juni 2021, nummer 2

De Canon van Vlaanderen! Sinds de bekendmaking van het regeerakkoord in september 2019 – waarin te lezen stond dat een commissie dit instrument zou uitwerken – vochten de voor- en tegenstanders menig verbeten gevecht uit op de opiniepagina’s van kranten, tijdschriften, websites en in en bij andere media. De inzet van al dat vitriool? Zegt u het maar: het concept van de canon, de aanpak en doelstellingen, de houdbaarheid, de manier waarop hij politiek of ideologisch zou worden ingezet. Gezien de potentiële rol voor de cultureel-erfgoedsector in het proces had faro een gesprek met commissieleden Cathérine Verleysen en Jan Dumolyn.

Stilleven met versnaperingen en pronkbeker, Clara Peeters, 1611  Clara Peeters (Antwerpen 1588 - Antwerpen 1636) was één van de vrouwelijke grondleggers van het stilleven. Haar toewijding aan dit genre is wellicht een gevolg van de beperkingen die destijds aan vrouwelijke kunstenaars werd opgelegd.  

Verleysen en Dumolyn1 zijn twee van de negen experts die de commissievoorzitter, prof. em. Emmanuel Gerard, rond zich heeft verzameld. Het was minister van Onderwijs Ben Weyts die de alom gerespecteerde historicus van de KU Leuven eind september vorig jaar daartoe de opdracht gaf, helder verwoord in de ‘opdrachtbrief’ die u kan consulteren op de in mei gelanceerde website van de Canon van Vlaanderen.2 Die opdrachtbrief, en bij uitbreiding de inhoud van de website van de canon, is duidelijk. Veel van de argumenten die in de voornoemde stellingenoorlog werden bovengehaald kunnen hiermee definitief op stal. Ook in dit tijdschrift kon u in ons recente themadossier over identiteit lezen over de Canon van Nederland, en de regionale canons die in het kielzog van de ‘nationale’ canon bij onze noorderburen als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten.3 De commissie wil duidelijk werk maken van heldere communicatie, zo blijkt.

faro: Hoe gaat dat nu concreet in zijn werk, een canon maken?
Jan Dumolyn: “Eigenlijk is wat wij doen heel eenvoudig. De bedoeling van ons werk is uitkomen bij vijftig ‘vensters’. Daarin zullen zowel objecten, beelden als teksten verwerkt worden. Momenteel bevinden we ons nog in de ‘lijstjes-fase’; elk commissielid heeft een individuele voorselectie gemaakt van vijftig onderwerpen. Uit die 450 voorstellen moeten we dus samen een keuze maken. Wanneer je moet kiezen tussen Rubens, Van Eyck, Brueghel of alle drie, een rivier, een bepaald aspect uit de eetcultuur, word je onvermijdelijk geconfronteerd met l’embarras du choix. Lijstjes maken en verfijnen dus. Ik vergelijk het weleens met De Tijdloze van Studio Brussel. In die zin hebben onze werkzaamheden iets arbitrairs, zeker. Daar zijn we ons van bewust.”

Cathérine Verleysen: “Geheugen Collectief zit ook mee aan tafel. Dat is belangrijk omdat ze ons zullen begeleiden bij het vertalen van onze keuzes naar het publiek. Zij zullen letten op de leesbaarheid en het visuele aspect, en de selectie vanuit communicatieperspectief bekijken.”

faro: Zien jullie een rol weggelegd voor de cultureel-erfgoedsector in dit proces? En, zo ja, wat zou die dan kunnen zijn?
Jan Dumolyn: “We beseffen heel goed dat dit een heel divers veld is, met heel veel actoren, die allemaal – op de een of andere manier – werken met geschiedenis en herinnering in de breedste zin van de betekenis. Onze uitdaging is om te proberen hier zo goed mogelijk vat op te krijgen en zoveel mogelijk te luisteren. Het is niet mogelijk om de hele sector te bevragen; het is op basis van ons eigen zoek- en discussiewerk dat we keuzes zullen maken. Maar het is niet de bedoeling om plots met een canon voor de dag te komen, en te stellen dat iedereen hier mee moet gaan werken. Trouwens, in die zin moet de canon vrijblijvend zijn en de openheid bieden aan mensen en organisaties om er ‘iets’ mee te doen. Dat zullen we wel heel erg aanmoedigen. Ook zullen we dankbaar zijn als men ons wil helpen bij de verspreiding van de canon.”

Cathérine Verleysen: “De kennismaking met FARO4 en ook dit interview zijn voor de commissie belangrijk omdat deze gesprekken ons de kans geven om het opzet te verduidelijken. We willen verdere stappen zetten, o.a. bij het Vlaams Museumoverleg en andere sectorale overlegfora. We willen graag onze collega’s deelgenoot maken van onze aanpak. Dit gezegd zijnde: we bevinden ons nog steeds in de beginfase.”

faro: Jan, u spreekt over vijftig ‘vensters’. Halen jullie de mosterd bij het Openluchtmuseum in Arnhem?5
Jan Dumolyn: “Er was een uitstap met de commissie naar Arnhem gepland maar die kon wegens corona niet doorgaan. We hebben wel gesproken met de commissie die in Nederland de canon samenstelde o.l.v. Frits van Oostrom. Die canon is uiteraard een grote inspiratiebron en er zijn gelijkenissen, zoals die vensters. Toch willen we het helemaal anders doen. Onze canon mag niet te ‘droog historisch’ zijn, maar moet veel interactiever zijn en gebruikmaken van veel media.” 

faro: Het museum in Arnhem is heel interactief en gericht op beleving. Je stapt terug in de tijd en je kunt er allerlei digitale en fysieke spelletjes doen om het verleden aan den lijve te ‘ondervinden’. De focus lijkt er sterk op kinderen en jongeren te liggen. In de laatste zaal worden dan de vijftig vensters nog eens samen getoond. 
Jan Dumolyn: “De focus op kinderen en jongeren houden we ook sterk voor ogen. Er is het ‘traditioneel’ geïnteresseerde publiek dat de inhoud kritisch zal bekijken. Maar we willen toch vooral het publiek van ‘boeit-me-allemaal-niet’-14-jarigen aanspreken. Hoe kunnen we voor hen betekenis creëren?”

faro: In 2018 verscheen het boek Wereldgeschiedenis van Vlaanderen.6 Daarin viel op dat de vroegere geschiedenis meer aandacht krijgt dan die van de 19e of 20e eeuw. Zullen jullie rekening houden met bepaalde evenwichten?
Jan Dumolyn: “Ik weet niet hoe de redactie van dat boek te werk is gegaan. Het bevat heel interessante stukken, maar ik heb de indruk dat de keuze van de inhoud veeleer aan de auteurs werd overgelaten. Trouwens, onze canon zal ook over wereldgeschiedenis gaan: het is niet de bedoeling om een ‘Vlaamse-bodemverhaal’ te vertellen. We zullen als commissie wel strakker werken en streven naar coherentie. Zelf ben ik mediëvist, maar het lijkt me logisch dat de recentere periode net meer aan bod zou komen. We vertrekken vanuit de huidige maatschappij en de thema’s die nu spelen. We zullen rekening houden met een zekere geografische en thematische representativiteit. Maar dat zullen we goed bekijken. Trouwens, een venster kan ook verschillende tijdlijnen bevatten. Vanuit één element – neem nu bijvoorbeeld ‘1302’ – kan je veel verhalen maken. Het digitale biedt ook veel mogelijkheden om die diversiteit op een dynamische manier te laten zien. Een netwerkaanpak, iets cloudachtigs, dat zou de bedoeling moeten zijn. Maar tegelijk is het ook van belang om een zeker chronologisch kader aan te reiken. Daar hebben scholieren ongetwijfeld nood aan.”

faro: In het dossier over identiteit in ons tijdschrift verbaasde een kritische erfgoedwerker zich erover dat de kennis van het verleden, inzicht in de feiten, achteruitgaat, ondanks het “groeiend legertje erfgoedwerkers”. Zien jullie dat ook zo? En zal de canon op dit vlak een rol kunnen spelen? 
Cathérine Verleysen: “Zeker. Dat is ook de expliciete opdracht van minister Weyts. We willen mensen een gids aanreiken om naar het verleden te kijken. Een detail misschien, maar net daarom hebben we het kompas als logo gekozen. Het is voor de commissie cruciaal om een evenwicht te vinden tussen enerzijds historische kennis waarbij we ook linken leggen naar collecties in musea en archieven, en anderzijds het belevingsgerichte.”

Jan Dumolyn: “Ik ben geen vakdidacticus en weet niet of het zo is dat de kennis bij jongeren vandaag beperkter zou zijn. Waar we ons als commissie wel expliciet tegen verzetten, is de idee zoals die ook al in de media is verspreid; namelijk dat we een canon zouden ontwerpen met ‘feitjes’. En dat we daarmee niet zouden bijdragen tot de ontwikkeling van het historische denken. Hoe reconstrueer je historische processen? Bronnenonderzoek en historische kritiek zijn er intrinsiek mee verbonden. Trouwens, wanneer in de media wordt gezegd dat we met de canon nieuwe eindtermen zouden ontwikkelen: dat is evenmin de ambitie. Maar we zijn er wel van overtuigd dat de canon voor leerkrachten van betekenis kan zijn.”

Kort na het overlijden van de broers Jozef en Lieven Vandevelde wordt er in het Gentse citadelpark een gedenkteken ter ere van hen opgericht met een beeld van Sakala bovenop het monument. 
 

faro: Jullie werkwijze illustreert in die zin het wezen van de historiografie waarbij selectie en historische kritiek samengaan. Vatten we het zo goed samen?

Jan Dumolyn: “Zo is het heel goed geformuleerd. Sommige collega-historici bekritiseren ons omdat we keuzes zullen maken, maar dat doet toch iedereen! Geschiedenis gaat voortdurend over selecteren, interpreteren, en presenteren.”

faro: Brandend actueel in de erfgoedsector is de meerstemmige benadering. Hoe staan jullie daar tegenover?
Cathérine Verleysen: “Om te beginnen kunnen we wel zeggen dat de commissie zelf heel veelzijdig en meerstemmig is samengesteld. Dat is de verdienste van onze voorzitter. Maar wat we delen is de overtuiging dat we moeten vertrekken vanuit de hedendaagse samenleving, en dat de canon een vertaalslag moet zijn van de meerstemmigheid die we vandaag zien en aanvoelen. In die zin zal de canon nooit in steen gebeiteld zijn, maar steeds een onderwerp van discussie vormen.”

Jan Dumolyn: “Dat klopt. Soms wordt de Canoncommissie in een bepaalde hoek geduwd. Alsof de canon een soort van ‘staatspropaganda’ is. Dat is het dus niet. Voor ons is het evident dat we zullen kijken naar verhalen rond migratie, minderheden, maar ook naar LGBTQI+, de representatie van vrouwen, dekolonisatie. Multiperspectiviteit staat centraal. De aandacht voor heel veel verschillende actoren maakt het uiteraard complex en uitdagend. Maar net dat maakt de oefening ook nuttig en zinvol.”  

faro: Zien jullie verbanden met het nieuwe, nog op te richten en in te vullen Vlaams Museum? Hoe staan jullie hier tegenover?
Cathérine Verleysen: “Momenteel weten wij hier niet meer over dan anderen. Ik neem aan dat er op een bepaald moment een raakpunt zal zijn. Mij lijkt het interessant dat er een uitgesproken internationale kaart zou worden getrokken. Bijvoorbeeld hoe is werk van Van Eyck in New York terechtgekomen, welke rol speelde de culturele diplomatie onder meer in de jaren 1920? Dat soort vragen. Wij richten ons nu in de eerste plaats op de uitvoering van onze opdracht, die werd gegeven door minister Weyts.”   

faro: Zou het niet beter zijn als de canon en dat virtuele museum op elkaar zouden inspelen? 
Jan Dumolyn: “We lopen hier beter niet te sterk op vooruit. We verwachten dat er een gesprek komt en richten ons, zoals Cathérine zegt, nu eerst op de eigen opdracht.”

faro: Tot slot, wat hopen of verwachten jullie dat de canon teweegbrengt?
Jan Dumolyn: “Dat is een moeilijke vraag. Laat me beginnen met te zeggen wat het niet moet zijn. Het heeft niets te maken met het vraagstuk rond ‘Vlaamse identiteit’. Ik ben ook geen voorstander van volgens mij vage ‘burgerschapsbegrippen’. Het creëren van een ‘collectief geheugen’? Dat is ook weer zo problematisch. Wat blijft er dan nog over? Ik denk dat verbondenheid en authenticiteit wel belangrijk zijn, zeker in een context van globalisering. ‘Verbondenheid’ mag niet in een conservatieve of reactionaire hoek worden geduwd. Laat ons dat niet meteen als iets negatiefs zien. Het gaat erom dat je wel trots mag zijn op een verleden, op een Rubens of een Van Eyck. Dat zoveel mensen de boeken van Bart Van Loo lezen, betekent iets. Het is zoals met het voetbal: als de Rode Duivels het goed doen, zijn we ook trots.” 

Cathérine Verleysen: “Ik hoop eigenlijk op een ‘canonvirus’. Dat de canon een aanleiding kan zijn om andere lijstjes te gaan maken en thema’s aan te raken. Interesse opwekken, de liefde voor het verleden én het heden én de toekomst stimuleren, dát is de bedoeling. En natuurlijk is een canon een prachtige manier om te laten zien wat er allemaal aanwezig is en leeft in het erfgoedlandschap. Dat is enorm: van de collecties in grotere musea tot en met die van de lokale heemkundige kringen.”

Olga Van Oost is algemeen directeur van FARO. Roel Daenen is er coördinator communicatie en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

  1. 1. Cathérine Verleysen is Hoofd Collectie en Onderzoek van het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK) en Jan Dumolyn is als hoofddocent middeleeuwse geschiedenis verbonden aan de Vakgroep Geschiedenis en het Henri Pirenne Institute for Medieval Studies van de Universiteit Gent.
  2. 2. Zie: https://assets.website-files.com/60263859efb57d2fab4bd0bb/607817b64720a48445a8bfee_Opdrachtbrief%20-%20blur.pdf, of, makkelijker: https://www.canon.vlaanderen/.
  3. 3. Zie: https://issuu.com/faronet/docs/faro_2020_13_4_issuu.
  4. 4. Eind april had de commissie een kennismakingsgesprek met FARO. Dit interview is een van de gevolgen van dat gesprek.
  5. 5. Zie: https://www.openluchtmuseum.nl/canon-van-nederland: “De Canon van Nederland neemt je in 50 vensters mee langs de belangrijkste gebeurtenissen, personen en voorwerpen die bijgedragen hebben aan het Nederland waar we nu wonen.”
  6. 6. Zie: https://www.pelckmansuitgevers.be/wereldgeschiedenis-van-vlaanderen.html