december 2025, 4

Wat als mondelinge geschiedenis niet beperkt blijft tot het afnemen van interviews, maar je tegelijk ook persoonlijke voorwerpen, foto’s of documenten van de vertellers in de collectie opneemt? Dit artikel schetst hoe mondelinge geschiedenis, collectievorming en participatief onderzoek bij het Industriemuseum hand in hand gaan. Op welke manier biedt dit een meerwaarde om de verzameling te actualiseren en diversifiëren? Welke kansen en valkuilen brengt die aanpak met zich mee?

Al van bij de eerste projecten mondelinge geschiedenis in de jaren 1980 hanteert het Industriemuseum de methode van de ‘levensloopbenadering’. De interviewer bevraagt geen specifieke gebeurtenis of vertrekt niet van een aantal afgebakende onderzoeksvragen, maar doorloopt de biografie van de verteller met nadruk op het werkverleden. Elk interview start met de herinneringen aan de vroege jeugd; vervolgens laten we de verteller terugblikken op de opleiding, professionele loopbaan, vrijetijdsbesteding en gezinssituatie. De kracht van deze aanpak is dat ervaringen van mensen geplaatst worden binnen het geheel van hun levensgeschiedenis. Zo wordt duidelijker hoe bijzondere gebeurtenissen zijn ontstaan en wat ze voor iemand betekenen.1

Onder de toepasselijke noemer Hun werk, hun leven zijn de voorbije jaren volgens die methode interviews afgenomen met werknemers en werkgevers van verschillende industrietakken: de textielindustrie (2017, 47 interviews), de grafische industrie (2018, 14 interviews) en de metaalindustrie (2023, 31 interviews). De opnames van de interviews worden samen met de randdocumenten (identificatiefiche, gebruiksovereenkomst, transcriptie) geregistreerd en duurzaam bewaard in de collectie. Ze vormen interessante bronnenreeksen voor huidig en toekomstig onderzoek. In totaal gaat het om 134 opname-uren en 2.936 bladzijden aan herinneringen, informatie en verhalen: voer voor een scala aan relevante onderzoeksvragen. Door de methodologie van de levensloopbenadering reikt de inhoud verder dan verhalen over het werk in de desbetreffende industrietak. Het interview geeft ook inzicht in beroepskeuzes, sociale mobiliteit, de combinatie werk-vrije tijd, onderlinge arbeidsverhoudingen enz.


Het Industriemuseum gebruikt sinds de jaren 1980 de levensloopbenadering: interviewers volgen de volledige biografie van getuigen, gefocust op hun werkverleden, zonder vooraf afgebakende onderzoeksvragen.

Een opening in het Industriemuseum in 2018.

Behalve die meerwaarde voor collectievorming en onderzoek biedt mondelinge geschiedenis ook de kans om op een impactvolle manier met het publiek in interactie te gaan. Mensen krijgen letterlijk en figuurlijk een stem en dragen bij aan de collectie. Dat hadden de pioniers van het Industriemuseum – toen nog MIAT – in 1980 al ondervonden, toen ze bij het eerste oral-historyproject Hun werk, hun leven tachtig textielarbeiders interviewden. “De tentoonstelling en de publicatie met verhalen die eruit voortvloeiden waren een overweldigend succes! We gaven een hele community een gezicht”, blikte de toenmalige projectcoördinator Bie De Graeve er later op terug. Als museum geven we zo de geschiedenis van onderbelichte individuen en groepen aandacht en erkennen we hun bestaansrecht.

Ontmoetingsdagen en hun sneeuwbaleffect

Binnen die onderzoeks- en collectieaanpak zijn de ontmoetingsdagen in het Industriemuseum een vaste waarde. Het doel ervan gaat verder dan enkel het vinden van geschikte vertellers voor het lopende project mondelinge geschiedenis. De ontmoetingsdagen zijn intussen een beproefd recept om nieuwe contacten met levende getuigen uit te bouwen en onontdekte onderzoekssporen en verhalen te sprokkelen. Zo’n event in een informele setting – met de obligate taart en koffie – vormt het ideale startpunt om wederzijds kennis te maken en basisvertrouwen te winnen.

Zowel voor als tijdens de ontmoetingsdag geven we expliciet aan dat mensen foto’s, documenten of personalia mogen meenemen en aanbieden, omdat die potentieel interessant zijn voor het museum. Die oproep doen we altijd in voorwaardelijke wijs, want vaak valt niet in één oogopslag of na één gesprek te bepalen of iets relevant is voor de museum- of bibliotheekcollectie. Omgekeerd heeft ook de verteller of schenker soms tijd nodig om het nog even te laten bezinken of met de familie te overleggen. Soms hecht iemand veel emotionele waarde aan persoonlijke bezittingen en wil die er (nog) geen afstand van doen. Of rijst de vraag: zal het museum die zaken wel gebruiken en delen, en hoe dan? Verdwijnen ze voor altijd in donkere depots, worden ze ooit tentoongesteld? De aanwezigheid van collectiemedewerkers met een live scanpost, onderzoekers die het lopende project toelichten en vertelsalons waar mensen hun verhaal kunnen nalaten maken de bewaarfunctie en onderzoekswerking van het museum meer kenbaar en bevattelijker. Met zo’n fysieke bijeenkomst creëren we openheid en vertrouwen om wederzijdse verwachtingen uit te spreken. Omdat we nooit iedereen bereiken, nemen we ook gericht en proactief een-op-eencontact op met mensen die mogelijks interessante kennis, voorwerpen of verhalen met het museum kunnen delen. Personen verwijzen na afloop van een interview of contact ook vaak door naar oud-collega’s of kennissen. Zo gaat de spreekwoordelijke sneeuwbal aan het rollen.

Verhalen en voorwerpen: 1 + 1 = 3

“Mondelinge geschiedenis,” zegt de Indische journaliste Meena Menon, “houdt in dat we voortdurend meer leren en meer lagen toevoegen aan wat we weten over het verleden”.2 De combinatie van levensverhalen met tastbare memorabilia zorgt voor een extra surplus. In de tentoonstellingen en de (online) collectie van het Industriemuseum wordt mondelinge geschiedenis vaak naast andere soorten collecties geplaatst. Bij de metadatering en registratie in de collectiedatabank worden het interview en de geschonken voorwerpen of foto’s aan elkaar gelinkt. Dat biedt vaak een boeiende manier om aan de slag te gaan met historische bronnen en historische kritiek. Een interview voegt extra lagen informatie toe aan wat een object, foto of document ons vertelt. De collectiestukken krijgen als het ware een stem. En omgekeerd krijgen de audiogetuigenissen extra informatie, contextualisering en een gezicht. Samen maken die microgeschiedenissen de grotere historische gebeurtenissen en evoluties concreter, herkenbaarder en completer. Dat versterkt de collectie als onderzoeks- en inspiratiebron en biedt ook voor tentoonstellingen of publieksproducten veel voordelen. Een statische collectie wordt als het ware vermenselijkt. Onderzoekers en het publiek leren de menselijke kant van de geschiedenis kennen.

Metalen houdertje waarin Conny haar aardappelmesje en haak in stopte, nodig om het geklitte garen door te snijden en de draden opnieuw aan te leggen op de machine. Collectie Industriemuseum.

Het hedendaags en participatief verzamelen van levensgeschiedenissen vergt een andere aanpak en ‘mindset’ en brengt vragen met zich mee. Zijn alle verhalen en voorwerpen ‘museumwaardig’ om in de collectie op te nemen? Betrek je de mensen zelf in die waardering en selectie, en hoe? Wat als mensen de voorwerpen niet willen schenken? Bewaar of documenteer je dat materiële spoor dan op een andere manier? Verder probeert het Industriemuseum ook aandacht te schenken aan de zogenaamde blinde vlekken en de stemmen die we niet horen. Dat blijft een continue zoektocht en evenwichtsoefening. Hoe zet je de tijd, talenten en middelen van onderzoekers en collectiemedewerkers in als je zowel verdiepend archiefonderzoek als sterke participatieve projecten nodig hebt om die meerstemmigheid en kritische dialoog te bereiken? Mensen laten participeren aan de museumcollectie en -werking wil niet zeggen dat je zomaar alle aanbiedingen in de collectie opneemt. Het helpt om thematische lijnen af te bakenen en uit te stippelen, waarbij we ons telkens richten op één onderzoeksthema of deelcollectie. De verschillende opdrachten van het museum – mondelinge geschiedenis, publiekswerking, wetenschappelijk onderzoek, collectiewaardering- en verwerving, het opzetten van tentoonstellingen – worden dan aan elkaar gekoppeld en afgestemd. Participatie loopt daarbij als een rode draad doorheen de werking. Ook het lopende onderzoeks- en expoproject over computererfgoed pakken we op die manier aan.

Live scanposten, projecttoelichting door onderzoekers en vertelsalons maken de bewaar- en onderzoeksfunctie van het museum toegankelijker en begrijpelijker voor bezoekers.

Fabrieksrelieken

Soms lijken aangeboden objecten en foto’s op het eerste gezicht banaal, maar krijgen ze in combinatie met het interview of andere collectiestukken een diepgaandere betekenis. In 2017 werd Conny Van Neste samen met haar moeder geïnterviewd over hun levensgeschiedenis en werk in de Gentse vlasfabriek Lys-Liève.3 Een jaar voor de definitieve fabriekssluiting in 2000 zei Conny de fabriek vaarwel. Enkele werkspullen nam ze mee naar huis en bewaarde ze jarenlang zorgvuldig. Bijna twintig jaar later haalde ze die voorwerpen en herinneringen erbij tijdens het interview.

Het notitieboekje bevat persoonlijke krabbels over de productiecapaciteit en technische euvels van een nieuwe machine. Als egodocument van een arbeider – niet terug te vinden in bedrijfsarchieven – onthult het schriftje dat een fabrieksjob meer was dan een machineknop aanzetten en monotoon bandwerk verrichten. Vastgeroeste denkbeelden worden op die manier bijgeschaafd en bijgekleurd: voor machinewerk was ook dikwijls technisch inzicht en denkwerk vereist. De gereedschapsspullen van Conny – een mesje en haak met verweerd handvat – maken tastbaar welke handelingen ze dag in dag uit uitvoerde aan de vlasspinmachine. In het interview vertelt ze ook over de plastieken bril die ze droeg, nadat de ringetjes van de spinmachine al drie maal in haar oog terechtkwamen. Een PMB (persoonlijk beschermingsmiddel), op eigen initiatief persoonlijk aangekocht bij de plaatselijke optieker.

Dergelijke objecten en verhalen leggen een andere historische waarheid bloot. Ze laten zien dat er vaak een discrepantie is tussen formele voorschriften en wetten enerzijds, en de praktijk en de gebruiken op de werkvloer anderzijds. Tot slot worden er bij interviews en ontmoetingsdagen door werkgevers en werknemers vaak foto’s geschonken die wezenlijk verschillen van het beeldmateriaal dat bijvoorbeeld in bedrijfsarchieven, persartikels of publicaties bewaard wordt. Daar gaat het vaak om geposeerde foto’s, genomen door een professionele fotograaf. De persoonlijke foto’s werpen een uniek licht op de microkosmos van de werkvloer en hebben een grote documentaire waarde.

Als het Industriemuseum dergelijke interviews, beelden en voorwerpen bewaart, wordt niet alleen de collectie gevoed. Door die levensverhalen in te zetten als mondelinge bron voor onderzoek en te delen in expo’s of publieksactiviteiten vullen we het collectieve geheugen aan en verrijken we het.

Notitieboekje van Conny Van Neste, die in de jaren 1980-1990 in vlasfabriek La Lys-Liève. Het boekje bevat aanwijzingen en bevindingen rond de nieuwe spinmachine die in de vlasfabriek was geïntroduceerd, ca. 1990.  Collectie Industriemuseum

Notitieboekje van Conny Van Neste, die in de jaren 1980-1990 in vlasfabriek La Lys-Liève. Het boekje bevat aanwijzingen en bevindingen rond de nieuwe spinmachine die in de vlasfabriek was geïntroduceerd, ca. 1990.

Meer dan storytelling en sappige quotes

Bij woorden als ‘collectieverwerving’, ‘digitale ontsluiting’ of ‘handgiftformulier’ horen veel mensen het in Keulen donderen. Veel instellingen gaan met mondelinge geschiedenis aan de slag en er worden podcasts bij de vleet gemaakt, maar de duurzame bewaring krijgt minder aandacht. De juridisering van collectiebeheer en museumwerk staat soms haaks op de vertrouwensband die je met een verteller opbouwt. Toch vindt het Industriemuseum die standaardisering van procedures voor het verkrijgen van geïnformeerde toestemming, documentatie, catalogisering en bewaring essentieel. We mikken daarbij op procedures die zowel praktisch zijn als rekening houden met de wensen van de geïnterviewden. We betrekken levende personen bij de museumcollectie en het onderzoek, en dat vergt een specifieke aanpak wat betreft het (tijdelijke) behoud en beheer van de geschonken verhalen en voorwerpen. We proberen op allerlei manieren consistente en langdurige relaties te onderhouden met de mensen die we interviewen. Vaak zit die nazorg in kleine zaken. Zo krijgen de schenkers een digitale kopie van de gescande foto’s en voorwerpen en nodigen we vertellers uit voor alle expo-openingen van het museum. Wanneer externe onderzoekers of productiehuizen met een bepaald verhaal aan de slag willen gaan, contacteren we de vertellers eerst zelf. Momenteel werkt het Industriemuseum aan een bevattelijke infoflyer waarin we in mensentaal uitleggen wat mondelinge geschiedenis is, hoe we met de interviews omgaan en bij wie ze achteraf terechtkunnen. Op die manier proberen we regelmatig contact te onderhouden met de bijdragers aan onze collectie. We willen ervoor zorgen dat zij zich nog steeds op hun gemak voelen bij het feit dat hun interviews of objecten worden tentoongesteld of openbaar toegankelijk zijn. Zeker met het online delen van interviews en privacygevoelige zaken van levende personen springen we zorgvuldig om. In het licht daarvan zijn de ervaringen van Red Star Line Museum (zie ook hun artikel in dit dossier) en de ethische code en het lopende Nederlandse StoRe-project4 inspirerend. Musea en archieven hebben de belangrijke taak om te investeren in die langetermijnbewaring en -ontsluiting van mondelinge bronnen. We moeten erover waken dat mondelinge geschiedenis niet eenzijdig verengd wordt tot storytelling en het delen van fragmentaire anekdotes. Want vaak worden dan de meest ‘sappige verhaaltjes’ geselecteerd, en kleuren die quotes de collectieve herinnering.

Om haar ogen te beschermen tegen de soms losschietende ringetjes van de spinmachine kocht Conny deze plastic bril bij de plaatselijke optieker, jaren 1990. Collectie Industriemuseum

Om haar ogen te beschermen tegen de soms losschietende ringetjes van de spinmachine kocht Conny deze plastic bril bij de plaatselijke optieker, jaren 1990

Conservator Hilde Langeraert werkt sinds 2013 in het Industriemuseum en heeft een grote boon voor industrieel erfgoed, sociaaleconomische geschiedenis en werken met mensen.

  1. 1. S. LEYDESDORFF, Oral history. De mensen en hun verhalen. Amsterdam, Prometheus, 2021, p. 60.
  2. 2. P. SESHADRI, ‘Listening to History: The Role of Oral Histories in Museum Collections’ op: https://www.historyworkshop.org.uk/oral-history/listening-to-history/
  3. 3. Een fragment van het interview en een korte bio van de verteller is beschikbaar op: https://www.industriemuseum.be/nl/collectie-item/interview-met-conny-van-neste-over-haar-werk-in-de-gentse-textielindustrie
  4. 4. StoRe staat voor Storing oral histories for future Reuse across communities’en richt zich op het toegankelijk maken van bestaande infrastructuren en het stimuleren van hergebruik van oral-historydata. Meer info op: https://sprekendegeschiedenis.nl/project/store/