Iemand die nooit bezoek kreeg, sterft in een woonzorgcentrum. Een man wordt maanden na zijn overlijden aangetroffen in zijn appartement. Een baby sterft nog voor de geboorte, een persoon wordt gevonden in een veld. Een operazangeres, een dokter, iemands buurman, degene die vorige week nog aan de toog zat: allemaal kregen ze een eenzame uitvaart. Lotte Lola Vermeer vertelt waarom niemand naar de overkant zou mogen vertrekken zonder door iemand anders te worden uitgezwaaid.
Ieder jaar sterft een hoog aantal mensen zonder dat er iemand naar hen omkijkt. Er is geen familie die regelmatig bij hen incheckt. Er zijn geen vrienden die zich om een belletje bekommeren. Er zijn geen kennissen of andere sociale connecties. Niemand is bij hun leven betrokken en dus ook niet bij hun dood. Als er bij een overlijden geen nabestaanden worden gevonden die zorg dragen voor een afscheid, dan komt De Eenzame Uitvaart in het vizier. Een sociaal en literair project dat momenteel door een dertigtal dichters wordt gedragen in zes gemeenten in België.
***
Steeds vaker maak ik een wandeling over het Schoonselhof. Nadenken over de dood is voor mij nadenken over het leven. Ik kom graag op begraafplaatsen, het is er sereen contempleren. Het Schoonselhof zou je met recht een begraafpark mogen noemen. Heel groot, veel groen, prachtige oude platanen. Er liggen tal van bekende dichters begraven. Er liggen echter veel meer mensen die al tijdens hun leven waren vergeten.
Sinds 2022 mag ik mezelf de nationale coördinator van De Eenzame Uitvaart noemen. Als auteur en theatermaker verhoud ik me graag tot grote thema’s en ik zoek daarbij altijd naar een maatschappelijke context. Mijn keuze om dit project in België te dragen was dus makkelijk gemaakt. In mijn functie woon ik doorgaans de uitvaart zelf niet bij, daarvoor staan andere mensen paraat. Achter de schermen zorg ik voor de opvolging van het project en de uitbreiding naar andere gemeenten. Alle vragen en verslagen komen bij mij binnen. Daardoor word ik vrijwel dagelijks geconfronteerd met eenzame overlijdens in de vorm van cijfers. Ik pols naar de cijfers van eenzame overlijdens in diverse gemeenten en krijg meldingen van uitvaartondernemers met geboorte-, overlijdens- en uitvaartdata. Achter die cijfers schuilen mensen en hun levens waar we vaak geen weet van hebben.
Op een manier glipten ze door de mazen van de maatschappij en daar zijn we daar als gemeenschap grip op verloren. Heel soms zou je de situatie van deze mensen kunnen omschrijven als een gekozen eenzaamheid. Veel vaker is dit niet het geval.
Als er geen achterban is en geen sociale kring wordt gevonden die op de uitvaart aanwezig zal zijn, staan dichters van De Eenzame Uitvaart paraat om die rol in te vullen. Als laatste daad van menselijkheid zullen ze er staan, omdat niemand zonder laatste woorden zou mogen vertrekken. Deze dichters slaan geen bestaande bundel open, dragen niets uit hun gepubliceerde oeuvre voor. Ze schrijven een nieuwe tekst voor de overledene op basis van de informatie die we over de persoon kunnen vinden.
Levensloop
Bij toeval woon ik sinds kort op wandelafstand van het Schoonselhof in Antwerpen. Het is de plek waar veruit de meeste eenzame uitvaarten plaatsvinden. Hier dragen al sinds 2009 dichters zorg voor mensen die eenzaam zijn gestorven. Maarten Inghels bracht het initiatief vanuit Nederland naar Antwerpen—in 2002 werd de kiem voor het project gelegd door Bart FM Droog. Destijds was hij stadsdichter van Groningen en merkte hij dat er veel mensen—zijn stadsgenoten—in stilte werden begraven. Het voelde als zijn taak om een persoonlijk gedicht voor hen te schrijven en op de uitvaart voor te dragen.
Het initiatief vormd de basis van het project dat later door F. Starik richting Amsterdam werd gedragen en van daaruit steeds verder. Intussen bestaat het project al zeventien jaar in België en heeft het honderden eenzame uitvaarten verzorgd. In 2015 sloot Leuven aan als tweede Belgische stad. Toen ik het project, dat onderdak vindt bij literair productiehuis VONK & Zonen, onder mijn hoede kreeg, zag ik het als mijn taak om het project verder uit te breiden. De gedachte dat er in vrijwel alle gemeenten uitvaarten zijn waar niemand aanwezig is, drijft mij. In 2023 sloot Brugge aan. Beringen volgde in het voorjaar van 2024 en in dat najaar startten we ook in Sint-Niklaas. Eind 2025 sloot Turnhout aan.
Deze korte ontstaansgeschiedenis kan ik intussen dromen. De levensloop van De Eenzame Uitvaart is er een die ik vaak vertel tegen schepenen van begraafplaatsen, zorg, cultuur of sociale zaken. Ik spreek het uit tegen alle mensen die iets van bevoegdheden hebben waardoor zij er mede voor kunnen zorgen dat niemand in absolute stilte wordt begraven.
Hoe vol dit nu ook lijkt op papier, De Eenzame Uitvaart kent geen succes. We starten bij een verlies en komen dus eigenlijk altijd te laat. Wij zijn in het leven geroepen voor een laatste poëtisch eerbetoon aan mensen die we niet kennen. De gedichten die geschreven worden, zijn altijd zo persoonlijk mogelijk. Om dit te bewerkstelligen gaat de stadscoördinator op onderzoek uit. Het zijn Yella Arnouts, Peter Mangel Schots, Tania Verhelst, Hans Put, Frank Pollet en akim a.j. willems. Zij zijn diegenen die bericht krijgen van het OCMW of de plaatselijke uitvaartondernemer. Zij maken hun agenda’s leeg en zoeken een dichter uit de plaatselijke poule die beschikbaar is om een gedicht te schrijven en dit tijdens de uitvaart voor te dragen. Het zijn deze stadscoördinatoren die op pad gaan om zo veel mogelijk te weten te komen over het mogelijke leven dat de eenzame overledene heeft geleid.
Zoektocht naar verborgen levens
Een melding komt meestal binnen met niet meer dan een paar persoonsgegevens. Er is een naam, een geboorte- en een overlijdensdatum. En er is een locatie waar iemand is overleden; een ziekenhuis, een woonzorgcentrum, een kraakpand, een rijhuis, of soms een veld.
Bij iedere eenzame uitvaart rijst dezelfde vraag: hoe kan het dat op het moment dat een mens het leven achter zich laat, niemand paraat staat om afscheid te nemen of een laatste eer te bewijzen? Dus gaan we op onderzoek uit, naar het leven dat de
persoon leidde: naar de bochten of krochten in diens levensloop, naar dat wat voor anderen verborgen bleef of juist open en bloot te grabbel lag. Vaak is het telefoonnummer van een verzorger of bewindvoerder het startpunt van het veldwerk van de stadscoördinatoren. Ze gaan naar de omgeving waar de persoon woonde en proberen te achterhalen wat voor werk die misschien jarenlang deed. Ze zoeken uit hoe de omgang was met anderen, naar welke muziek de persoon graag luisterde, wat die graag dronk of at, of er misschien een stamcafé was. De deuren van een thuisadres blijven voor ons vaak gesloten. Kamers in woonzorgcentra worden vaak snel leeggemaakt zodat er plaats is voor een nieuwe bewoner.
Gebeurt dit niet, dan heeft de stadscoördinator soms de kans om nog even binnen te gaan in de laatste kamer van de overledene en de persoonlijke spullen te bekijken. Soms voelt het te intiem: wij zijn immers niet door de persoon zelf uitgenodigd en snuisteren rond, vinden misschien zelfs foto’s of dagboeken. Soms komen er hele levensverhalen naar boven, maar even vaak lopen de zoektochten spaak door buren die niet thuis zijn, of andere deuren die om wat voor reden dan ook gesloten blijven.
Na het onderzoek informeren de stadscoördinatoren de dichter van dienst over wat zij te weten zijn gekomen. Elk detail kan een aanleiding zijn voor een gedicht: een lievelingskleur, een huisdier, vuilniszakken die niet meer werden buitengezet of een strijd die tijdens het leven geleverd werd. Soms is dat een anekdote over een stofzuiger. Soms het laatste uitzicht van de overledene.
Het eenzame ritueel
De stadscoördinator en de dichter van dienst verzamelen zich op de afgesproken plek op de begraafplaats. Als de rouwauto komt aangereden, wordt er altijd even gewacht om te zien of er toch nog mensen aansluiten. Of er misschien familieleden zijn die zich hebben bedacht en toch afscheid komen nemen. Vaker gebeurt het dat medewerkers van een woonzorgcentrum of OCMW aansluiten. Soms brengt het diepgravende onderzoek van de stadcoördinatoren in het verleden van de overledene nog verborgen connecties naar boven. Zo vond Tania bij het overlijden van meneer P.M. een lidkaart van een harmonie. Prompt verschenen er enkele leden die hem al jaren niet meer hadden gehoord of gezien. Hans ontdekte het stamcafé van E.R., waardoor de cafébazin en enkele klanten op de uitvaart opdoken en nu geld inzamelen om alsnog een steen met zijn naam te voorzien. Of mevrouw J., die door Yella werd verwittigd van het overlijden van haar buurman, en speciaal een taxi nam om de uitvaart van I.H. bij te wonen. Hoewel ze nauwelijks contact met hem had gehad, vond ze dat ze aanwezig moest zijn om deze simpele reden: in het land waar zij geboren werd, wordt niemand alleen begraven.
Maar in de meeste gevallen blijft het bij onze aanwezigheid. Een kleine stoet van twee mensen achter de rouwauto richting de plek waar de overledene wordt begraven of uitgestrooid.
Bij iedere uitvaart en met elke uitvaartonderneming loopt het net weer even anders. We verzamelen rond de urne of het graf. Soms haalt een voorganger een tekst of een geplastificeerd papiertje uit zijn binnenzak om een paar woorden uit te spreken. Altijd leest de dichter van dienst het persoonlijke gedicht voor. De naam van de overledene wordt dan een laatste keer uitgesproken voordat die bij ons tot initialen verwordt. Sommige coördinatoren leggen een bloem neer, sommige dichters hun gedicht. Soms wordt een bluetoothbox bovengehaald om met wat klassieke muziek het lege moment in te kleuren. Bij de asverstrooiing van meneer G.H., die van Elvis hield, werd speciaal voor hem ‘Are You Lonesome Tonight?’ gespeeld.
Eind november 2025 woonde ik de eenzame uitvaart bij van mevrouw R.B. in Turnhout. Ook hier stonden we gelukkig niet alleen. Twee begeleiders van mevrouw R.B. waren aanwezig om haar een laatste eer te bewijzen. Drie oude vrienden van de camping waar zij jarenlang had gewoond, voegden zich eveneens bij de kleine groep. Opnieuw werd duidelijk waarom De Eenzame Uitvaart bestaat, ook als er toch betrokkenen aanwezig blijken te zijn. De oude vrienden waren niet in staat om iets passends op papier te zetten: de taal niet (meer) machtig, of al te lang geen contact meer gehad. De andere aanwezigen, zoals
verzorgers en begeleiders, kenden mevrouw B. alleen vanuit een professionele relatie. De dichter van dienst las het gedicht voor, waarna de as werd verstrooid. Iedere aanwezige stapte beurtelings naar voren om een kleine buiging te maken. Ik legde mijn hand op mijn hart voor mevrouw B. om haar een laatste eer te bewijzen. Een eenzame uitvaart is een ritueel dat maar enkele minuten duurt. En dan is er de stilte. Geen koffietafel, geen gedenksteen. Alleen de resten van het lichaam die langzaam in de natuur overgaan. Om privacyredenen korten we namen af tot initialen. Het enige wat overblijft, zijn het gedicht en het verslag. Onze website vormt zo een archief van eenzame overlijdens. Schetsen van levens waarvan we proberen de sluiers een beetje op te lichten. Ieder verslag is een laatste vorm van respect. Het maakt een afwezig leven blijvend aanwezig. Een klein in memoriam om te tonen: we hebben je opgemerkt. Je hebt geleefd.
Hoe alles begint
Ik wandel met een kinderwagen langs de strooiweide waar vorige week nog de resten van I.D.W. werden verstrooid. Langs het
kinderperk waar afgelopen zomer baby Alana werd begraven. In de afgelopen jaren hebben we al een tiental baby’s van een eenzame uitvaart voorzien. Hoe kan zoiets gebeuren? Daarvoor zijn meerdere redenen. Soms krijgen we met een vondeling te maken, maar het gebeurt ook dat ouders niet in staat zijn afscheid te nemen van hun kindje—omdat ze door verdriet zijn overmand, omwille van religieuze overwegingen, of uit angst om voor de kosten te moeten opdraaien.
Nu ik zelf aan een wieg sta, denk ik bij alle verslagen en gedichten steeds vaker aan hoe ook al de levens van die mensen begonnen zijn: klein en onderzoekend. Al die mensen moeten bij hun eerste schaterlach ooit een glimlach aan iemand hebben ontlokt. Er zijn armen geweest die hen wiegden. Hoe verschillend kan een begin van een einde zijn? Hoe een leven soms zo zorgeloos kan beginnen. Hoe welkom iemand misschien was, hoe eenzaam een leven kan zijn en hoe vreselijk en onafwendbaar stil een einde kan worden.
Als je de verslagen leest, leer je ten minste één ding: het kan iedereen overkomen. Een verkeerde bocht in het leven, een ontbrekend netwerk, een nooit bijgelegde ruzie, sociaal geïsoleerd raken door ziekte of sinds de covidpandemie. Het gebeurt vaak dat ouders en kinderen of broers en zussen geen contact meer hebben en dus ook niets met het overlijden te maken willen hebben. Soms is iemand simpelweg de laatste levende van een familie of vriendenkring. Zo droegen wij ook zorg voor een operazangeres die haar leven lang voor volle zalen speelde. Ze overleed op 91-jarige leeftijd, niet lang na haar man. Hoe een levensloop ook is, er zijn heel veel redenen waarom iemand uiteindelijk een eenzame uitvaart kan krijgen.
Telkens als ik een nieuwsbrief verstuur nadat er een uitvaart is geweest, hoop ik stellig dat het ook bij de lezers een zekere bewustwording creëert. Het schrijven over de zoektochten naar verborgen levens draagt bij aan de zichtbaarheid van verborgen eenzaamheid.
Op een bepaald moment zijn we gestopt met het publiekelijk nummeren van de uitvaarten, maar juist die hoge aantallen raken me het meest. In het beste geval wordt ons project ooit overbodig, maar mijn mailbox bewijst vandaag het tegendeel. Steeds vaker vinden op één dag meerdere eenzame uitvaarten plaats. In Antwerpen zijn er zelfs vier op één middag geweest. Daarom blijft het nodig om de geschiedenis en de werking van ons project telkens opnieuw te vertellen, en het bij steeds meer gemeenten aan te kaarten. Ik benadruk dat het misschien om grote onzichtbare problematieken gaat, maar dat er wel iets is wat we kunnen doen tegen de onverschilligheid: het bemerken en aanwezig zijn. Ik zal het blijven doen zodat niemand ten grave wordt gedragen zonder dat er iemand aanwezig is. Dat elk geleefd leven met persoonlijke woorden wordt gemarkeerd.