Sinds de jaren 1980 woont en werkt er een groeiende gemeenschap van sikhs in België. Tegenwoordig telt ze meer dan twintigduizend leden en kan je de sikhs vinden van Sint-Truiden tot Gent en van Antwerpen tot Knokke. Toch blijft de geschiedenis van hun migratie en hun rijke religieuze en culturele erfgoed onderbelicht. In het kader van een KADOC-erfgoedproject zoeken we met de sikhs naar antwoorden op enkele vragen. Hoe kwamen ze naar België? Welke rol spelen de gurdwara’s of godshuizen in de ondersteuning van het gemeenschapsleven en in hun identiteitsbeleving? En hoe gaan ze zelf om met hun erfgoed?
De geloofsgemeenschap van de gurdwara in Sint-Truiden luistert naar de recitaties van de Guru Granth Sahib (2024).
Anno 2025 telt het sikhisme tussen vijfentwintig en dertig miljoen aanhangers, van
wie de meeste in de Punjab-regio in het noorden van India wonen. De wortels liggen in de poëtische openbaringen en reizen van goeroe Nanak (1469-1539). Dat maakt het sikhisme tot een van de ‘jongste’ grote levensbeschouwingen. Na goeroe Nanak volgen nog negen goeroes, die elk de leer van goeroe Nanak verder ontwikkelden. De laatste goeroe, Gobind Singh (1666-1708), besliste de lijn te sluiten en riep de geschriften van zijn voorgangers, de Guru Granth Sahib, in 1708 uit tot de laatste en eeuwige goeroe. Naast die heilige geschriften hebben de sikhs enkele bijzondere gebruiken en attributen, waaronder de kesh (het ongeknipt laten van het haar, dat vaak bedekt wordt met een tulband), de kangha (een houten kam), de kara (een ijzeren of stalen armband), de kachera (een katoenen onderbroek) en de kirpan (een dolk of zwaard als symbolische verdediging tegen onrecht). Ook aan hun achternamen zijn ze te herkennen: alle mannen heten Singh, wat leeuw betekent, en alle vrouwen heten Kaur, wat staat voor prinses.
De geschiedenis van de sikhs in België gaat terug tot de Eerste Wereldoorlog. De
sikhs hadden al sinds de achttiende eeuw een reputatie van uitstekende krijgers. Ze werden daarom – als onderdanen van het Britse koloniale rijk – vaak ingezet tijdens conflicten. Op 22 oktober 1914 namen ze met het Brits-Indische leger deel aan de Eerste Slag bij Ieper, maar ze leden grote verliezen en werden uiteindelijk door de Duitsers tot de aftocht gedwongen als gevolg van materiële tekorten en een falende communicatie. Tijdens de Tweede Slag bij Ieper, die een jaar later plaatsvond, sneuvelden er op een week tijd bijna vierduizend Indische soldaten door Duitse gasaanvallen. Na die aanval werden Indische soldaten – en dus ook de sikhs – nog slechts zelden ingezet in België en raakte hun rol tijdens de Grote Oorlog grotendeels in de vergetelheid. Tegenwoordig staat er wel een monument voor de Indische troepen nabij het voormalige slagveld in Hollebeke. De sikhgemeenschap komt er elk jaar op Wapenstilstandsdag samen. Je kan de namen van vermiste sikhsoldaten ook terugvinden op de Menenpoort in Ieper.
Een Belgische en een sikhsoldaat bij een ziekenhuis in Londen tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Pas in 1971 vestigden de eerste sikhfamilies zich permanent in België. Ze kwamen
niet uit India, maar uit Oeganda, waar ze als arbeidsmigranten verbleven en uiteindelijk moesten vluchten voor het beleid van dictator Idi Amin. De groep was erg beperkt en bestond slechts uit enkele families. Vanaf de jaren 1980 kwam ook de migratie vanuit India op gang. Daarbij speelden economische motieven, maar er waren ook sikhs die als politiek vluchteling in België aankwamen. Er bestonden immers al langer spanningen tussen de Indiase overheid en de sikhs in de Punjab: een landbouwhervorming zorgde voor veel werkloosheid en er was ook onvrede over de niet-ingeloste beloftes van de regering voor een grotere autonomie voor de regio.
Die spanningen leidden in juni 1984 tot een aanval van het Indiase leger op de Gouden Tempel, het voornaamste heiligdom van de sikhs in de stad Amritsar. Een van de belangrijkste voorvechters voor meer autonomie hield zich immers schuil in de tempel. De aanval resulteerde uiteindelijk in de dood van meer dan vierduizend gelovigen en wordt door de sikhs gezien als een etnische zuivering. De gebeurtenissen leidden enkele maanden later tot de moord op de Indiase premier Indira Gandhi door haar eigen sikhlijfwachten. In de dagen nadien vonden er in Delhi en in de rest van India geweldplegingen plaats tegen de sikhs, waarbij er volgens schattingen tussen achtduizend en zeventienduizend sikhs zijn vermoord. Ook in de volgende jaren stopte het geweld niet: tussen 1984 en 1995 zijn er in India vermoedelijk meer dan 180.000 sikhs om het leven gekomen.
Brochure met de Ardas, het driedelige en ook belangrijkste gebed van de sikhs. Op de cover staat de Gouden Tempel, het sikhheiligdom in Amritsar. Deze Nederlandse editie werd uitgegeven door de gurdwara van Sint-Truiden.
De meeste sikhs die in de jaren 1980 en de vroege jaren 1990 naar België kwamen, vestigden zich in Haspengouw. Daar bestond toen een grote vraag naar arbeidskrachten in de fruitteelt. Vele sikhs hadden al ervaring in de landbouwsector in de Punjab. Ze bouwden al snel een reputatie als harde werkers op en werden massaal ingezet in de fruitpluk. Wat ook hielp, was dat ze in die tijd zonder verblijfsvergunning op legale wijze konden worden tewerkgesteld in de seizoensarbeid. De eerste migratiegolf bestond voornamelijk uit jonge mannen. Pas na de grootschalige regularisatiecampagne van 2000 kwamen ook veel sikhvrouwen naar België, waarna de gemeenschappen zich settelden en diversifieerden. Tegenwoordig zijn er dan ook verschillende gemeenschappen te vinden over het hele land, van grootsteden als Brussel en Antwerpen tot Haspengouw en enkele steden langs de kust. Van die gemeenschappen vormt de Antwerpse een buitenbeentje: ze bestaat immers voornamelijk uit Afghaanse sikhs die als leden van een religieuze minderheid door het Talibanregime werden vervolgd en daarom op de vlucht sloegen.
Omdat de gemeenschap in Haspengouw in de vroege jaren 1990 snel groeide, ontstond de nood om een eigen gurdwara of godshuis op te richten. Sinds het begin van het decennium werd een beroep gedaan op een feestzaal in Halmaal, een dorp nabij Sint-Truiden. Die eerste permanente gurdwara bood onderdak aan een honderdtal gelovigen, die elke zondag samen kwamen om hun geloof te belijden.
Uiteindelijk openden nog acht andere gurdwara’s de deuren in België. Ze bevinden zich in Luik, Vilvoorde, Hoepertingen, Alken, Antwerpen, Gent, Oostende en Knokke. De gemeenschappen komen er samen om te luisteren naar de recitaties van de Guru Granth Sahib, de centrale tekst van het sikhisme. Daarnaast reciteert de sangat of geloofsgemeenschap zingend de hymnes van de heilige teksten om zich op die manier met God te verbinden. Dat dit meestal op een zondag gebeurt, heeft geen religieuze, maar een praktische reden. Zeker in de beginperiode, toen de gemeenschap vooral bestond uit jonge mannen, werkten de meesten zes dagen per week. Hierdoor was zondag de enige dag waarop ze de religieuze dienst in de gurdwara konden organiseren. Vandaag zijn de meeste gurdwara’s elke dag open, maar het merendeel van de gemeenschap komt er vooral op zondag. De enige uitzondering hierop is de gurdwara van Knokke. Die is enkel open op woensdagmiddag. Ook hier spelen praktische redenen: de meeste leden van de geloofsgemeenschap zijn actief in de horeca aan de kust en moeten dus op zondag werken.
Naast een religieus belang hebben de gurdwara’s ook een niet te onderschatten maatschappelijke en sociale functie. Zo krijgen kinderen en jongeren er les over de theologie en de geschiedenis van het sikhisme en wordt er tijdens de eredienst ruimte gemaakt voor het bespreken van maatschappelijk relevante vraagstukken zoals het hoofddoekenverbod. Voor vele sikhs is de gurdwara ook een sociaal vangnet geweest.
Elke gurdwara moet immers een langar hebben. Die gemeenschappelijke gaarkeukens schenken gratis maaltijden aan iedereen die het nodig heeft en delen ook voor en na de recitatie op zondag maaltijden uit aan de hele sangat. Als plaatsen van verbondenheid en geloofsbeleving zijn de gurdwara’s dus ook de ontmoetingsplaatsen bij uitstek voor de sikhgemeenschappen.
De slaapplaats van de Guru Granth Sahib in de gurdwara van Alken (2025).
De negen gurdwara’s in België hebben elk een unieke stijl. De grootste gurdwara is die van Sint-Truiden. Opgetrokken in 2021 in traditioneel Indiase stijl als opvolger van het godshuis in Halmaal, biedt de gebedsplaats ruimte voor ongeveer duizend gelovigen. De meeste andere gurdwara’s zijn te vinden in minder in het oog springende gebouwen die tot godshuizen zijn omgevormd. Zo was de gurdwara van Alken vroeger een kledingwinkel, bevindt die van Knokke zich in een voormalig cultureel centrum en was die van Oostende een feestzaal. Alleen de Nishan Sahib, een oranjekleurige vlag die aan het gebouw hangt, geeft aan dat al die verschillende gebouwen dezelfde functie hebben. Aan de buitenkant ogen de Belgische gurdwara’s dus erg verscheiden. Binnenin is er evenwel een grote uniformiteit. Centraal in zowel de religie als in het gebouw staat de Guru Granth Sahib. Door het statuut van eeuwige goeroe wordt de Guru Granth Sahib door de sikhgemeenschappen niet gezien als een boek, maar als een persoon. De heilige geschriften worden ook als dusdanig behandeld.
In de gurdwara van Gent leest een granthi of voorganger uit de Guru Granth Sahib (2025). De Palki Sahib of troon is rijkelijk versierd met zwaarden en symbolen. Achteraan hangt een afbeelding van de gurdwara Janam Asthan in Pakistan.
Tussen drie en zes uur ’s ochtends wordt de Guru Granth Sahib naar de Darbar Sahib of recitatiehal gedragen. Dat is de verantwoordelijkheid van de granthi of voorganger, die ook in het gebouw woont en overnacht. Met het oog op de ochtendrecitatie worden de geschriften in de Palki Sahib geplaatst, doorgaans een goudkleurige troon die centraal in de recitatiehal staat. Door de positie is de Palki Sahib het enige stuk in de gurdwara dat echt opvalt. Het wordt vaak versierd met religieuze objecten, zoals beeldjes van de Khanda (het officiële symbool van het sikhisme), de Nishan Sahib, Kirpans en de Golak (de donatiebox voor de gurdwara). Na het gebed wordt de Guru Granth Sahib ’s avonds opnieuw te slapen gelegd. Dat gebeurt in een aparte ruimte die speciaal is ingericht met een bed. Vaak bevindt die plek zich ook op de hoogste verdieping, aangezien het als respectloos wordt beschouwd om hoger te staan dan de goeroe.
Uit de eerste gesprekken met de sikhs blijkt dat normen, waarden en tradities – zoals het wekken en te slapen leggen van de Guru Granth Sahib – voor hen meer erfgoedwaarde hebben dan concrete objecten. Die objecten, zoals de Palki Sahibs en Nishan Sahibs, worden beschouwd als vergankelijk en worden indien nodig ook vervangen door nieuwe exemplaren, vaak ingevoerd vanuit India. Met hun heilige geschriften gaan ze veel zorgvuldiger om. Oude of beschadigde versies van de Guru Granth Sahib worden zelfs teruggebracht naar India, waar ze een plechtige crematie krijgen.
Tradities en waarden als seva (onbaatzuchtig dienen) en langar (gratis maaltijden aanbieden), gezamenlijke feesten en het gemeenschapsgevoel zijn voor de sikhs erg belangrijk. Aan het bewaren en doorgeven van die tradities wordt veel aandacht geschonken In de gurdwara’s krijgen kinderen niet alleen les over de geschiedenis en de religie, ze leren er ook het Punjabi (de taal van de Punjab) en de traditionele muziek, zodat ook zij de Guru Granth Sahib kunnen begrijpen en reciteren. Om dat – grotendeels immaterieel – erfgoed te bewaren, moet er verder gekeken worden dan traditionele archieven en objecten. Beeldmateriaal en mondelinge bronnen kunnen hierbij waardevolle instrumenten zijn.
Een belangrijke uitdaging voor het erfgoed van de sikhs ligt bij de gemeenschappen zelf. Het merendeel van de eerste generatie is nog maar dertig tot veertig jaar in België. Die pioniersgeneratie focuste op overleven en wilde haar kinderen een betere toekomst bezorgen. Nu een volgende generatie van in België geboren sikhs volwassen wordt, groeit de aandacht voor erfgoed. Die tweede generatie neemt het voortouw bij initiatieven om het sikhisme bekender te maken in België. Dankzij hun taalkennis en vertrouwdheid met Belgische organisaties en structuren functioneren ze als tussenpersonen tussen de eerste generatie, die nog vaak de gurdwara’s besturen, en andere partners, zoals lokale besturen en externe organisaties.
Cover van What is Sikhism? met binnenin een Nederlandstalige introductie op het sikhisme voor een breed publiek. Het boekje werd verspreid door de gurdwara van Sint-Truiden.
Tegelijk ziet de tweede generatie ook het belang in van onderwijs en een correcte representatie. Het sikhisme komt immers zelden aan bod in de lessen godsdienst in het secundair onderwijs, waardoor kennis over de religie bij het brede publiek vaak ontbreekt. De sikhs proberen zelf in te spelen op die nood aan publieke (h)erkenning door rondleidingen te geven in de gurdwara’s en langs te gaan op scholen om meer uitleg te geven over hun religie en ervaringen. Door in te zetten op die educatie, hopen ze ook hun kant van het verhaal te belichten in het bredere debat over de plaats van religie in de samenleving. Bezorgdheden als de officiële erkenning van hun religie en de vergeten impact van het hoofddoekenverbod op de sikhgemeenschappen kunnen op die manier breder gedeeld en toegelicht worden. Meer inzetten op hun erfgoed biedt de gemeenschappen kansen om zelf het verhaal over hun geloof en cultuur te vertellen.
In 2024 startte KADOC met het erfgoedproject ‘Sikhisme en memory making’, dat het erfgoed van de sikhgemeenschappen in Vlaanderen in kaart wil brengen en inzetten als ankerpunt voor het stimuleren, capteren en valoriseren van familieverhalen. Ook wordt er aan de hand van het intergenerationele proces van ‘memory making’ ondersteuning aangereikt aan de gemeenschappen om hun eigen familiegeschiedenis op te tekenen en hun verhalen zichtbaar te maken voor het grote publiek.
Alexander Hilkens is historicus en werkt binnen KADOC-KU Leuven aan
het project ‘Sikhisme en memory making’.