december 2025

In de restauratiestudio van het KMSKA toont Rubens laag na laag zijn echte gezicht. Het team van Studio Rubens – onder leiding van de twee hoofdrestauratoren Jill en Ellen Keppens – brengt verschillende werken van de legendarische schilder weer tot leven. Hier worden schilderijen niet louter behandeld, maar gelezen, onderzocht en opnieuw begrepen. Twee jaar lang boog het team zich over de Tronende Madonna, een traject waarbij verkleuringen, oude retouches en vergeelde vernislagen stap voor stap werden aangepakt om Rubens’ oorspronkelijke hand weer zichtbaar te maken.

Nu start een nieuw hoofdstuk: de restauratie van de monumentale Aanbidding door de koningen, een olieverfpaneel dat tot 2027 in behandeling blijft. De houten drager, vroegere ingrepen en de complexiteit van het werk vragen om uiterste precisie én om een multidisciplinair team dat samen met Jill en Ellen vergroot, vergelijkt, reinigt, retoucheert en vooral: kijkt. Veel kijkt. “Je ontdekt altijd meer dan je had verwacht”, zeggen de identieke tweelingzussen uit één mond. “En precies dat maakt deze restauraties zo bijzonder.”

Voor beide restauraties werken jullie in de zaal, in het museum. Bezoekers kunnen over jullie schouders meekijken? Spreken mensen jullie vaak aan?

Jill Keppens: “Zeker, en dat is fijn, al was het in het begin even wennen. Bezoekers zijn opvallend nieuwsgierig. Ze vragen wat we precies doen, waarom een vernislaag wordt verwijderd of hoe je beslist wat je wel en niet retoucheert. Het zijn vaak heel oprechte vragen.”

Ellen Keppens: “Mensen hebben meestal geen idee hoeveel tijd er in één kleine zone kruipt. Als je vertelt dat één vierkante centimeter soms uren werk vraagt, merk je dat ze anders naar het schilderij beginnen te kijken. Het maakt ons werk ook minder ‘onzichtbaar’. Restauraties gebeuren vaak achter de schermen, maar wanneer mensen even kunnen meekijken, groeit hun begrip.”

Jill: “En hun respect. Je ziet het gewoon gebeuren: ze kijken aandachtiger, langzamer. Als we hen kunnen meenemen in wat we doen, ook al is het maar een kort moment, krijgen ze een beter idee van het vak.”

Jullie sloten recent de restauratie van de ‘Tronende Madonna’ af. Hoe kijken jullie terug op zo’n traject?

Jill: “Een werk als dit leer je centimeter per centimeter kennen. Door maanden vernisafname, retouche en stabilisatie ontstaat er een enorme vertrouwdheid. Wanneer we het
uiteindelijk weer als geheel zien, lijkt het bijna alsof je een oude kennis opnieuw ontmoet.”

Ellen: “Tijdens het proces denk je vooral in microzones, maar op het einde zie je ineens hoe alles samenvalt. Dat maakt het bijzonder. Het blijft telkens opnieuw indrukwekkend om Rubens écht te zien oplichten, zonder die oude lagen die het zicht vertroebelden.”

Nu werken jullie aan de ‘Aanbidding door de koningen’. Hoe begin je aan zo’n nieuw project?

Ellen: “Eerst door te begrijpen wat er vóór ons gebeurde. Dit werk is geen doek, maar een paneel. Dat op zich al brengt een heel andere dynamiek op gang. Het hout vertelt een eigen verhaal. Bij de ‘Aanbidding door de koningen’ zien we duidelijk dat het oorspronkelijke houten ondersteuningssysteem aan de bovenkant ooit is doorgezaagd. Dat blijkt te dateren uit de negentiende eeuw. Je voelt meteen dat dit werk een lange geschiedenis van aanpassingen en interventies heeft doorgemaakt.”

Jill: “Zo’n ingreep bepaalt hoe we het paneel vandaag kunnen behandelen. Je moet eerst begrijpen waarom iemand dat ooit gedaan
heeft en welke impact het nu nog heeft. Pas als je weet wat origineel is, wat later is toegevoegd en waar mogelijke spanningen zitten, kun je veilig verder werken. Daarom is de expertise van onze houtrestaurator Jean-Albert Glatigny zo essentieel. Hij onderzoekt die oude verbindingen, beoordeelt welke risico’s er zijn en adviseert hoe we de constructie het best stabiliseren. Dat is essentieel vóór je aan reiniging of retouche begint. Het is echt teamwork.”

Is er een wezenlijk verschil tussen beide werken?

Jill: “Rubens gebruikte niet altijd exact dezelfde aanpak. In de ‘Tronende Madonna’ kwamen we bijvoorbeeld oude retouches en verkleuringen tegen die een bruin sluiereffect gaven. Bij de ‘Aanbidding door de koningen’ zien we opnieuw andere samenstellingen, andere degradatie en andere keuzes in pigment.”

Ellen: “Dat is het boeiende: geen twee schilderijen reageren hetzelfde. Daarom testen we altijd verschillende methodes met doekjes, gels, solventen … Dat is letterlijk wat we doen: zoeken naar wat het schilderij toelaat.”

Jill: “We gaan uiteraard niet meteen het hele schilderij te lijf. Testzones zijn noodzakelijk. Je moet weten hoe diep oude vernislagen zitten, hoe stevig overschilderingen zijn, of een bepaalde reiniging geen wrijving veroorzaakt …”

Ellen: “Na het verwijderen van de vernislagen en opstapelingen van vuil, concentreren we ons op vullingen en retouches – telkens in dunne, transparante lagen. Penseelstreek na penseelstreek herstellen we de leesbaarheid. Dat is altijd een bijzonder moment: de verf van Rubens die onder zo’n laag opnieuw zichtbaar wordt. Het voelt bijna alsof het schilderij opgelucht ademhaalt."

Met macro-XRF en pigmentbeelden kun je zien wat het blote oog niet kan waarnemen. Wat leveren die onderzoeken op?

Ellen: “Die beelden tonen welke pigmenten waar zitten en maken ‘onzichtbare’ elementen onder het vernis of een overschildering zichtbaar.”

Jill: “Dat helpt ons een flinke stap vooruit, want dan zien we waar een oude restauratie iets heeft verzwaard, of waar een retouche veel groter lijkt dan de eigenlijke schade. Het is een manier van kijken vóór je echt begint te reinigen en te restaureren. Bij beide werken kwamen we overschilderingen tegen die donkerder waren geworden dan Rubens’ eigen werk. Als je die verwijderen mag en kan, zie je in één keer het verschil.”

“Je kunt twintig jaar restaureren en nog verrast worden door wat er tevoorschijn komt”

Jullie werken samen met een uitgebreid team. Wie is er allemaal betrokken bij de ‘Aanbidding door de koningen’?

Ellen: “We kunnen rekenen op schilderij-restauratoren Claire Toussat, Giovanna Tamà, Jantine Maessen - den Brok en Kayla Metelenis. Voor de polychromie werken Nele Yperman en Toon van Campenhout mee. En het houtwerk, zoals gezegd, is in handen van Jean-Albert Glatigny. Niemand kan dit werk alleen aan. Elk schilderij vraagt verschillende expertises.”

Jill: “Je kunt twintig jaar restaureren en nog verrast worden door wat er tevoorschijn komt. Dat is het mooie aan oude schilderijen: elke laag, hoe dun of klein ook, bevat informatie.”

Wat hopen jullie dat bezoekers na de restauratie zullen zien?

Jill: “Dat ze echt naar Rubens kijken. Niet naar vernis die vergeeld is, of naar overschildering die het geheel overdondert.”

Ellen: “En dat ze details zien die lang verborgen zaten. Maar vooral dat het werk leesbaar is zoals het bedoeld was, zonder dat we er iets aan toevoegen.”