Wat Guggenheim voor Bilbao heeft betekend, is Theater Aan Zee (TAZ) voor Oostende geweest. Zoals alle boutades gaat ook deze misschien nogal scherp door de bocht, maar aan het belang van het theaterfestival voor de kuststad kan onmogelijk getwijfeld worden. Van een wat ingedommeld, duf kustplaatsje kreeg Oostende door de komst van TAZ gaandeweg het imago van een bruisend centrum.
Voorheen stond Oostende bekend als een ruig havenstadje, de terminus van het spoornet, waar de verlopenen en uitgespuwden uit de rest van Vlaanderen na een niet altijd gelukt leven uiteindelijk aanspoelden. Voor velen de laatste halte, waar zij zich mengden onder gelijkgestemden. Over Oostende hing vaak iets mistroostigs; veel van de architectuur ademt de vergane glorie van betere tijden, toen Leopold II hier met de bouw van onder meer de Koninklijke Gaanderijen, de Koninklijke Villa en het Thermae Palace Hotel het stadje uitbouwde tot Koningin der Badsteden, toen de beau monde afzakte naar het paardenrennen in de Wellington Hippodroom. Al die architecturale parels lagen te verkrotten; het is pas toen de actiegroep Dement in 2005 aan de alarmbel begon te trekken over de deplorabele staat van het Oostendse erfgoed, dat er stilaan iets veranderde. Vandaag wordt eindelijk ook de renovatie van de Gaanderijen aangepakt.
Naar het voorbeeld van de opkomende en terugtrekkende zee mag er buiten de lijntjes worden gekleurd
De komst van TAZ heeft ontegensprekelijk een jonge, dynamische wind door Oostende laten waaien. Sterker zelfs, de stad lijkt de rol van Gent te hebben overgenomen als plek van culturele vernieuwingen. Is Gent de laatste decennia wat strakker, minder rebels, geworden, dan ademt Oostende vooralsnog een culturele vrijheid: naar het voorbeeld van de opkomende en terugtrekkende zee mag er buiten de lijntjes worden gekleurd. Oostende is een vrijplek waar verschillende kunstvormen elkaar in een ongedwongen, zomerse sfeer ontmoeten.
TAZ zag het daglicht in 1997. Van meet af aan was het de bedoeling meer te zijn dan een theaterfestival. Onder meer muziek en literatuur werden een vast onderdeel van het programma. Daarnaast toonde het festival de ambitie laagdrempelig te zijn en een podium te bieden aan opkomend talent. Klinkende namen stonden er naast pas afgestudeerde jonkies. Het publiek lust er wel pap van; aangetrokken door de bekendere gezelschappen is het niet te beroerd zich door de zeewind te laten meevoeren naar speellocaties waar de theatermakers van morgen hun eerste producties tonen.
De bevestiging van de Vlaamse overheid volgde. Vanaf 2006 is het festival structureel erkend en in 2014 kreeg het de Vlaamse Cultuurprijs.
Op korte tijd is TAZ een cultureel ankerpunt geworden in Vlaanderen, dat de laatste tijd ook in Nederland steeds meer aan bekendheid wint. De vergelijking wordt al eens gemaakt met het Oerolfestival, dat in juni op het Waddeneiland Terschelling neerstrijkt.
TAZ is een inclusief festival in de beste betekenis van het woord. Dat blijkt ook uit de succesvolle formule van het jaarlijks wisselende curatorschap, dat al enkele jaren na de oprichting van het festival werd ingevoerd en dat sinds enkele jaren is ingeruild voor een Artistieke Raad van Advies. De betreurde Eric De Volder mocht in 2001 als eerste zijn stempel drukken. In de tweede helft van dat decennium werd telkens een duo aangesteld bestaande uit een theatermaker en een muzikant. In 2009 mochten Jan Goossens, directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, en de Oostendse godheid Arno de handen in elkaar slaan. Soms werd het curatorschap bekleed door mensen van buiten het culturele veld. Bijzonder gesmaakt was de editie waarin toenmalig VUB-rector Caroline Pauwels in 2021 de lijnen uitzette. Hoewel zelf terminaal ziek en hoewel een jaar door corona getekend (of misschien tweemaal doordat), maakte zij van die editie een feest van het leven, waar positivisme, verbinding en levensvreugde centraal stonden. Zij bezong dat leven in het boekje Ode aan de verwondering. Nu, vijf jaar later, roept TAZ de Caroline Pauwelsbeurs voor de verwondering in het leven. Geheel in lijn met de interdisciplinaire geest van het festival wil de beurs projecten helpen opstarten waarbij podiumkunstenaars samenwerken met wetenschappers.
Zowat alles kan een speelplek worden: een schoolgebouw, een stationsloods, de vismijn, het Hotel du Louvre, de Koninklijke Villa, de Venetiaanse Gaanderijen of het Fort Napoleon, tot eenvoudigweg … het strand
Theater, literatuur, muziek: dat moet allemaal een plaats krijgen in de kleine kuststad Oostende. Ook in de vindingrijkheid om alle producties en evenementen onder te brengen, heeft TAZ inmiddels een stevige reputatie te verdedigen. Uiteraard is het kursaal een centrale speelplek, maar veel spannender zijn de ad-hoclocaties waar gezelschappen ieder jaar hun tenten opslaan. Dat is het voordeel van theater: zowat alles kan een speelplek worden: een schoolgebouw, een stationsloods, de vismijn, het Hotel du Louvre, dat al een aantal keer van de sloop gered werd, maar ook historische panden als de Koninklijke Villa, de Venetiaanse Gaanderijen of het Fort Napoleon, tot eenvoudigweg … het strand. Misschien wel letterlijk de fijnste plaats om te spelen.
Uiteraard werkt TAZ ook samen met andere cultuurspelers uit Oostende. Daarvan is die met Kunstencentrum KAAP een bijzondere. In de winter wordt Chambres d’O georganiseerd. Oostendenaars kunnen hun woonkamer ter beschikking stellen om er theater, intieme concerten of literaire evenementen te ontvangen. En tijdens Theater Aan Zee zelf verzorgt KAAP ontmoetingen met auteurs en hun werk. Elke dag krijgt het publiek de kans te komen luisteren naar de literaire stemmen die de voorbije jaargang gekleurd hebben.
Die diversiteit van kunsten, locaties en deelnemers zorgt voor een zoemende bijenkorf, waar voor elk wat wils te vinden is. Die formule is het belangrijkste ingrediënt dat bijdraagt aan het succes van TAZ. Begin augustus staan de culturele schijnwerpers van heel Vlaanderen op Oostende gericht. Kaartjes gaan als zoete broodjes over de toonbank; tal van voorstellingen zijn nagenoeg onmiddellijk uitverkocht. Maar daarnaast speelt ook de ongedwongen sfeer van een zomerse dag aan zee. Dat zorgt er mee voor dat TAZ geen problemen heeft om elk jaar opnieuw voldoende vrijwilligers te vinden die zich aangetrokken voelen door de lokroep van strand, zon, zee, feestjes, en ja, ook cultuur.
Laurens De Vos is doctor in de literatuur- en theaterwetenschap. Hij schrijft voor en over theater, literatuur en cultuur en geeft daarover ook lezingen. Recent verscheen zijn debuutroman Vaart voorbij.
Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2026-2.