15, september 2025
Herman van Rompuy en J.F. Kennedy.


In het themanummer Weerhaakjes vertellen twintig auteurs waarom een woord, zin, citaat of beeld hen beroert, in het geheugen blijft kleven. Zo staat Herman Van Rompuy stil bij enkele zinnen uit de speech waarmee J.F. Kennedy zijn presidentschap begon.

Hieronder het fragment met een boodschap van hoop en menselijkheid. De zinnen komen uit de inaugurele rede van J.F. Kennedy, uitgesproken op 20 januari 1961 in Washington, D.C.


So let us begin anew -- remembering on both sides that civility is not a sign of weakness.
Laten we dus opnieuw beginnen en aan beide kanten onthouden dat beleefdheid geen teken van zwakte is.


With a good conscience our only sure reward, with history the final judge of our deeds, let us go forth to lead the land we love.
Met een goed geweten als enige zekere beloning, met de geschiedenis als uiteindelijke rechter van onze daden, laten we voortgaan om het land waar we van houden te leiden.


To the United Nations, our last best hope in an age where the instruments of war have far outpaced the instruments of peace, we renew our pledge of support.
Aan de Verenigde Naties, onze laatste en beste hoop in een tijdperk waarin de oorlogsinstrumenten de vredesinstrumenten ver voorbijgestreefd zijn, vernieuwen wij onze belofte van steun.


J. F. Kennedy, inaugurele rede, 20 januari 1961, Washington, D.C.

Waarom koos ik deze zinnen?
De zinnen hierboven komen uit de speech waarmee president Kennedy zijn presidentschap begon. Ik koos ze in de eerste plaats omdat ik als jongen van dertien gefascineerd was door deze toespraak en vervolgens omdat de taal en de inhoud zo dramatisch verschillend zijn van wat we nu dagelijks te horen krijgen. De boodschap is een ode aan verantwoordelijk leider- en burgerschap.


Bij Kennedy gaat het om het algemeen belang, niet om dat van één persoon. Leiderschap is dienstbaarheid aan een zaak die ons overstijgt. Bij hem was het niet ‘eigen land eerst’. De horizon is de wereld. Daarom brengt hij hulde aan de UNO, die toen geleid werd door Dag Hammarskjöld, de grootste secretaris-generaal uit de geschiedenis van de instelling en een buitengewoon dienaar van het algemeen mondiaal welzijn. Een man van grote onthechting en spiritualiteit. Kennedy verwijst in zijn speech naar de gevaarlijke tijd waarin de Verenigde Staten en de wereld leefden. Denk aan de Cubacrisis van 1962, waarbij de wereld op de rand stond van een nucleair conflict. Vandaag zijn Amerika en Rusland gevaarlijk, elk op hun eigen wijze.


Kennedy riep op tot verantwoordelijk burgerschap, met rechten en met plichten tegenover het geheel. Vele andere mensen zijn geen ‘vijanden’, maar ‘fellow citizens’. Vandaag klinkt dit naïef, zelfs wereldvreemd. De US van toen was verre van een modelmaatschappij, maar er was wel de wil om te veranderen. De wetten m.b.t. de burgerrechten ter bescherming van vooral Afro-Amerikanen waren in voorbereiding (1963). Vandaag is er een aanval op de rechten van minderheden.


Elke mens telt
Groot leiderschap belichaamt de deugden die Cicero reeds opsomde meer dan tweeduizend jaar geleden: moed, gematigdheid, rechtvaardigheid en voorzichtigheid. Ik zou eraan toevoegen: geduld, nederigheid, luisterbereidheid, mededogen. Niemand is een heilige of een held. We kunnen alleen proberen beter te worden. De grootste beloning voor de leider is een goed geweten, zegt Kennedy. Als gelovige voegde hij er zelfs aan toe: ‘Gods wil moet de onze zijn’. Het geweten laat ons die kennen. Kennedy zei ook dat de geschiedenis uiteindelijk zal oordelen, dus niet de gefrustreerde twitteraars. Wat is duurzaam en hoe een duurzaam beleid voeren op zoveel domeinen? Het moet een voortdurende vraag zijn van de verantwoordelijke leider.


Feitelijk is deze inaugurale rede een oproep tot menselijkheid en is ze doordrongen van de grote humanistische idealen uit onze beschaving. De mens hoeft geen wolf te zijn voor de anderen. ‘De meeste mensen deugen.’ Elke mens telt. De oorlog is het echte verval of decadentie. Elke dag wordt tegen deze idealen gezondigd door ons en anderen. Maar de idealen bestaan nog steeds. Als waarden en waarheid worden afgeschaft en alleen de wet van de sterkste, van de jungle, telt, dreigt alles voorbij te gaan. Het zal echter zover niet komen, omdat we dat niet zullen toelaten. Het is een actieve hoop.



Herman Van Rompuy was minister in de federale regering in België (1988-1999) en premier (in 2009). Hij was de eerste Voorzitter van de Europese Raad (2009-2014) en kreeg talrijke prijzen, eredoctoraten en onderscheidingen, o.a. die van Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau (2014). In 2015 werd hem de titel graaf verleend door koning Filip van België. Hij schreef een tiental boeken waaronder drie haikubundels.