Water inspireerde Händel, Debussy, Beethoven, Telemann, Amy Beach, Tan Dun en zovele andere componisten tot het componeren van meesterwerken. Hoe dat komt en waarom water soms zelf een instrument wordt, vertelt musicoloog en radiopresentator Sander De Keere.
Water is essentieel voor een goede werking van onze organen. En blijkbaar ook voor die van componisten. Ludwig van Beethoven schonk zichzelf ongetwijfeld een groot glas water in na zijn ochtendkoffie, die uit welgeteld zestig koffiebonen bestond. Voor Claude Debussy was water dan weer het symbool van zijn onvervulde kinderdroom om zeiler te worden. En voor de Duits-Engelse componist Georg Friedrich Händel was water simpelweg een podium.
PR-campagne
Op woensdag 17 juli 1717 vulde de Thames in Londen zich met vloten voor wat we gerust de beste PR-campagne van de achttiende eeuw kunnen noemen: een boottochtje van de Britse koning George I. Iets wat iedereen zou en moest gezien hebben.
De vorst stond niet op een al te goed blaadje bij zijn volk. Als voormalige Duitse keurvorst (en voormalige werkgever van Händel in Hannover) sprak hij als nieuwe koning nauwelijks Engels. Hij miste charisma en belandde in de schaduw van zijn immens populaire zoon George II — voor wie Händel tien jaar later de Coronation Anthems componeerde. Tijd dus voor een charmeoffensief.
Voor de majestueuze koningscruise van George I schreef Händel zijn toepasselijke Water Music. Goed voor tweeëntwintig muziekstukken in verschillende dansvormen die de componist met vijftig muzikanten op een groot vlot speelde in de nabijheid van het koninklijke jacht. Het draaiboek was duidelijk: om acht uur ’s avonds stapte George I aan boord bij het St. James’s Palace van Whitehall voor een tocht iets verderop richting Chelsea.
Volgens Google Maps maak je die wandeling langs de kade in een flink uur, maar dat was buiten de timing op het water gerekend. Lokale kranten beschreven de Thames als volledig bedekt met bootjes. De koninklijke vloot had maar liefst vijf uur nodig om richting het diner in de villa van Lord Ranelagh in Chelsea te varen. Stroomopwaarts dan nog.
De muzikanten konden best wel een maaltijd gebruiken, want de koning verzocht Händel om de Water Music nog een tweede maal integraal uit te voeren, tot hun aankomst om één uur ’s nachts. Vervolgens keerde de hele vloot met een volle maag terug naar Whitehall. Opnieuw met de integrale Water Music. Stroomafwaarts, gelukkig. Einde van de PR-campagne om half vijf ’s ochtends.
Water Music
Heel wat klassieke muziek is gecomponeerd met een bepaalde ruimte of context in gedachten. De bezetting is vaak functioneel. Zo schreef Thomas Tallis het veertigstemmige motet Spem in Alium naar alle waarschijnlijkheid voor een achthoekige concertzaal waar 8 vijfstemmige koren verspreid in opgesteld stonden. Het kan ook bijna niet anders dan dat de accenten en rustpunten in de Eroica-symfonie van Ludwig van Beethoven zijn afgestemd op de akoestiek van de concertzaal waar Beethoven repeteerde.
Dezelfde redenering kunnen we maken bij de Water Music van Händel. Waarom zijn er naast de strijkers ook zoveel blazers te horen, zoals hobo’s, fagotten, trompetten en hoorns? Het antwoord spreekt voor zich: het zijn instrumenten die met hun nasale of ronde klank ver kunnen reiken. Lees: vanop het water tot bij het publiek aan de kade.
Water Music is ongetwijfeld een van de meest inspirerende voorbeelden van hoe muziek en water samengaan. Het legde Händel trouwens geen windeieren.
De populariteit van dit werk zou zich vandaag vertalen in miljoenen streams. In zijn tijd was de hype voelbaar door de verkoop van verschillende partituuredities én door de inkomsten van talloze concerten — gelukkig ook op een menselijker uur in een comfortabele concertzaal. Tien jaar later, in 1727 werd Händel genaturaliseerd tot Brit waardoor hij zijn naam voortaan op zijn Engels schreef: George Frideric Handel.
In goed gezelschap
Toch is Händel niet de enige die Water Music in de catalogus heeft zitten. Ook zijn Duitse collega Georg Philip Telemann waagde zich aan het muzikale water. Zes jaar na de Water Music componeerde Telemann de Wassermusik Hamburger Ebb’ und Fluth ter ere van de honderdste verjaardag van de Hamburgse admiraliteit. Als belangrijkste componist van de havenstad verzorgde Telemann op 6 april 1723 het banket met een feestelijke orkestsuite. Een opeenvolging van tien verschillende dansvormen waarin Telemann de zee muzikaal verklankt in al haar mogelijke omstandigheden.
Om het werk voor het publiek herkenbaar te maken, gaf de componist aan de verschillende delen de naam van een mythologische figuur. Personages die bij de zeelieden tot de verbeelding spraken. Zo horen we na het openingsdeel de zeegodin Thetis die als moeder van Achilles eerst nog ligt te slapen onder begeleiding van een trage statige sarabande, om vervolgens wakker te worden met een levendige bourrée. Ook de bewaarder van de winden, Aeolus, is duidelijk te horen in een stormachtige passage waar de wind precies door de violen raast. In een gebalanceerd menuet keert de rust terug over de wateren dankzij Zephyros, de god van de westenwind.
In de laatste twee delen laat Telemann de zeelieden muzikaal weer thuiskomen. Terug aan wal horen we een muzikale eb en vloed, die voor de hygiëne van de stad essentieel waren. Ze dienden als drainage van het rioleringsnetwerk. De Wassermusik sluit af met een dronken dans in het schipperscafé vooraleer een nieuwe werkdag bij de admiraliteit aanbreekt.
De klank van de zee
Ook voor de Franse componist Claude Debussy klonk de zee als thuiskomen. Hij noemde haar ‘ … altijd eindeloos en prachtig. Een plek die toont waar je plaats is’. Als een schilder en plain air trok Debussy naar buiten om naar de zee te luisteren.
Aan de kust van Eastbourne in Sussex componeerde hij in de zomer van 1904 La Mer. Een symfonisch gedicht waar we de grote plas aanschouwen op drie momenten.
Van zonsopgang tot de middag in het eerste deel, met onstuimige tremolo’s in de strijkers en pauken. Ze dienen als achtergrond voor een nieuwe dag die aanbreekt in de klarinetten, fluiten en hoorns. Daarna het spel van de golven die Debussy een zilveren randje geeft door subtiele accenten in het glockenspiel, de cimbalen en de triangel. In het derde deel roept de trompet als het ware een zwemverbod uit. Een gevaarlijke onderstroom is voelbaar in het orkest door de dialoog tussen de wind en de zee.
Schilderkunst inspireert
Debussy mag dan wel een impressionist genoemd worden — door zijn dromerige muziek die een vage indruk geeft — toch klinkt La Mer als één grote woeste expressie van felle kleuren en scènes. Alsof de zee voor Debussy een metafoor was voor zijn eigen muziekstijl: je kunt er geen term op plakken, want elke ervaring is anders.
Mocht Debussy het kind dan toch een naam moeten geven, dan verwees hij steevast naar zijn twee grote voorbeelden uit de schilderkunst: de schilderijen van William Turner (volgens Debussy ‘de beste schepper van mysteries die er in de kunst bestaat’) en De grote golf van Kanagawa, de Japanse houtsnede van Katsushika Hokusai. Dit beeld liet Debussy niet onberoerd. Een afbeelding van dit werk hing op bij hem thuis (zoals we kunnen zien op een foto die Erik Satie nam in juni 1910, met Debussy in het gezelschap van Igor Stravinsky). En voor de eerste uitgave van La Mer stond de golf van Kanagawa op de voorpagina.
Het staat als een paal boven water dat heel wat klassieke muziek geïnspireerd is door de chemische verbinding van twee waterstofatomen en een zuurstofatoom. Neem een duik in bijvoorbeeld de muziek van de Amerikaanse componiste Amy Beach en haar kabbelende pianocompositie By the Still Waters. Of hoor de regendruppels op het dak tikken in de Regendruppelprelude Op.28, no. 15 van Frédéric Chopin, zoals hij die zelf hoorde tikken in zijn kloosterkamertje in Valldemossa op het Spaanse eiland Mallorca. Of luister naar hoe een volledige stad onder water wordt gezet uit wraak en jaloezie in de opera Le roi d’Ys van Édouard Lalo.
Water als instrument
Het gaat zelfs verder, want water is een muziekgenre op zich geworden met de barcarolle. Oorspronkelijk was dit een lied van Venetiaanse gondeliers (‘barca’ betekent boot in het Italiaans). Maar het werd verheven tot een instrumentale muziekvorm op zich, met als belangrijkste kenmerk het dobberende tempo. Als een bootje op het water, zoals in de bekende barcarolle uit de opera Les Contes d’Hoffmann van Jacques Offenbach.
De Amerikaanse componist John Luther Adams wekt dan weer het gevoel op alsof je in het midden van de zee zwemt en rondom alleen maar water ziet. Dat tegelijk benauwend als bevrijdend gevoel horen we in de indrukwekkende klankcompositie Become Ocean (2013). Een symfonisch werk voor drie orkesten die elkaar soms ontmoeten in hun eigen stroming. Een klank even indringend en ongrijpbaar als het water zelf.
En tot slot, wat als water zelf een instrument wordt? De Chinese componist Tan Dun woonde als kind op het platteland en noemt water ‘de tranen van de natuur’. In 1999 componeerde hij op vraag van de New York Philharmonic het Water Concerto voor orkest en waterpercussie.
De solist krijgt een waslijst van negentien instrumenten of attributen die het geluid van water kunnen imiteren (zoals een waterfoon of ocean harp) of die water nodig hebben om klank te kunnen produceren (zoals een waterbassin of een houten slakom die ondersteboven op het water drijft en zo als percussie-instrument dienst doet). In die lijst van instrumenten vindt de solist ook één praktisch attribuut: een handdoek om tussendoor je handen af te drogen.
Sander De Keere is musicoloog, componist, radiopresentator en podcastmaker bij Klara (VRT). Verder geeft hij lezingen over klassieke muziek. Als klassiek componist verscheen van Sander De Keere in 2022 zijn debuut-EP Primitive Structures (W.E.R.F. Records). Als eerbetoon aan de Amerikaanse componiste Ruth Crawford bracht hij in november 2023 een nieuwe pianocompositie uit, zeventig jaar na haar dood. Ondertussen werkt hij aan een eerste album.