegt, o.c., 26.
  14. 14. J. De Maegt, o.c., 25.
  15. 15. J. De Maegt, o.c, 25.
  16. 16. Carolus. Het weekblad van de Vlamingen, 1/8 (1911)
  17. 17. Verschillende publicaties vermelden ook W. Freeman, maar tot op heden hebben we geen enkel werk onder die schuilnaam gevonden.
  18. 18. Daniël Walraed, Wie was toch die Abraham Hans?, Uitgave Protestants Historisch Museum „Abraham Hans“ vzw, Horebeke, 1996, p. 17.
  19. 19. Met H.J. is hoogstwaarschijnlijk de recensent Hein Jan Boeken (1861-1933) bedoeld.
  20. 20. Paul Catteeuw, ‘Abraham Hans, een slapende reus en (vergeten) symbool van religieuze verdraagzaamheid’, Neerlandia, https://www.foliomagazines.be/artikels/abraham-hans-een-slapende-reus-en-vergeten-symbool-van-religieuze-verdraagzaamheid (11/11/2025).
  21. 21. Jan Marchau, Abraham Hans. De verteller van Vlaanderen, Kontich (Davidsfonds), 1980, 9.
  22. 22. Voor de Eerste Wereldoorlog en tijdens het interbellum kunnen de woorden „vernederlandsing, vernederlandsen“ en „vervlaamsing, vervlaamsen“ als synoniemen van elkaar worden beschouwd.
  23. 23. J. Marchau, o.c., 2 & 9. Marcel Ryssen, Een Reynaertverteller uit de marge: Abraham Hans, in Tiecelijn, 16/3 (2003), 153.
  24. 24. W.J.L. van Es, Fransch-Vlaanderen en Zeeuwsch-Vlaanderen. Uitgave van het Julius Vuylstekefonds No. 9. Reisindrukken door A. Hans, Gent. Ad. Hoste in Neerlandia 18 (1914), 6.
  25. 25. L. Sacré, A. Hans en het volksleven in Vlaanderen omstreeks 1900, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Rijksuniversiteit Gent, 1960, p. 54–56.
  26. 26. L. Sacré, o.c., 57
  27. 27. D. Walraed, o.c., 22.
  28. 28. D. Walraed, o.c., 22
  29. 29. Nu nummer 69. Volgens Jan Marchau, o.c., 5, liet Hans de villa bouwen. Dit klopt echter niet. Hij heeft de nieuwgebouwde villa gekocht.
  30. 30. In 1919 schrijft hij „Het woud van Houthulst“.
  31. 31. In 1910 schrijft hij „Bakelandt en zijn grote roversbende uit het Vrijbos“, een succesverhaal dat mogelijk ook diende als basis voor bewerkingen door latere auteurs.
  32. 32. Zijn dochters Helena en Annie bleven er wonen tot hun huwelijk (respectievelijk in 1932 en 1935), terwijl zijn zoon Willem er verbleef tot aan zijn faillissement in 1953. Willem Hans had noch het schrijverstalent noch het economisch inzicht van zijn vader. Zie hierover: Karel Michiels, Willem Hans. Leven en werk, in -, Dit is het boek over de familie Hans, 2004, Horebeke, Abraham Hansgenootschap, p. 211-240.
  33. 33. J. Marchau, o.c., 14-17.
  34. 34. Sommige publicaties laten uitschijnen dat Abraham Hans bij de stichtende leden van de VTB zou geweest zijn. Dit klopt echter niet. Hans was lid nr. 3928 van de VTB, het nummer van de stichtende leden van de VTB gaat tot 1118. Hans was dus strikt gezien niet een oprichter, maar had zich wel al snel na de officiële stichting ingeschreven. Een echte officiële functie kreeg hij uiteindelijk in 1929 als lid van het erebestuur. Met dank aan Kas Swerts (ADVN) voor de informatie. Lees ook zijn bijdrage in dit themanummer.
  35. 35. Na de Eerste Wereldoorlog groeide Het Laatste Nieuws heel snel uit – samen met de Gazet van Antwerpen – tot één van de leidende Nederlandstalige kranten. Op dat ogenblik was de Franstalige Le Soir nog altijd marktleider.
  36. 36. Zijn vele redes bij officiële gelegenheden: amnestiebetogingen (17/2/1920), guldensporenvieringen, inhuldiging van het monument voor Joe English (4-6/9/1920), IJzerbedevaarten, maar vooral ook de heroprichting van het monument voor Albrecht Rodenbach (19/9/1920). Lees ook zijn bijdrage
  37. 37. Zie Neerlandia, jaargang 23 (1919), p. 131: https://www.dbnl.org/tekst/_nee003191901_01/index.php (bezocht op 11/11/2025).
  38. 38. Zie Neerlandia, jaargang 24 (1920), p. 8, verslag uit Het Laatste Nieuws, 10/12/1919: https://www.dbnl.org/tekst/_nee003192001_01/_nee003192001_01_0009.php (bezocht op 11/11/2025).
  39. 39. Zie Neerlandia, jaargang 34 (1930), 108-109: “De bekende Vlaamse volksschrijver A. Hans heeft voor de leden van tak Deurne A.N.V. in het kasteel Boeckenberg een lezing over Frans-Vlaanderen gehouden. De heer Hans, die van Nederlandsche afkomst is, vertelde, op de gemoedelijke manier, hem eigen, van Frans-Vlaanderen, waar, trots drie eeuwen taalverdrukking, het Vlaams niet alleen is blijven leven, maar thans met de dag meer en meer wordt gesproken en gewaardeerd. Aan de Universiteit te Rijsel is zelfs een leerstoel voor de Nederlandsche taal opgericht, waarvan de invloed niet valt te onderschatten. Deze lezing, gekruid met tal van vermakelijke en kenschetsende anekdoten, had zeer veel bijval bij de talrijke aanwezigen.
  40. 40. Boekengids is duidelijk gelieerd aan de katholieke zuil. Zie hiervoor https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/algemeen-secretariaat-voor-katholieke-boekerijen (bezocht op 11/11/2025).
  41. 41. Myrthel Van Etterbeeck, ‚Het ogenblikkelijke of het toekomende, wie heeft gelijk? De oorlogsliteratuur van Abraham Hans, in De Moderne Tijd, Amsterdam University Press, 1/1, 17, 71.
  42. 42. Marcel Ryssen, o.c., 152 en D. Walraed, o.c., Horebeke, 1996, 18. Marcel Ryssen en Daniël Walraed gebruiken dit citaat en voegen binnen dit citaat de volgende zin eraan toe: “Ze zijn gericht tegen de katholieke kerk en brengen haar schade toe”. Deze zin is in de oorspronkelijke recensie niet terug te vinden en moet dus als corrupt worden beoordeeld.
  43. 43. Boekengids, Abraham, 1 (1928), 7-9. In hetzelfde nummer worden postkaarten met portretten van Vlaamse auteurs aangeboden, waaronder ook Wies Moens en Cyriel Verschaeve.
  44. 44. Eerst verbleef de familie er in villa Siegfried, maar later kocht hij villaa Marion aan de Leopoldlaan.
  45. 45. M. Ryssen, o.c., 154.
  46. 46. Gaston Durnez: https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hans-abraham (bezocht op 11/11/2025).
  47. 47. P. Catteeuw, ‘o.c., Neerlandia, https://www.foliomagazines.be/artikels/abraham-hans-een-slapende-reus-en-vergeten-symbool-van-religieuze-verdraagzaamheid (11/11/2025).
  48. 48. Een citaat uit A. Hans, De arme vioolspeler, kosteloos nummer uit de Kinderbibliotheek, Kontich, A. Hans- Vandermeulen, s.d., 29.
  49. 49. D. Walraed, o.c., 29-30.
  50. 50. D. Walraed, o.c., 30.
  51. 51. D. Walraed, o.c., 33.
  52. 52. Necrologie Hans in La Nation belge, 7-8/7/1939, 2-3.
  53. 53. Uit de grafrede van Johan Sacré, schoonzoon van Abraham Hans.
  54. 54. https://liberas.eu: Liberas. Centrum voor de geschiedenis van het vrije denken en handelen. Zie http://www.liberaalarchief.be/nieuwe_site/publicaties_lijst_20170124.pdf (bezocht op 11/11/2025).
  55. 55. 2 Timotheus, 4:7