Wie in 2024 dacht dat de grenzen van de gekte bereikt waren, moest in 2025 nieuwe krijtlijnen trekken. Wreedaardige oorlogen in Oekraïne en Gaza, een ontketende Donald Trump in het Witte Huis en ook dichter bij huis debatten die verharden tot stompzinnige scheldpartijen: het publieke gesprek lijkt uitgeput. Beelden en meningen stromen dag en nacht over ons heen. Vroeg of laat overvalt iedereen hetzelfde gevoel van machteloosheid. Wat kunnen wij doen als toeschouwers van het wereldtoneel? Wat is goed burgerschap? Is het ons lot om machteloos toe te kijken of kunnen we toch op een of andere manier een positief verschil maken?
Christophe Busch: “Mensen voelen dat er iets aan het verschuiven is. Het systeem dat na 1945 is opgebouwd – de overtuiging dat vooruitgang en stabiliteit vanzelfsprekend zijn – begint te verstijven. De Zweedse arts en statisticus Hans Rosling beschreef in zijn boek ‘Feitenkennis: 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt’ (2018) hoe de wereld er decennialang op vooruitging: armoede nam af, kindersterfte daalde, steeds meer mensen leefden in democratieën ... Rosling toonde met cijfers dat de mensheid veel bereikt had, ook al zagen we dat zelf vaak niet meer. Maar ergens na de eeuwwisseling keerde het tij. Vandaag zien we autoritaire tendensen en een groeiend gevoel van onrust. Mensen voelen intuïtief dat het niet goed gaat.”
“Dat gebeurt bovendien in een omgeving die totaal anders is dan vroeger. De nieuwe communicatietechnologieën – sociale media, artificiële intelligentie – beïnvloeden niet alleen wat we weten, maar ook wat we voelen. Sommige mensen trekken zich terug: “Ik wil rust, ik disconnecteer.” Anderen proberen net weer te verbinden door fysiek aanwezig te zijn, elkaar opnieuw op te zoeken. Dat laatste geeft mij hoop. Want menselijkheid, denk ik, groeit altijd in het nabije, in het lokale, in de directe relatie met een ander.”
“Ik ga je een enigszins vermakelijk voorbeeld geven. Op YouTube circuleert er een filmpje over een American-footballspeler die van club verandert. Fans krijgen op straat de kans om hun mening te geven: ze schelden hem uit, noemen hem een verrader. Ze nemen geen blad voor de mond en ventileren ongefilterd hun gedacht. Tot hij zelf opeens voor hen staat. Hun toon slaat meteen om: verlegen, beleefd, bijna schuchter. Dat verschil zegt alles. Online roepen we en zijn er schijnbaar geen grenzen, in het echte leven lezen we elkaar: in een blik, een intonatie, een gebaar. Zet mensen met tegengestelde meningen samen aan een tafel, geef hen een koffie of een pint en er komt nuance, nieuwsgierigheid. Dat is menselijkheid. Dat is ook waarom plekken van ontmoeting zo belangrijk blijven: de buurtvereniging, de jeugdbeweging, Davidsfonds. Daar kunnen mensen nog met elkaar spreken, voorbij de ruis van algoritmes. Het zijn de plaatsen waar we weer leren luisteren en waar een samenleving ademhaalt.”
“De oude zuilen zijn verdwenen en de parochiezaal van mijn grootmoeder is er niet meer. Maar de drang om iets voor elkaar te betekenen, die is gebleven, alleen in nieuwe vormen”
“Dat stel ik ook vast. Ze leven in een constante prikkelstroom van duizenden stemmen, beelden, meningen … Maar dat alles speelt zich af in een virtuele ruimte. Dat heeft zo zijn gevolgen. We zien een toename van psychische problemen, het gevolg van de pandemie, van sociale media, maar ook van de toonaard van onze tijd. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw overheerste het geloof dat alles beter werd. Vandaag voelen jongeren dat die belofte afbrokkelt: klimaat, oorlog, onzekere vooruitzichten. Sommigen zeggen: ‘Ik wil geen kinderen, het is toch om zeep.’ Dat is een alarmsignaal. We moeten hen helpen weer contact te maken met de echte wereld. Ik ben blij dat mijn kinderen in de jeugdbeweging zitten. Tien dagen zonder gsm, in de natuur, met vrienden. Daar ervaar je wat nabijheid en verantwoordelijkheid betekenen, dat moet deel uitmaken van je vorming als mens. De realiteit is geen scherm: ze ruikt, ze botst, ze beweegt.”
“Vlaanderen heeft nog steeds een ongelooflijk rijk middenveld. Dat besef groeit telkens wanneer ik naar een Davidsfonds-evenement trek of als ik in de jury zit van de Helden van de Democratieprijs van Knack. Als je ziet hoeveel mensen zich daar vrijwillig inzetten – voor armoedebestrijding, voor inclusie, voor democratie, voor hun wijk of vereniging – dan weet je: er is nog veerkracht. De oude zuilen zijn grotendeels verdwenen en de parochiezaal van mijn grootmoeder is er niet meer. Maar de drang om iets voor elkaar te betekenen, die is gebleven, alleen in nieuwe vormen.”
“Tijdens de energiecrisis of ook de pandemie zag je dat in volle actie: vrijwilligers die gezinnen hielpen, voedselbedelingen die spontaan ontstonden, buurtwerkingen die elkaar versterkten ... Dat is het weefsel waarop een samenleving drijft. Niet de grote systemen, maar de kleine, concrete daden van solidariteit. Daar leeft de burgerzin. Dáár haalt de democratie adem.”
“Davidsfonds is een plek waar vragen nog mogen bestaan, waar luisteren belangrijker is dan roepen”
“Davidsfonds maakt onmiskenbaar deel uit van dat verhaal. Ik kom er geregeld spreken, binnen Davidsfonds Academie of in lokale afdelingen. Wat me telkens treft, is de oprechte honger naar inzicht. Mensen komen niet om bevestigd te worden in wat ze al denken, maar om te begrijpen, te leren, zich te laten uitdagen. Dat is zingeving én burgerschap tegelijk. Wanneer burgers elkaar ontmoeten rond cultuur, geschiedenis, taal of filosofie, ontstaat er iets kostbaars: een beleefde dialoog zonder vooroordelen. Dat is precies wat onze tijd nodig heeft. Davidsfonds is een plek waar vragen nog mogen bestaan, waar luisteren belangrijker is dan roepen. En als je die plekken samen bekijkt – Davidsfonds, het lokale verenigingsleven, jeugdbewegingen, buurtinitiatieven – dan zie je een netwerk van betekenis. Het zijn de zuurstofbellen van onze samenleving.”
“Omdat ze de olifant aanspreken en niet de berijder. De Amerikaanse sociaalpsycholoog Jonathan Haidt (auteur van ‘Generatie Angststoornis’ en ‘De Gelukshypothese’) gebruikt dat beeld om te tonen hoe emoties en redelijkheid in de mens samenwerken. Hij vergelijkt ons brein met een olifant en zijn ruiter: de ruiter is rationeel, maar het is de olifant – ons grotere, intuïtieve en emotionele brein – die het grootste gewicht heeft en uiteindelijk beslist waar we naartoe gaan. Populisten begrijpen dat mechanisme maar al te goed: ze richten zich niet tot ons verstand, maar tot onze gevoelens. De Amerikaanse president Donald Trump is daar een schoolvoorbeeld van. De Gentse econoom en hoogleraar Koen Schoors (auteur van ‘Alles wordt anders … en beter’) noemt hem een ‘maffiabaas met mentale flatulentie’; een wrange grap, maar niet onjuist. Trump is een begenadigd olifantfluisteraar: hij weet precies welke emoties hij moet bespelen: angst, verlies, verontwaardiging, blinde woede. ‘De wereld verandert, jij verliest alles’, dat is zijn boodschap.”
“Die angst is trouwens niet helemaal verzonnen. In regio’s waar fabrieken sloten, de banken wegtrokken en de bussen niet meer rijden, waar buurten ontwricht raakten, is er echt verlies. Werk, waardigheid, vertrouwde gezichten verdwijnen. En dan komt er iemand die zegt: ‘Ik zal het oude herstellen.’ Dat klinkt verleidelijk, zeker als je het gevoel hebt dat niemand anders nog luistert. Maar de geschiedenis leert: wie alles belooft te zuiveren, eindigt met verwoesting. We mogen dus niet neerkijken op wie vatbaar is voor dat discours. We moeten begrijpen welke pijn eronder zit. Pas dan kan je iets herstellen.”
“We moeten opnieuw leren denken in termen van ‘wij’ in plaats van ‘ik tegen de rest’. Dat klinkt simpel, maar het is misschien de moeilijkste opdracht van deze tijd”
“Ja, en het is belangrijk om die ongelijkheid eerlijk te benoemen. In de voorbije decennia zijn veel mensen beter geworden, maar niet iedereen. Wie toegang had tot onderwijs, wie kon investeren of ondernemen, ging vooruit. Wie dat niet had, bleef vechten om rond te komen. De pandemie toonde dat scherp. Ik woon in Gent, in een huis met tuin. Voor mij en mijn gezin was die periode best wel draaglijk. Maar voor gezinnen in een appartement met vijf kinderen was het de hel op aarde. En toch deden we toen vaak alsof iedereen ‘hetzelfde’ meemaakte. Dat is gewoon niet waar.”
“Zeggen dat iedereen dezelfde kansen heeft, is een leugen die vertrouwen ondermijnt. Mensen voelen dat ze niet worden gezien en dan keert hun frustratie zich tegen het systeem. Dat doet me denken aan de Franse filosoof Julien Benda, die al in 1927 zijn beroemde essay ‘La Trahison des clercs’ (‘Het verraad van de intellectuelen’) schreef. Benda waarschuwde dat denkers en academici hun roeping verraden wanneer ze hun kennis inzetten voor macht of eigenbelang in plaats van voor het algemeen welzijn. Dat idee blijft ontstellend actueel. Wie inzicht en kennis bezit, draagt de verantwoordelijkheid om ze in te zetten voor het geheel. Wanneer we dat nalaten, verliezen we geloofwaardigheid en dan groeit het wantrouwen tegenover wat men gemakshalve ‘de elite’ noemt. Dat wantrouwen is vandaag overal tastbaar.”
"We vergeten inderdaad hoe kwetsbaar democratie is. In de Verenigde Staten zie je hoe instellingen worden uitgehold, hoe rechtspraak politiek wordt. Trump had zijn plannen – Project 2025 van de Heritage Foundation – open en bloot klaar. Hij maakte niet in het minst een geheim van zijn extreme missie en toch dacht men: ‘Zo ver zal het niet komen.’ En zie. Dat is de les: democratie kan verdwijnen, zelfs veel sneller dan we denken. In het Hannah Arendt Instituut verwijzen we graag naar August Landmesser, de man die in 1936 als enige zijn arm níet strekte tussen honderden Hitlergroeten. Eén mens die weigert mee te doen, die zijn autonomie bewaart, wordt een symbool van morele moed. Landmesser belichaamt wat Arendt bedoelde wanneer ze zei dat macht ontstaat waar woord en daad samenvallen. De enige manier om de democratie te bewaren, is ze telkens opnieuw te oefenen. Door tegenspraak toe te laten, door dialoog te beschermen, door compromissen te waarderen in plaats van te verachten. Dat vraagt moed, tijd en aandacht. We moeten opnieuw leren denken in termen van ‘wij’ in plaats van ‘ik tegen de rest’. Dat klinkt simpel, maar het is misschien de moeilijkste opdracht van deze tijd.”
“Politiek is geen roeping tot roepen, het is de kunst van het samen denken en handelen”
“We zijn vergeten wat politiek in wezen is. Vraag aan mensen wat politiek betekent en ze antwoorden: verkiezingen, partijen, peilingen. Maar politiek is in oorsprong iets anders, het is de ruimte waar we elkaar ontmoeten, waar meningsverschil mag bestaan, waar we verantwoordelijkheid delen. Jean-Luc Dehaene zei ooit: ‘Ik was een politicus van de fysieke wereld.’ Dat vat het mooi samen. Hij kon zich terugtrekken, luisteren, nadenken, onderhandelen. Vandaag leven politici in een digitale omgeving waarin alles onmiddellijk moet. Een crisis breekt uit – en door de hijgerige media-omgeving groeit een prul al snel uit tot een crisis – en binnen het uur moet er een pushbericht zijn, een tweet, een uitspraak. Maar veel kwesties vragen traagheid, herkauwen, nuance. We hebben leiders nodig die stilte als een kracht zien, zich niet laten opjutten en die niet in elke politieke opponent een vijand zien, maar een gesprekspartner. Politiek is geen roeping tot roepen, het is de kunst van het samen denken en handelen.”
“We moeten terug naar de idee van macht, tegenmacht en redelijke tegenspraak. Democratie leeft bij botsing, maar niet bij vernietiging. Compromissen zijn geen teken van zwakte, maar het bewijs dat je de ander erkent als deel van dezelfde gemeenschap. Ik denk vaak aan de Amerikaanse senator John McCain (1936–2018), Republikein, voormalig presidentskandidaat en oorlogsheld. Tijdens zijn campagne in 2008 begon iemand uit het publiek Barack Obama uit te schelden. McCain greep toen de microfoon en zei: ‘Ik ben het met hem oneens over veel dingen, maar hij is een fatsoenlijk man met een mooie familie.’ Dat is her-menselijken. In een tijd waarin alles tot vijandschap wordt versmald, getuigde dat van morele moed. Zulke gebaren zijn zeldzaam geworden, maar ze herinneren ons eraan wat politiek eigenlijk hoort te zijn: een oefening in waardigheid.”
“Ik geloof dat mensen opnieuw kunnen beginnen. Dat begint met morele verbeelding: de moed om te denken dat het ook anders kan”
“Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Optimisme zegt dat het vanzelf wel goed komt. Hoop zegt dat het goed kan komen, als we handelen. Hannah Arendt noemde dat nataliteit: het vermogen om iets nieuws te beginnen, zelfs midden in de chaos. Dat vermogen zit diep in de mens. Na elke catastrofe is er iemand die opstaat, een steen opraapt, een muur herstelt. Kijk naar de oorlogen die vandaag woeden: de eerste stap is altijd stoppen met doden, daarna komt het bouwen. De geboorte van iets nieuws vraagt ruimte en die ontstaat pas wanneer het geweld zwijgt. Ik geloof dat mensen opnieuw kunnen beginnen. Technologische innovaties kunnen helpen, maar het begint met morele verbeelding: de moed om te denken dat het ook anders kan. Wellicht zullen de crises in de wereld nog erger worden voor we die stap zetten, maar de mogelijkheid is er. Dat is de kern van hoop: niet wachten op redding, maar beseffen dat we zelf kunnen handelen. Dat handelen is niet het alleenrecht van ‘de grote leiders’, het kan klein beginnen. Iedereen kan bijdragen aan dat vermogen om iets nieuws te beginnen, bijvoorbeeld door te luisteren naar iemand die je niet begrijpt in plaats van meteen je schouders op te halen, of erger: uit je krammen te schieten. Door een maaltijd te delen. Door een echt gesprek te voeren dat niet op likes mikt. Daar, in dat kleine menselijke gebaar, groeit de kiem van iets nieuws.”
• Christophe Busch (°1977) is criminoloog en historicus.
• Hij leidt het Hannah Arendt Instituut in Mechelen, dat onderzoek doet en vertaalt omtrent burgerschap, stedelijkheid en diversiteit.
• Eerder was hij directeur van Kazerne Dossin en werkte hij rond thema’s als mensenrechten, polarisatie en radicalisering.
• Auteur van onder meer ‘De duivel in elk van ons. Van Holocaust tot terrorisme: hoe gewone mensen in staat zijn tot buitengewoon kwaad’.
• Busch is betrokken bij de Helden van de Democratieprijs
• Hij geeft lezingen binnen Davidsfonds Academie.
• Hij woont in Gent en is vader van twee kinderen.