juni 2026

11 juli is meer dan het Feest van de Vlaamse Gemeenschap. Het is ook een jaarlijks weerkerende stresstest. Hoe sterk, of hoe zwak, zijn wij als cultuurgemeenschap? Een prangende vraag in een tijd waarin de wereld verhardt en brutaliteit beloont. Een vraag ook waarmee we aankloppen bij Axel Buyse, die het internationale spel van dichtbij kent: eerst als buitenlandjournalist bij De Standaard, later als diplomaat in Den Haag en als Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie. “Kan zoiets efemeers en fijnzinnigs als ‘de Vlaamse cultuur’ nog iets betekenen als instrument van diplomatie? Heeft dat (nog) nut?”

Eén been in Vlaanderen, één been in Nederland. Die spreidstand kenmerkte een groot deel van de professionele loopbaan van Axel Buyse – en kenmerkt die nog steeds: terwijl hij koffie inschenkt, vertelt hij ons – heet van de naald – dat hij pas verkozen is tot bestuurslid van De Brakke Grond, het Vlaams cultuurhuis in Amsterdam. Kortom, we zijn zonder twijfel aan het juiste adres om het te hebben over de kracht van cultuur als diplomatische hefboom. Zeker als je de rest van Axels curriculum erbij haalt: bijna 20 jaar buitenlandjournalist en -chef bij De Standaard, jarenlang diplomaat voor de Vlaamse overheid in Den Haag en van2019 tot 2022 Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie. Vandaag volgt en becommentarieert hij de internationale ontwikkelingen nog steeds op de voet, onder meer via bloemlezingen voor het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken en een podcast voor Doorbraak.

Wanneer werd je duidelijk dat ‘zachte’ cultuur een hefboom kan zijn in de ‘harde’ diplomatieke wereld? Dat Vlaamse cultuur helpt om Vlaanderen in zijn totaliteit krachtig op de kaart te zetten?

Axel Buyse: “Vrij vroeg eigenlijk. Eerst als journalist. Wanneer je in het buitenland werkt, merk je snel dat mensen een land of regio niet alleen kennen via politiek of economie, maar vooral via cultuur. Via boeken, muziek, theater, televisie, gastronomie. Dat zijn vaak de eerste toegangspoorten. Mensen beginnen zelden spontaan over institutionele structuren, maar wel over een schrijver die ze gelezen hebben, een serie die hen geraakt heeft of een kunstenaar die ze bewonderen. Cultuur creëert nieuwsgierigheid en sympathie. Dat is ontzettend belangrijk.”

“Toen ik later diplomaat werd, zag ik hoe sterk dat mechanisme ook echt werkt in de praktijk. Vlaanderen heeft natuurlijk niet de schaal van Frankrijk of Duitsland. Wij beschikken niet over militaire macht of geopolitiek gewicht. Maar we hebben wel iets anders in de aanbieding: een enorme culturele uitstraling die vaak groter is dan we zelf beseffen. Vlaamse podiumkunsten, literatuur, architectuur, mode, beeldende kunst: dat opent deuren. Soms letterlijk: een culturele voorstelling of tentoonstelling kan gesprekken mogelijk maken die in een puur politieke context veel moeilijker zouden verlopen.”

Je hebt dat heel concreet ervaren in Nederland?

“Absoluut. Vlaanderen en Nederland delen een taal, maar dat betekent niet automatisch dat we elkaar goed begrijpen. Ik heb jarenlang in Den Haag gewerkt, en zette mijn schouders onder meer onder de moeilijke discussies rond het Scheldeverdrag of de jongste verdieping van de Westerschelde. Dat waren harde dossiers. Economische belangen, ecologische discussies, politieke spanningen: het ging er soms stevig aan toe. Ik herinner me hoe snel je in zulke discussies gereduceerd dreigt te worden tot ‘die lastige Vlamingen’ of ‘die moeilijke Nederlanders’. En net dan merk je hoe belangrijk het is dat er ook andere beelden bestaan. Dat mensen Vlaanderen niet alleen associëren met een conflict rond baggerwerken of havens, maar ook met schrijvers, theatermakers, architectuur, muziek. Dat klinkt misschien soft, maar dat speelt wel degelijk mee in hoe ontvankelijk mensen tegenover elkaar staan. Diplomatie gebeurt natuurlijk aan officiële tafels, maar evenveel daarnaast: tijdens recepties, culturele evenementen, persoonlijke contacten. Als er al een basis van wederzijdse nieuwsgierigheid en respect bestaat, geraak je makkelijker uit conflict. Cultuur helpt om die basis te creëren.”

“Ik heb dat aan den lijve ondervonden: Vlaamse schrijvers, theatermakers of muzikanten die in Nederland gewaardeerd werden, zorgden mee voor goodwill. Niet omdat een roman plots een verdrag oplost, zo naïef ben ik niet, maar cultuur maakt een regio menselijker en herkenbaarder. Ze zorgt ervoor dat je niet gereduceerd wordt tot een conflict of een dossier.”

Moeilijke kunst betekent niet automatisch betere kunst. Daar geloof ik niet in.

Is dat ook waarom een organisatie als De Brakke Grond zo belangrijk blijft?

“Zeker. De Brakke Grond is een Vlaams cultuurhuis in Amsterdam. Puur Vlaams, al ligt het natuurlijk in Nederland. Voor Vlaanderen is dat bijzonder waardevol, omdat het een plek is waar Vlaamse cultuur zichtbaar wordt in Nederland. Vooral podiumkunsten, in iets mindere mate beeldende kunst. Toen ik daar aankwam, zaten we nog in de nadagen van wat men de Vlaamse Golf noemde: Vlaams theater was enorm populair geworden in Nederland. Dat heeft lang doorgewerkt, al was de fut er op een bepaald moment wat uit. Dat gaat zo met golfbewegingen.”

Waarom sloeg die zogenaamde Vlaamse Golf aan?

“Nederlanders voelden dat daar iets gebeurde. Vlaamse makers brachten een soort energie binnen die opviel: minder afgelijnd, minder braaf, soms wat chaotischer ook. Maar net daardoor vaak verrassender. Kleinere culturen hebben trouwens vaak meer artistieke honger. Omdat ze zich voortdurend moeten bewijzen. In Vlaanderen leefde sterk het gevoel: als we willen opvallen, moeten we excelleren. En Vlaanderen had toen misschien ook meer cultureel zelfvertrouwen dan vandaag. Er was minder gêne om te zeggen: wij hebben hier iets bijzonders in huis. Dat speelt mee. Cultuur bloeit niet in een sfeer van collectieve onzekerheid.”

Toch ben je ook niet kritiekloos over wat ten tonele werd gebracht.

(lacht) “Nee. Omdat ik soms het gevoel had dat het experiment belangrijker werd dan het publiek. Begrijp me niet verkeerd: ik heb veel respect voor kunstenaars die grenzen verleggen. Het elitaire moet ook zijn plek hebben, net zoals het volkse zijn plek moet hebben. Je moet dat niet voortdurend willen mengen. Maar af en toe dacht ik wel: voor wie maken jullie dit eigenlijk nog? Je mag mensen uitdagen, maar je hoeft hen daarom nog niet moedwillig buitenspel te zetten. Cultuur blijft ook communicatie. Soms had ik de indruk dat bepaalde kunstensectoren liever bewonderd werden door buitenlandse curatoren dan nog begrepen te worden door het brede publiek van eigen bodem. Soms voelde je toch een zekere zelfgenoegzaamheid: alsof moeilijke kunst automatisch betere kunst was. Daar geloof ik niet in.”

“Ik stoorde me er soms ook aan dat bepaalde Vlaamse cultuurdragers erg gemakkelijk in de hand beten die hen voedde. Vlaanderen investeert behoorlijk veel in cultuur, zeker voor een kleine regio. Dan nog mag je kritisch zijn, zeker wel, maar soms leek het alsof men zich bijna schaamde om nog enige verbondenheid te tonen met de samenleving die dat allemaal mogelijk maakte. Alsof elke vorm van culturele fierheid verdacht was. Ik herinner me momenten waarbij je bijna het gevoel kreeg dat sommige kunstenaars liever applaus kregen in Berlijn of Amsterdam dan nog geassocieerd werden met Vlaanderen zelf. Dat vond ik soms een vreemde paradox. Want net die Vlaamse voedingsbodem had hen vaak mee mogelijk gemaakt. Dat vind ik jammer, want net die wisselwerking is belangrijk: een overheid moet kunst de vrijheid geven, maar kunstenaars mogen ook erkennen dat ze deel uitmaken van een breder cultureel ecosysteem. Dat hoeft geen brave loyaliteit te zijn, hé. Kunst moet kunnen wringen. Maar een onvolwassen en gratuite minachting voor het publiek of voor de gemeenschap die investeert in cultuur werkt ondermijnend.”

Heeft Vlaanderen vandaag voldoende cultureel zelfvertrouwen?

“Dat wisselt. Ik vind dat Vlamingen soms onderschatten hoe sterk onze culturele reputatie internationaal eigenlijk is. Buitenlanders kijken vaak met meer bewondering naar Vlaamse kunstenaars dan wijzelf. Wij hebben nogal de neiging om onze eigen kwaliteiten weg te relativeren. Terwijl Vlaanderen internationaal echt gewicht heeft op cultureel vlak: podiumkunsten, mode, architectuur, literatuur, beeldende kunst … Dat is geen folklore, hé.”

En toch lijkt investeren in cultuur almaar moeilijker verdedigbaar.

“Omdat het beleid almaar utilitairder denkt. Alles moet onmiddellijk rendement opleveren. Economisch, strategisch, electoraal. Maar cultuur werkt trager. Subtieler ook. Het effect van een roman of een voorstelling kan je niet in cijfers vatten. Nochtans begrijpen landen als Frankrijk al heel lang dat culturele uitstraling ook macht is. Zij investeren bewust in taal, cinema, literatuur, gastronomie, mode. Ze doen dat echt niet uit liefdadigheid, maar omdat ze weten dat culturele uitstraling politieke invloed versterkt. Vlaanderen heeft daar soms een te bescheiden houding tegenover. Alsof cultuur een luxeproduct is dat enkel mag bestaan als alle andere facturen betaald zijn. Men verwacht van cultuur vandaag tegelijk economische return, sociale cohesie, inclusie, stadsontwikkeling én internationale uitstraling.
Terwijl cultuur mee bepaalt hoe een gemeenschap zichzelf begrijpt én hoe ze door anderen bekeken wordt.”

Vlaanderen heeft soms een te bescheiden houding tegenover cultuur. Alsof cultuur een luxeproduct is dat enkel mag bestaan als alle andere facturen betaald zijn.

Je hebt jarenlang Europa van dichtbij gevolgd. Hoe kijkt Europa eigenlijk naar Vlaanderen?

“Positiever dan wij zelf denken. Vlaanderen heeft internationaal een reputatie van degelijkheid, creativiteit en pragmatisme. Wij focussen hier vaak op onze interne ruzies en institutionele ingewikkeldheid, maar buitenstaanders kijken anders. Zij zien een regio die economisch sterk staat én cultureel veel voortbrengt. Alleen communiceren wij dat niet altijd goed. Nederlanders zijn bijvoorbeeld veel assertiever over hun eigen kwaliteiten. Vlamingen relativeren sneller.”

Je verwijst geregeld naar het belang van culturele netwerken en ontmoetingsplaatsen. Zit daar ook een politieke betekenis achter?

“Absoluut. Wat mij internationaal trouwens altijd is opgevallen, is hoe uitzonderlijk sterk het Vlaamse middenveld uitgebouwd is. Voor ons lijkt dat vanzelfsprekend, maar dat is het niet. In Nederland keek men daar soms echt met verwondering naar. Dat cultuur in Vlaanderen nog zo sterk gedragen wordt door verenigingen, vri willigers en lokale afdelingen: dat vonden veel Nederlanders behoorlijk bijzonder.”

“Organisaties als Davidsfonds spelen daarin een belangrijke rol. Omdat zij ervoor zorgen dat cultuur maatschappelijk verankerd blijft. Cultuur leeft niet alleen in grote musea of prestigieuze zalen. Ze leeft ook in lokale afdelingen, lezingen, debatavonden, leesgroepen, reizen, ontmoetingen. Dat brede netwerk zorgt ervoor dat cultuur geen niche wordt van een kleine elite, maar deel blijft uitmaken van het maatschappelijke weefsel.”

“Dat wordt alleen maar belangrijker in een samenleving die steeds diverser wordt. Als je wil dat nieuwkomers zich verbonden voelen met Vlaanderen, dan moet er ook iets zijn waarmee ze zich kunnen verbinden: een levende cultuur, een taal, gedeelde referenties, tradities, verhalen. Niet als gesloten bastion, maar als uitnodiging. Wie elke vorm van culturele identiteit wantrouwt, maakt integratie uiteindelijk moeilijker, niet makkelijker. Mensen integreren niet in abstracte instellingen, maar in een samenleving die zichzelf kent en ernstig neemt. En dat heeft uiteindelijk ook politieke betekenis. Samenlevingen met sterke culturele netwerken zijn vaak veerkrachtiger. Mensen ontmoeten elkaar daar nog fysiek. Ze luisteren naar elkaar. Dat lijkt banaal, maar in tijden van polarisering is dat enorm belangrijk.”

Dat klinkt bijna alsof cultuur een democratische opdracht heeft.

“Dat heeft ze ook, denk ik. Zonder moralistisch te worden: cultuur creëert plekken waar nuance nog mogelijk is. Waar mensen nog geconfronteerd worden met complexiteit in plaats van slogans. Kijk naar sociale media vandaag, waar alles meteen op de spits wordt gedreven en sentimentaliteit en polarisering de boventoon voeren. Cultuur werkt anders. Een roman, een voorstelling, een concert … vragen aandacht en vertraging. Je wordt verplicht om even uit je eigen gelijk te stappen. Dat is vandaag bijna een politieke daad geworden."

Je klinkt bezorgd over de tijdsgeest.

“Ja, omdat de wereld duidelijk harder wordt. Machtspolitiek is terug. Brutaliteit loont opnieuw vaker. Kijk naar de internationale politiek vandaag: nuance staat onder druk, compromis wordt als zwakte gezien. Net daarom geloof ik dat cultuur belangrijker wordt, niet minder. Een gedicht stopt geen tank, natuurlijk niet. Maar cultuur kan wel verhinderen dat samenlevingen volledig verharden. Ze houdt een vorm van menselijkheid levend. Autoritaire regimes begrijpen dat trouwens heel goed. Daarom controleren ze kunstenaars, media en onderwijs zo streng. Omdat cultuur mee bepaalt hoe mensen naar zichzelf en naar anderen kijken. Ik geloof dus absoluut dat cultuur relevant blijft. Misschien zelfs relevanter wordt. Precies omdat de wereld harder wordt. In tijden van polarisering heb je plekken nodig waar twijfel, ambiguïteit en verbeelding mogen bestaan. Zonder zulke plekken wordt een samenleving meedogenlozer, daar ben ik echt van overtuigd.”