Er is een filantropische golf in de Lage Landen, merken Wim Pijbes van stichting Droom en Daad, en Ludwig Forrest van de Koning Boudewijnstichting. Om te geven moet je niet rijk zijn, vinden zij: ‘Wie iets doet voor het algemeen belang, is filantroop.’
Hoe groter de uitdagingen, lokaal en wereldwijd, hoe dieper Vlamingen en Nederlanders in hun buidel tasten. Of het nu om een bescheiden gift of een duizelingwekkend bedrag gaat: elke bijdrage getuigt sowieso van het geloof in een wereld die beter wordt door te geven dan door te krijgen. Staten zijn het weliswaar aan de burger verplicht om te investeren in maatschappelijke domeinen als cultuur, sociaal welzijn, armoedebestrijding, milieu en klimaat, democratie of ontwikkelingssamenwerking. Maar de noden zullen altijd groter zijn dan de beschikbare middelen en dan zijn filantropische giften – onbaatzuchtige schenkingen aan een goed doel – uit private handen welkom.
Toch zijn die niet enkel een aanvulling uit noodzaak, ze vervullen ook een democratische functie. Dat is de stellige overtuiging van Wim Pijbes, directeur van de Nederlandse filantropische stichting Droom en Daad, en Ludwig Forrest, chief philanthropy officer bij de Belgische Koning Boudewijnstichting.
Droom en Daad is een particulier vermogensfonds met een hart voor Rotterdam. De stichting steunt activiteiten die resoneren in de stad: van kunst en cultuur over de inrichting van de openbare ruimte tot talentontwikkeling. Het fonds financierde het Fenix Museum voor kunst en migratie en de bekende bronzen vrouw op het Stationsplein. Erfgoed is voor hen in de platgebombardeerde stad een belangrijk aandachtspunt. En in elk project staat de mens centraal.
De Koning Boudewijnstichting (KBS) is een stichting van openbaar nut die zich oorspronkelijk richtte op erfgoed en armoedebestrijding, maar al snel evolueerde naar een filantropisch platform dat alle thema’s van “algemeen belang” aankaart. Binnen die overkoepelende stichting kunnen mensen, bedrijven of families een “nominatief fonds” – Nederlanders noemen dat een ‘particulier vermogensfonds’ – oprichten met een welbepaald doel. Vandaag beheert de KBS duizendzeshonderd actieve fondsen, lokaal, nationaal en internationaal.
Stichting Droom en Daad financierde Fenix, het kunstmuseum over migratie dat in mei 2025 de deuren opende in Rotterdam
We praten met Wim Pijbes en Ludwig Forrest over hun visie op filantropie.
Waar gaat het écht om bij filantropie? Critici vermoeden wel eens andere motieven dan zuivere liefdadigheid en altruïsme. Mag er ook een rationele, strategische drijfveer achter de schenkingen zitten, zoals macht, invloed of reputatie?
PIJBES: “Wij zijn hoegenaamd niet uit op macht, maar onvermijdelijk hebben we invloed. Macht impliceert een eigen agenda, eigen gewin en het benadelen van andere partijen. Bij filantropie staat altijd het werkgebied voorop. Het doel van Droom en Daad is simpel: de stad Rotterdam mooier en beter maken. Daarbij worden we niet altijd bij naam genoemd, we zijn een silent sponsor. Onze invloed bestaat erin dat wij dingen in beweging kunnen brengen, redden of initiëren die een overheid niet kan, wil of mag. Maar een politieke agenda hebben we niet, laat dat duidelijk zijn. Wij zijn er voor het algemeen belang en maken daarin onze eigen keuzes. Neem bijvoorbeeld de restauratie van het rijksmonumentale park, dat er jarenlang verwaarloosd bij lag. De gemeente stelde diverse nota’s, evaluaties en plannen op, maar had nooit de middelen om dat te realiseren. In 2018 zijn we dan, naar het model van de Central Park Conservancy in New York, gezamenlijk gekomen tot een privaat beheerd, publiek stadspark.”
Wim Pijbes: ‘Filantropie wordt wel eens de research and development van een samenleving genoemd, omdat ze een grotere risico-appetijt heeft’
Nemen jullie geen verantwoordelijkheden van de overheid over? Zou bijvoorbeeld een rechtvaardiger belastingsysteem filantropie niet overbodig maken?
PIJBES (schudt net als Forrest heftig het hoofd): “Zeker niet. Omdat wij niet publiek rekenschap hoeven af te leggen, hebben we een grotere slagkracht: wij kunnen snel beslissen en handelen, met een hoger risicoprofiel. In Rotterdam leefde al lang een wens voor een museum over migratie, maar politiek lag dat gevoelig. Toch nam Droom en Daad het initiatief en nu zijn we volledig verantwoordelijk voor Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie dat in mei 2025 openging. Onze aanpak – de boodschap verbeelden door middel van kunst – heeft zeer goed uitgepakt. Maar als een initiatief mislukt, hebben wij hooguit een verkeerde inschatting gemaakt of geld verloren, terwijl een minister zijn job kan verliezen. De risicomijdende wereld waarin we leven, timmert alles van tevoren dicht. Dat druist in tegen het ondernemerschap, waar zaken anders kunnen uitpakken dan gedacht, door een inschattingsfout of door externe factoren. Filantropie wordt wel eens de research and development van een samenleving genoemd, omdat ze een grotere risico-appetijt heeft.”
FORREST: “Juist omdat filantropie innovatief en agiel is, is ze complementair aan de staat. De droom van filantropen is een idee uittesten. Mislukt het, dan delen ze dat, zodat anderen dezelfde fout niet begaan. Enkele jaren geleden lanceerde onze CEO de Best Failure Award. Alle teams moesten hun fouten voorleggen; wie dat niet deed, ontving sowieso de award. Zij hadden immers geen risico genomen. Die award heeft de ondernemerscultuur bevorderd: de schrik om fouten te maken is weg. Ook geselecteerde projecten brengen wij samen om van elkaar te leren. Mislukkingen delen vermijdt nodeloos geld verspillen. Lukt een initiatief wél, dan gaan filantropen verder en schalen ze eventueel op. Sommigen stappen naar de overheid om een overname van het initiatief door de staat voor te stellen, zodat zij zelf weer in andere innovaties kunnen investeren. Het bestaan van filantropie is een enorme troef voor deze regio. In sommige landen bestaat ze niet langer of is ze er nooit geweest. Nederland en Vlaanderen beschikken over gunstige maatregelen om mensen aan te zetten tot filantropie, denk aan de duolegaten en de successierechten in Vlaanderen of de fiscale vrijstelling van giften in Vlaanderen en Nederland.”
Zijn er grenzen aan wat een filantroop mag doen met zijn geld? Met andere woorden: moet filantropie gereguleerd worden?
PIJBES: “Daar zou ik ver van wegblijven, want dat raakt aan de kern van filantropie. Filantropen kunnen zaken voor het algemeen belang doen waar een overheid niet aan toekomt. Natuurlijk doen een aantal miljardairs rare dingen – ze kopen een zoveelste jacht of gaan naar de maan. Maar die enkele excessen mogen ons niet afleiden. Heel wat filantropen willen in stilte schenken. In Nederland heerst een taboe op persoonlijke profilering als weldoener. Dat heeft vast met onze gereformeerde cultuur te maken. Filantropie refereert aan een Bijbelse manier van geven, waarmee je niet te koop loopt. Leg je dat aan banden, dan dood je de filantropie. Een tijd geleden hadden we in Nederland de antistichtingdiscussie, waarbij alle gegevens van de ultimate beneficial owners openbaar zouden worden, om witwaspraktijken en drugsgelden te kanaliseren. Maar door goede lieden te wantrouwen riskeren we ontzettend veel filantropische middelen te mislopen!”
‘De Nederlandse gereformeerde cultuur kent een taboe op spreken over goede daden. Ook in Vlaanderen wenst bijna niemand met naam genoemd te worden’
“De filantropische geldstroom is groot en zal de komende twintig, dertig jaar nog ongelooflijk toenemen door de demografische trend van de veroudering. Ik wil geloven – en de geschiedenis geeft me gelijk – dat de samenleving goed bij machte is om zelf keuzes te maken. Zowel Nederland als Vlaanderen heeft daar een stevige traditie in. De middeleeuwse hofjes (kleine huisjes als een vorm van sociale zorg, SW) zijn daar een prachtig voorbeeld van, of de armenzorg van de kerken, ook een uiting van gemeenschapsgevoel. De overheid moet vertrouwen hebben in haar burgers, want anders hebben die ook geen vertrouwen meer in haar. Dat is een kwetsbare balans, die valt of staat met de mate waarin de overheid reguleert. En ja, er zullen wel een aantal dingen fout gaan, maar dat kleine risico neem ik graag voor lief.”
FORREST: “Op Europees niveau pleiten we met PHILEA, de European Philanthropy Association, voor een enabling environment: een context die mogelijkheden geeft aan wie iets goeds wil doen voor het algemeen belang. Wij zijn niet naïef, maar pleiten toch voor een evenredige benadering die vermijdt dat alle organisaties aan banden worden gelegd om te voorkomen dat één geval op duizend uit de bocht gaat. Er is een gulden middenweg en dat is dialoog tussen de overheid en de sector. In België bestaat daarvoor de Belgische Federatie van Filantropische Stichtingen. En Nederland is daar zo mogelijk nog beter in georganiseerd.”
De middeleeuwse hofjes, kleine huisjes als een vorm van sociale zorg, zijn een goed voorbeeld van de lange filantropische traditie in de Lage Landen. Dit schilderij toont de ingang van het Hofje van Bakenes in Haarlem, begin negentiende eeuw op doek gezet door Wybrand Hendriks
Wim verwees naar de Nederlandse protestantse volksaard met een zekere discretie rond schenkingen. Hoe zit dat in Vlaanderen?
FORREST: “Bij filantropie denken mensen spontaan aan de Verenigde Staten. Ze vergeten daarbij dat de sociale structuren en systemen in Europa en in de VS enorm verschillen en dat een Amerikaan veel opener spreekt over filantropie. Begunstigden geven er meer plaats aan publiciteit voor de filantroop. Zo noemen ze bijvoorbeeld een vergaderzaal naar de schenker. Op dat vlak zijn Vlaanderen en Nederland gelijkaardig: hier wenst bijna niemand met naam genoemd te worden. Bij de KBS kiezen mensen ook soms voor een fonds met de naam van een ster, ze creëren een stichting van openbaar nut of ze zetten een private stichting op met de afkorting van hun naam. Discretie is standaard in Europa. Er is minder vraag naar erkenning.”
Het woord filantropie roept spontaan de connotatie van rijkdom op. Moet een filantroop een serieus kapitaal achter zich hebben?
PIJBES: “Helemaal niet. Wat mij betreft kan zelfs vrije tijd in de schaal worden gelegd. Superrijken als Bill Gates of de Rockefellers spreken tot de verbeelding, maar filantropie is aan geen maat gebonden. In Nederland bestaat er een crowdfundingplatform voor de kunsten, dat zeer succesvol is en waar elk klein bedrag welkom is. De genoegdoening die je krijgt door te schenken, wordt onderschat. Het is zaliger te geven dan te krijgen.”
FORREST: “Daar stem ik volmondig mee in. Filantropie moet toegankelijk zijn. Voor mij is iemand die vrijwilligerswerk doet, die op straat een kleine gift doet of die zich inzet voor de buurt – kortom, die iets doet voor het algemeen belang – een filantroop. Dat hebben we goed gezien tijdens covid. Die vreselijke periode heeft ons ook positieve zaken laten zien. Burgers naaiden maskers of maakten spontaan tijd vrij voor mensen in nood. De Belgische staat stelde een groter fiscaal voordeel in, zodat mensen meer konden schenken dan ze normaal zouden doen. Dat leidde tot grote vrijgevigheid. We zijn Bill Gates dankbaar omdat hij het woord filantropie opnieuw op de agenda heeft gezet. Maar ook hij zou het grote belang van kleine giften en lokale engagementen overal ter wereld alleen maar bevestigen.”
‘Superrijken als Bill Gates spreken tot de verbeelding, maar filantropie is aan geen maat gebonden’
Heeft het maatschappelijke en politieke klimaat in Nederland en Vlaanderen een impact op de filantropie?
PIJBES: “De relatie met de overheid is in Nederland minimaal. Filantropie valt er onder het Ministerie van Justitie wegens de fiscaal-juridische implicaties van de legaten. We worden dus niet als een bron van inkomsten gezien en zitten niet bij Financiën. In Rotterdam zorgde de vorige burgemeester, Ahmed Aboutaleb, ervoor dat filantropie een portefeuille van de burgemeester werd, boven alle partijen en los van de verkiezingen. Dat zorgt voor duurzaamheid. Ook op landelijk niveau zou filantropie bij de minister-president onder Algemene Zaken moeten zitten, los van het gekissebis van de departementen. Want filantropie raakt aan zoveel maatschappelijke domeinen. Er is veel politieke onkunde voortvloeiend uit onwetendheid, maar er is ook de ruimte van een enabling environment. Soms springt filantropie in de bres als bepaalde investeringen niet langer vanzelfsprekend zijn, zoals het muziekonderwijs voor kinderen. En tijdens covid heeft Droom en Daad met een aantal andere spelers een noodfonds opgericht. Wij konden zo kunstenaars in Rotterdam helpen die ineens werkloos waren en niet konden terugvallen op allerlei regelingen. Filantropie kan heel snel in een maatschappelijke behoefte voorzien.”
‘De relatie tussen filantropen de overheid is in Nederland eigenlijk minimaal.’ Forrest: ‘In Vlaanderen wordt de relatie met de politiek gekenmerkt door dialoog’
FORREST: “In Vlaanderen wordt de relatie met de politiek gekenmerkt door dialoog, dialoog en nog eens dialoog. Als de middelen beperkt zijn, moeten we bedenken wat we samen beter kunnen doen dan elk apart. Steeds meer mensen willen iets doen. Cijfers bevestigen dat er een grote filantropische golf aan de gang is. Maar ook de noden groeien. Filantropie zal niet alles regelen, integendeel. Het is de samenwerking tussen individuen, bedrijven, de overheid en de sector van de filantropie die de grootste impact zal hebben.”
Hoe verklaar je die filantropische golf?
FORREST: “Door een zekere maturiteit bij de bevolking. Ze wachten niet langer op de overheid of op bedrijven, ze dragen zelf hun steentje bij. Mensen hebben begrepen dat geven gelukkig maakt. Ook bij bedrijven zien we een tendens om boven op hun winst een positieve impact op de samenleving na te streven. Bij de KBS geven sommige rijke families aan dat hun kinderen het familiekapitaal wel waarderen, maar bovenal bezorgd zijn dat er binnen vijftig jaar sowieso nog een wereld is. Zij zetten druk op hun ouders om bij te dragen aan het algemeen belang.”
Ludwig Forrest (Koning Boudewijnstichting): ‘Bij bedrijven zien we een tendens om boven op hun winst een positieve impact op de samenleving na te streven’
PIJBES: “Naast een ander geefgedrag is er ook de eerder genoemde demografische trend van de veroudering in Europa. De babyboomgeneratie, de rijkste ooit, is nu tachtigplus. Alleen al in Nederland zal er dus duizend miljard aan legaten beschikbaar komen. Dat bedrag is ook zo hoog omdat mensen, zoals hierboven gezegd, hun kinderen niet meer automatisch driehonderd miljoen euro nalaten. Bovendien was in Nederland – wellicht ook in Vlaanderen – de kerk een van de allerbelangrijkste ontvangers, maar door de ontkerkelijking worden middelen nu vaak anders besteed. De Nederlandse overheid is wel terughoudend met het begroten van legaten, want je weet van tevoren niet hoeveel mensen overlijden in een jaar. Daardoor is al het geld dat vrijkomt in legaten extra budget waarmee we nieuwe dingen kunnen doen die anders niet zouden gebeuren. Dat geeft ruimte om na te denken, over mogelijkheden voor de volgende generaties bijvoorbeeld. Daarom zijn filantropen, die losstaan van een politieke agenda, de juiste spelers om die gelden te beheren.”
‘Samenwerking tussen individuen, bedrijven, de overheid en de filantropiesector heeft de grootste impact’
Ontmoeten filantropen elkaar soms voor overleg of uitwisseling?
PIJBES: “Dat gebeurt sporadisch en ad hoc. Toen ik voor het Rijksmuseum werkte (Pijbes was directeur van 2008 tot 2016, SW), had ik een positief contact met de KBS. Om Amerikaanse particuliere sponsors te vinden, konden wij dankbaar gebruikmaken van een speciale status die de KBS heeft in de Verenigde Staten, waardoor we die zelf niet moesten aanvragen. Ik ga ook altijd naar de Brussels Art Fair (BRAFA, een van de meest prestigieuze kunstbeurzen in Europa, SW), waar ik dan langsga bij de stand van de KBS. Ook met Duitse stichtingen wisselen wij wel eens ideeën uit. Maar een structurele samenwerking is er niet. De verschillen tussen landen zijn toch behoorlijk groot.”
FORREST: “We merken wel dat steeds meer schenkers naar een collectieve impact vragen. Wij brengen dan spelers samen om de beste ideeën naar boven te brengen en te upscalen. Daardoor kan filantropie ook grensoverschrijdend worden. Ik denk aan het Tubbe-model, een Scandinavisch organisatiemodel in woonzorgcentra waarbij de bewoners medezeggenschap hebben. We bezochten dat in Zweden en testten het concept hier. Na een positieve evaluatie werd een projectoproep gelanceerd om de Tubbe-filosofie te implementeren in heel België. Vervolgens rolde de bal verder naar Frankrijk. Naast zulke thematische samenwerkingen, zijn er ook transactionele samenwerkingen, die een filantroop toelaten om op de beste manier een begunstigde in een ander land te ondersteunen. Bijvoorbeeld het project van het Rijksmuseum en de KBS dat Wim al vermeldde. Samenwerken zorgt voor een grotere impact, bijvoorbeeld in klimaatzaken. Maar daarnaast blijven lokale initiatieven ontzettend belangrijk. Een combinatie van verschillende methodologieën geeft de beste resultaten voor de samenleving.”
De wereld van de filantropie staat niet stil. Wat zijn de nieuwste tendensen?
FORREST: “De sector kende een enorme evolutie. Twintig tot vijfentwintig jaar geleden gaven mensen een cheque voor een concreet project of voor de organisatie als geheel. Dat blijft een goede en noodzakelijke manier om aan filantropie te doen. Maar zo’n vijftien jaar geleden werden ook de technieken van venture capital (investeringen in startende initiatieven met een hoog groeipotentieel in ruil voor aandelen, SW) in de sector binnengebracht om nog meer impact te genereren. Vandaag kennen we ook impact investing. Sociale investeerders nemen aandelen in sociale bedrijven. Sommigen noemen die laatste twee geen filantropie in strikte zin, maar ik volg die redenering niet. Van ‘algemeen belang’ bestaat internationaal geen unanieme definitie, we kunnen dat alleen omschrijven. Daardoor kan filantropie een veel breder concept worden. De bovenvermelde methodologieën getuigen van de evolutie in transactionele filantropie. Dat investeerders winst boeken, hoeft niet problematisch te zijn, want die winst wordt meteen geherinvesteerd. Het gaat niet om finance first, maar om impact first. Door deze nieuwe concepten groeien die twee werelden naar elkaar toe, al geeft die innovatie ook wrijving. In ieder geval is de filantropie onmiskenbaar in beweging.”