Twee jaar na de Hamas-aanval van 7 oktober 2022 duurt de oorlog van Israël tegen Gaza voort. Terwijl de internationale gemeenschap de aanslag unaniem veroordeelde, groeit de kritiek op Israëls militaire reactie. Volgens officiële bronnen vielen er inmiddels 60.000 Palestijnse doden, vooral vrouwen en kinderen. Gebruikt Israël het conflict om een breder plan uit te voeren? En waarom steunt het Westen Netanyahu's beleid zo hardnekkig? Brigitte Herremans, onderzoekster Mensenrechten aan de UGent en Midden-Oosten experte, analyseert de geopolitieke dynamiek achter deze oorlog.
Afbeelding door Hosny Salah, fotograaf in Gaza (publicatie 4 september 2025)
Op 7 oktober zal het twee jaar geleden zijn dat de Palestijnse groepering Hamas een terroristische aanval pleegde op een muziekfestival en enkele kibboetsen in Israël. De aanslag kostte het leven aan 1.200 mensen, 250 werden gegijzeld. Israël sloeg genadeloos terug in een niets ontziende oorlog die tot op vandaag voortduurt. Volgens officiële bronnen eiste dat conflict tot op vandaag 60.000 dodelijke Palestijnse slachtoffers, vooral vrouwen en kinderen. Sommige bronnen spreken over honderdduizenden doden en ontelbare gewonden.
Het antwoord van de regering Netanyahu is al lang niet meer proportioneel. Zag de regering Netanyahu in die terroristische aanval een aanleiding om een plan dat al lang voorlag tot uitvoer te brengen, met name de volledige vernietiging en verdrijving van het Palestijnse volk uit het grondgebied, het inlijven van het volledige territorium en het ontmantelen van vijandige regimes in de regio? En vanwaar die hardnekkige steun van de internationale gemeenschap voor de politiek van Netanyahu? Oikos legde de vraag voor aan Brigitte Herremans, onderzoekster Mensenrechten aan de UGent en experte Midden-Oosten.
(Het interview werd afgenomen eind juni, enkele dagen na de meerdaagse aanval van Israël op Iran.)
De veroordeling van de terroristische aanslag van Hamas door de internationale gemeenschap was vrij algemeen. Al snel kwam echter het debat op gang over de zware impact van de Israëlische militaire operatie en het gebrek aan transparantie over de uiteindelijke bedoeling. Het lijkt wel alsof Israël de aanslag gebruikte om een breder plan tot uitvoer te brengen.
Brigitte Herremans: Het is duidelijk dat Israël een plan waar het al langer op broedt, aan het uitvoeren is, een plan om de regio grondig te hertekenen op een manier die indruist tegen alle normen en internationaalrechtelijke verplichtingen. Israël schendt daarbij niet alleen het internationaal recht, het maakt bovendien andere staten medeplichtig, staten die zich bereid verklaren om Israël hun akkoord te geven.
Of 7 oktober het startsein was om dat grotere plan ten uitvoer te brengen, kunnen we niet met zekerheid zeggen. Dat zal later onderzoek moeten uitwijzen. Wat we wel weten is dat Israël gebruik heeft gemaakt van de massamoord die Hamas heeft kunnen plegen op 7 oktober — door de gebrekkige politieke inschatting van het gevaar van Hamas, door gebrek ook aan paraatheid aan de grenzen met Gaza omwille van opgedreven aanwezigheid in de Westbank — om Gaza en de Palestijnse staat te vernietigen, om heel het idee van een Palestijnse staat onmogelijk te maken en om in één trek ook af te rekenen met de proxy’s van Iran: Hezbollah en de zogenaamde Houthi-rebellen, die dan ook aanvallen begonnen te plegen op Israël. Israël heeft tactisch bekeken een ongelofelijke flexibiliteit getoond en een grote mate van paraatheid om de kansen die het zag, te benutten om zijn verwoestende plannen voor het Midden-Oosten ten uitvoer te brengen.
Er is een absolute onwil van Israël om de Palestijnse menselijkheid, hun bestaansrecht en hun recht op zelfbeschikking te erkennen.
Dat dit vooraf gepland was, is moeilijk te zeggen. Wat we wel weten is dat Israël van in het begin van het zionisme, einde 19de eeuw, begin 20ste eeuw, zijn vijanden en zijn buren van zich wil afschermen met een ijzeren muur. Dat idee gaat terug op het essay De IJzeren Muur van Ze’ev Jabotinsky uit 1923, een naam die vandaag overal weer opduikt. Israël heeft ook de operatie in de Westbank ‘IJzeren Muur’ genoemd. Dat denken zit ingebed in het zionistische kader: wij moeten onze buren als vijanden behandelen en ze met overweldigende militaire macht confronteren. Mensenlevens zijn daarbij niet van tel. Die visie zit theoretisch heel sterk ingebakken in het zionisme, maar het is de eerste keer dat we zien dat het wordt geïmplementeerd op zo’n grote en drastische schaal. We hebben al wel Libanon-oorlogen gehad, we hebben vorig jaar en dit jaar al een aantal confrontaties met Iran gehad, maar nog nooit een oorlog die zoveel buurlanden heeft getroffen, afgezien van de Zesdaagse Oorlog (juni 1967) en de Yom Kipoer-oorlog in oktober 1973. Maar de context was toen anders, omdat het conflict met de buurlanden toen nog heel actief leefde. De recente oorlog met Iran startte terwijl er diplomatieke onderhandelingen met Iran bezig waren en terwijl een aantal Arabische landen ook in overleg waren over de normalisering van de betrekkingen met Israël, de zogenaamde Abraham-akkoorden.
Toch lijkt het er sterk op dat Israël de verhoudingen omkeert. Er is twijfel over of Iran wel effectief in staat was om een atoomwapen te ontwikkelen. Bovendien is Israël zelf het zwaarst bewapende land in de regio. Iedereen zou Israël moeten vrezen. Misschien is de enige reden voor de oorlog Netanyahu die zijn macht wil veiligstellen?
BH: Het vreselijk wraakroepende voor mensen als wij die bekommerd zijn om het internationaal recht en de mensenrechten, is vast te stellen dat onze regeringsleiders meegaan in de leugen van een pre-emptive strike, een preventieve oorlog die volledig illegaal is volgens het internationaal recht. Dat is al tot in den treure herhaald door veel internationale experten. Israël heeft zeker de dreiging opgeblazen en heeft een dreiging gecreëerd die er volgens experten en volgens het Internationaal Atoomagentschap nog niet was. Iran had zich onderworpen aan het Non-Proliferatie Verdrag (NPT) en de controles van het Internationaal Atoomagentschap om een programma voor civiel gebruik van kernenergie mogelijk te maken. Natuurlijk zou de verrijking van uranium mogelijks gebruikt kunnen worden voor een atoomwapen en die dreiging moet serieus worden genomen. Het is niet zeker dat Iran daarmee alleen vreedzame bedoelingen had. Maar experten hebben duidelijk gesteld: we weten niet of die drempel van 90 procent verrijking overschreden is. Israël, dat een nucleaire macht is zonder het formeel te erkennen, heeft zich niet ingeschreven in het NPT. Iran had zich bereid verklaard tot diplomatieke onderhandelingen maar Israël heeft die opgeblazen. De vraag is dus inderdaad: is dit geen door Israël gecreëerde dreiging?
Israël is bedreigd, al is het niet existentieel bedreigd, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Het is de zesde militaire macht ter wereld, het heeft de steun van vele leiders van westerse regeringen om deze illegale oorlog te voeren, in tegenstelling tot de Palestijnen. Existentieel is Israël niet bedreigd. Er is een dreiging van terrorisme, dat hebben we gezien met de massamoord op 7 oktober, waarbij het grootste aantal civiele doden viel in Israël sinds 1948. Dus net als alle andere staten heeft Israël, zij het in mindere mate, een dreiging van terrorisme. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Door onderhandelingen of door die dreiging nog te vergroten door de grondoorzaak van het conflict onaangeroerd te laten? Israël heeft mogelijks baat bij het vergroten van de dreigingen om illegale conflicten of conflicten waarbij het het internationaal recht volledig schendt, aan te gaan en vervolgens de VS daarin mee te sleuren. De VS waren geen vragende partij voor het conflict met Iran.
Waarom heeft Israël daar baat bij? Netanyahu stond op een scharnierpunt in zijn politieke carrière. Religieuze groepen kantten zich tegen het feit dat ultraorthodoxe jongeren zouden worden opgeroepen voor het leger. Mogelijk ging zijn coalitie het begeven. Er was ook kritiek op de manier waarop de Gaza-oorlog werd gevoerd. Ook internationaal begonnen er voorzichtig wat kritische stemmen op te komen. Er heerste in Israël ook ongenoegen over de justitiële hervormingen die de regering Netanyahu wilde doorvoeren, eigenlijk een coup die de regering wilde plegen. Er was een erosie van de democratie aan de gang. Israël heeft de oorlog tegen Iran gelanceerd op een moment waarop Netanyahu enkel een consensus zag over zo’n initiatief als een aanval op vijand Iran. Er is nauwelijks een kritische stem te horen in Israël over de agressie tegen Iran, zelfs niet bij de kritische commentatoren die ik volg van Haaretz. Enkel in het middenveld zijn kritische stemmen te horen.
Zelfs de Duitse bondskanselier Merz zei dat door de aanval op Iran de wereld een veiliger plek is geworden voor iedereen. Toch een heel verregaande uitspraak voor een Europese leider.
BH: ‘Israël doet het werk voor ons,’ zei Merz. De Europese Unie heeft altijd gesteld: ‘Onze partners — of het mogelijke kandidaten voor het lidmaatschap van de EU zijn of partners in onze akkoorden — gaan de positieve invloed ondervinden van de Europese normen en waarden.’ Vandaag zien we dat de socialisering omgekeerd is gebeurd. Onze regeringsleiders hebben zich geconformeerd aan Israëls denken en het internationaal recht als een vodje papier behandeld. Zelf weiger ik te stellen dat het internationaal recht dood is. We moeten er blijven op hameren dat het leeft. Netanyahu — of de regering in Israël — is erin geslaagd om onze regeringsleiders op het verkeerde pad te brengen en heeft hen ervan overtuigd dat het Iraanse gevaar moet worden beteugeld. Je moet er eerder van uitgaan dat je Iran best kunt beteugelen door diplomatie. Op het moment dat de proxy’s van Iran — Hezbollah en de Houthi-rebellen — en het Syrië-regime verzwakt zijn, zouden we die situatie moeten benutten om de diplomatieke inspanningen te verstevigen. In 2015 is er dat Joint Comprehensive Plan of Action geweest, op initiatief van de Europese Unie over een akkoord met Iran over zijn nucleair programma, maar toen president Trump aan de macht kwam, heeft die in mei 2018 de stekker eruit getrokken.
Ik denk dat de steun voor de aanval op Iran voor veel burgers emotioneel is. Politiek wordt vaak gevoerd vanuit emotie. De emotie over 9/11, de dreiging van jihadisme, Iran dat een theocratie is en dat we in onze internationale orde niet meer kunnen aanvaarden: de legitimiteit voor het omverwerpen van het regime — want daar werd expliciet over gesproken — vindt in al die elementen een grond. Maar het feit dat je een regeringsleider, Netanyahu, en ook president Trump luidop hoort spreken over het vermoorden van Khamenei, de leider van Iran, is du jamais vu in internationale politiek.
Ik denk dat de kern van het probleem ook is dat men Iran een illegitiem regime vindt. Maar gaan we alle regimes die we illegitiem vinden, uitschakelen met macht? Wat doe je dan met Noord-Korea? Maar dat heeft natuurlijk een kernwapen.
Afbeelding door Hosny Salah, fotograaf in Gaza (publicatie 20 september 2025)
We moeten ons blijven richten op het internationaal recht. Maar hoe zinvol is de discussie over de vraag of hier een genocide aan de gang is, dan wel of het gaat om misdaden tegen de menselijkheid? Waarom is het zo moeilijk om expliciet te stellen dat hier alle grenzen worden overschreden?
BH: Het is belangrijk om precisie te hanteren. In het geval van Iran bijvoorbeeld is het duidelijk dat Israël het recht op zelfverdediging, artikel 51 van het VN-handvest, niet kan inroepen want dat heeft betrekking op een immanente, directe en actieve dreiging. Het is belangrijk dit artikel te blijven koppelen aan een reële situatie. Hoe zouden wij reageren als een van onze buurlanden zou overgaan tot een aanval, op basis van een gefingeerde reden? Het blijft belangrijk altijd dat kader van internationaal recht te gebruiken, ook al is er veel cynisme rond, omdat het ons in staat stelt om accuraat naar de dingen te kijken en vergelijkingen te maken.
De vergelijking met de oorlog tegen Irak dringt zich hier onvermijdelijk op. Wij zijn massaal op straat gekomen tegen die oorlog in 2003. We waren met heel veel mensenrechtenactivisten en experten internationaal recht. Het was heel duidelijk dat dit een totaal illegale oorlog was. En we hebben toen gelijk gekregen. In het geval van de agressie van Israël tegen Iran nu heeft het internationaal recht die niet kunnen voorkomen. Toch blijft het belangrijk het narratief correct te stellen. In oorlogsvoering vallen er niet alleen slachtoffers op het terrein, ook de geschiedschrijving is vaak slachtoffer en het internationaal recht is daarvoor belangrijk.
Het is duidelijk dat Israël een plan waar het al langer op broedt, aan het uitvoeren is, een plan om de regio grondig te hertekenen op een manier die indruist tegen alle normen en internationaalrechtelijke verplichtingen.
Wat Gaza en het Internationaal Gerechtshof betreft: heel vaak halen politici de drogreden aan dat ze zich daarover niet kunnen uitspreken, dat het internationaal recht zich daarover moet uitspreken. Maar het Internationaal Gerechtshof heeft al in januari en maart 2024 gesteld dat er onmiddellijk actie moet ondernomen worden om de humanitaire hulp toe te laten tot de Gazastrook en om genocidaire handelingen te voorkomen. Het genocideverdrag gaat ook over het voorkomen van genocide.
Als onze regeringsleiders stellen dat dit van de pot gerukt is en dat er van genocide geen sprake is in Gaza, impliceert dit dat ze ook helemaal niets ondernemen om die te voorkomen. Gelukkig hebben we in de Belgische regering een aantal partijen die dat begrip wel hanteren. De hele discussie is wel belangrijk geweest om uiteindelijk een consensus te bereiken. Er is een ongelofelijke verschuiving gebeurd. Er is een boekje van Omar El Akkad, een Egyptisch-Amerikaanse schrijver die in september naar Bozar komt, met als titel One Day, Everyone Will Have Always Been Against This. Hij heeft het over het gegeven dat zoveel mensen zich niet durven uitspreken over de genocide. Het feit dat we met zoveel experten internationaal recht, mensenrechtenverdedigers en academici hebben gesteld dat het wél een genocide is — omwille van het gedeeltelijk onmogelijk maken van het overleven van de bevolking en het uitroeien van het toekomstig leven — heeft mensen wel de reikwijdte doen inzien van wat er gebeurt in Gaza. En dat heeft hen er ook toe bewogen om zich te uiten en te gaan betogen.
Ik begrijp de aarzeling en ik heb zelf ook even geaarzeld om de term te gebruiken. Als experten moeten we ons vaak snel uitspreken, terwijl we toch de tijd moeten nemen om na te denken. Ik heb intussen veel gelezen over de genocideaanklacht tegen Israël en op basis van de bronnen die ik heb geraadpleegd, ben ik tot het besluit gekomen dat de term genocide hier van toepassing is. Al moeten we ook respecteren dat sommige mensen die term niet willen gebruiken omwille van de gevoeligheden binnen hun gemeenschap, zolang ze ons niet aanvallen omdat wij de term wel gebruiken. Dat verwerp ik totaal. Mensen die ons verwijten dat we antisemieten zijn of andere verwijten maken, omdat we de term genocide gebruiken, daar zal ik me met hand en tand tegen verzetten.
Het blijven aandragen van bewijsmateriaal, ook al negeren of verdraaien sommigen vandaag de feiten, kan voor de toekomst wel belangrijk zijn, om misschien ooit recht te laten geschieden.
BH: Documentatie van mensenrechtenexperten wordt actief gebruikt door internationale instellingen. Zo is er onder meer Forensic Architecture, een heel bekende onderzoeksgroep uit Londen, die het conflict en de genocide in Gaza in kaart gebracht heeft en getoond heeft waar de humanitaire zones worden gebombardeerd. Deze mensen hebben alles met open source architecture interdisciplinair in kaart gebracht en dat materiaal wordt onder meer gebruikt door het Internationaal Gerechtshof.
Om bewijsmateriaal te hebben voor de oorlogsmisdaden die Israël en andere actoren hebben gepleegd, hoeven we niet te wachten tot er een tribunaal komt. Misschien komt dat er nooit. Maar er is het Internationaal Strafhof. Israël heeft dat niet erkend maar de Palestijnen wel. Zij hebben het Statuut van Rome ondertekend. [Het Internationaal Strafhof (ICC) valt onder het Statuut van Rome, een van de VN-verdragen die in 2002 in werking traden. De VN-Veiligheidsraad kan bepaalde situaties doorverwijzen naar de aanklager van het ICC; nvdr.]. Daardoor zijn ze een verdragsluitende partij bij het Internationaal Strafhof. Het feit dat noch de VS noch Israël het erkennen, maakt het wel moeilijk.
Afbeelding door Hosny Salah, fotograaf in Gaza (publicatie 23 juni 2025)
Het is nu wel duidelijk dat Israël de Palestijnen geen plek gunt op dit grondgebied. Heeft het dan nog enige betekenis om te spreken over een tweestatenoplossing? Wat is het perspectief voor de Palestijnen?
BH: De vraag over het perspectief is heel moeilijk te beantwoorden. De Palestijnen hebben Israël erkend. In 1988 heeft Yasser Arafat de Verklaring van Algiers ondertekend en gezegd: ‘Wij erkennen Israël op 78 procent van historisch Palestina.’ Dat was een ongelofelijk compromis dat Arafat heeft gedaan en het was de basis voor de tweestatenoplossing maar daar is nooit iets voor in ruil gekomen. Sinds de Oslo-akkoorden van 1993 is er enkel maar gekibbel geweest. Of erger: we hebben een fundamentele afwijzing gezien van het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk. Die fundamentele afwijzing en uitwissing van Palestina ligt aan de basis van de mislukking van het proces naar de tweestatenoplossing. De internationale gemeenschap — voornamelijk de VS maar ook de EU — is meegegaan in het idee dat zolang er onderhandelingen gaande zijn, er een proces is, en waar er een proces is, kunnen we over vrede praten. Ik denk dat we ons een rad voor de ogen hebben laten draaien. Ook ik was enthousiast in de jaren ’90 maar zodra ik in 2002 begon te werken voor Pax Christi en Broederlijk Delen en regelmatig naar de regio reisde, had ik door dat de tweestatenoplossing een droom was, een illusie. Het is ook een soort van riedeltje waarmee regeringsleiders kunnen staven dat de relaties met Israël altijd opnieuw worden verstevigd.
Dit betekent echter niet dat we die tweestatenoplossing moeten opgeven want dan gaan we exact mee in wat Israël wil. Er gaat geen binationale staat komen. Israël wil de Palestijnen op dit moment uitroeien en verdrijven. Het erkent hun menselijkheid niet. Dat blijkt duidelijk uit de meest vreselijke dingen die Israëlische soldaten in Gaza op de muren schrijven. Ze lachen met kinderen en plegen de meest wansmakelijke misdrijven die appelleren aan misdrijven in andere genocides. Er is een absolute onwil van Israël om de Palestijnse menselijkheid, hun bestaansrecht en hun recht op zelfbeschikking te erkennen.
We moeten vasthouden aan de tweestatenoplossing, ook al wil Israël dat niet, omdat er geen alternatief is. Maar onze regeringsleiders hameren continu op het recht van Israël om te bestaan en negeren daarbij het recht van Palestina om te worden opgericht. En daarenboven criminaliseren ze in toenemende mate mensenrechtenverdedigers, professoren of academici die kritiek hebben op Israël — niet in België maar bijvoorbeeld wel in Duitsland. In het Verenigd Koninkrijk worden mensen die een vreedzame actie gedaan hebben tegen het Italiaans defensieconcern Leonardo, strafrechtelijk vervolgd. Israël heeft het recht om te bestaan, maar het heeft niet het recht om te bestaan als een neokoloniale apartheidsstaat die de Palestijnen wegwist. Ik betwijfel dus heel sterk dat Israël zou meegaan in de droom van een binationale staat.
Bovendien worden vandaag in Gaza de kiemen gelegd voor haat die ik er voordien nooit ontwaard heb. Officiële cijfers hebben het over 50.000 tot 60.000 doden in het conflict, maar we kunnen ervan uitgaan dat dit cijfer een schromelijke onderschatting is en dat er nog vele doden onder het puin liggen. Hoe zouden twee groepen nu moeten samenleven waarvan de ene de andere groep totaal ontmenselijkt en vindt dat een genocide perfect te legitimeren is?
Ik denk dus niet dat een binationale staat een optie is en dat er sancties moeten komen om Israël te verplichten om de tweestatenoplossing te aanvaarden. Ik denk niet dat dit onmogelijk is, maar het is wel onmogelijk in de huidige constellatie, waarin de straffeloosheid van Israël is ingebed in het Europese denken.
Europa heeft in het verleden veel geld geïnvesteerd in de Palestijnse gebieden. Vandaag lijkt elke band met Gaza in rook opgegaan. Wat had Europa beter kunnen doen?
BH: Europa heeft ervoor gekozen om zich aan de zijlijn te laten plaatsen. De premisse van het vredesproces was dat de EU de payer zou zijn (voor ontwikkelingshulp, en later de humanitaire hulp, want die ontwikkelingshulp is vanaf de tweede Intifada in 2000 aan flarden geschoten; dan is men massaal overgegaan tot humanitaire hulp) en de VS de player. Heel wat factoren hebben ertoe bijgedragen dat Europa zich in die rol heeft laten duwen, zoals het schuldgevoel over de shoah en het gebrek aan consensus onder Europese lidstaten. Maar de consensus dat er een Palestijnse staat moest worden opgericht, was er wel midden de jaren ’90.
Europa heeft in de jaren ’80 al het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen erkend, maar het heeft er niet naar gehandeld. Er is een enorme spreidstand tussen wat de Europese diplomatie heeft vastgesteld, namelijk het feit dat een Palestijnse staat een noodzaak is en een recht — het stond immers al op de agenda in 1948 bij het VN-verdeelplan — en waar het naar heeft gehandeld: het plan is nooit gerealiseerd.
Iran had zich bereid verklaard tot diplomatieke onderhandelingen maar Israël heeft die opgeblazen. De vraag is dus inderdaad: is dit geen door Israël gecreëerde dreiging?
De VS hebben er altijd op gehamerd tijdens de Oslo-akkoorden dat het internationaal humanitair recht niet primordiaal moest zijn bij de implementatie daarvan, omdat dit de compromisbereidheid van Israël zou verminderen. Er is altijd van uitgegaan dat de Palestijnen compromissen zouden doen, en Europa is daarin meegegaan. De terreur die er nadien is gegroeid, is een mooi excuus geweest voor Europa om ook de lijn van dat doorgedreven militaristisch denken te volgen. Waarmee ik niet wil zeggen dat de terreur die Israël heeft getroffen, niet verschrikkelijk is. Elke Israëli heeft daarmee te maken gehad en wordt er in zekere mate nog door bedreigd.
Wat had Europa beter kunnen doen? Toen het een associatieakkoord met Israël heeft afgesloten in 1995 heeft het Israël toegelaten om dat akkoord toe te passen volgens zijn eigen wetgeving, namelijk met inbegrip van de nederzettingen. Europa had die nederzettingenpolitiek kunnen tegengaan. Europa had bij alle akkoorden aan Israël kunnen zeggen: dit zijn de grenzen die wij erkennen, de grenzen van 1949 en jullie gaan daar over. Europa had ook niet altijd zo timide moeten zijn en Israël met zoveel ontzag moeten behandelen. Het had gewoon moeten zeggen: dit zijn de regels, en de regels gelden voor iedereen. Het heeft die uitzonderingspositie van Israël bekrachtigd omdat het geloofde dat dit de diplomatie ten goede zou komen. En nu zitten we met een Europa waarin de extreemrechtse en fascistische partijen aan kracht hebben gewonnen en is het al helemaal niet meer mogelijk om dat recht te zetten.
Wat konden de Arabische landen meer doen, behalve de aanvallen van de Houthi-rebellen?
BH: De Arabische landen hadden zeker veel meer kunnen doen.
Het optreden van de Houthi-rebellen is totaal contraproductief en is ook een schending van het internationaal recht op vele vlakken. Het heeft Israël alleen maar meer legitimiteit gegeven om zich te verdedigen tegen die zogenaamde ‘ring van vuur’ rondom Israël. De Arabische landen zijn ook geen monolithisch blok. Als we kijken naar Jordanië en Egypte, twee landen die heel wat hulp krijgen van de VS: zij hebben gekozen voor medeplichtigheid. Jordanië iets minder dan Egypte, maar al Sisi, de president van Egypte, vervolgt Palestijnen. Vóór mei 2024, voordat Rafah was gebombardeerd, konden Palestijnen Gaza verlaten door tussen de 700 en 1.000 euro te betalen aan een agentschap dat daarmee enorme woekerwinsten maakte op het leed van mensen. Egypte heeft actief de blokkade van de Gazastrook ondersteund en is daaraan medeplichtig. En omdat al Sisi de Moslimbroeders zo haat, heeft hij Hamas ook willen treffen. (Hamas komt voort uit een organisatie genaamd Al-Mujama' al-Islami, een Palestijnse afsplitsing van de Egyptische Moslimbroederschap; nvdr.)
Afbeelding door Hosny Salah, fotograaf in Gaza (publicatie 12 december 2024)
Uiteraard zijn er op dit moment heel veel Palestijnen in Egypte, in de illegaliteit. Maar omdat Egypte het VN-Vluchtelingenverdrag niet ondertekend heeft, hebben zij geen statuut en dat is zeer problematisch. Jordanië heeft medewerking verleend aan het beschieten van of uit de lucht halen van Iraanse raketten. Jordanië heeft de kant gekozen van de internationale alliantie tegen Iran, wat op zich ook problematisch is. En als we naar de Golfstaten kijken, Saoedi-Arabië bijvoorbeeld, toonde wel openheid voor de Abraham-akkoorden. Die akkoorden zijn een farce, een aanfluiting van alles wat een Palestijnse staat zou moeten waarborgen. Ze hebben de bezetting aan Israël cadeau gedaan, want Israël kan gewoon doorgaan met bezetten. Saoedi-Arabië stond op het punt om die akkoorden te tekenen toen Hamas zijn aanval pleegde. Het land is meer geïnteresseerd in een tripartite-akkoord tussen Israël, de VS en Saoedi-Arabië om zijn defensieapparaat te versterken. Saoedi-Arabië heeft absoluut zijn diplomatieke gewicht niet gebruikt. Ook andere landen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Marokko, hadden de Abraham-akkoorden al getekend. Het enige wat die dictatoriale regimes doen, is retorische steun aan de Palestijnse zaak belijden maar als puntje bij paaltje komt, zullen ze beslist niet zorgen voor een koerswijziging. Dat is een constante geweest in de geschiedenis van het Palestijnse volk. De Palestijnen hebben heel weinig vrienden. Het Palestijnse leiderschap heeft ook verkeerde keuzes gemaakt toen Irak Koeweit bezette in 1990. Yasser Arafat erkende die illegale bezetting en heeft daar zwaar voor moeten boeten. De Palestijnen staan helemaal alleen. Als bondgenoten hebben ze vooral ons, mensenrechtenverdedigers, academici en enkele landen voornamelijk in het Zuiden, zoals Zuid-Afrika.
Wat kunnen wij voor hen betekenen?
BH: We mogen niet naïef zijn, maar we moeten wel hoop blijven koesteren. We moeten ook weten dat we met méér zijn dan hen; mensenrechtenorganisaties, vredesorganisaties, het middenveld, en ook de academische wereld, in verschillende geledingen blijven we hameren op het respect voor het internationaal recht en het belang van solidariteit. De massale betogingen hebben getoond dat Palestina heel wat mensen beroert. Mensen komen op straat niet alleen om het Palestijnse volk te verdedigen. [CITAAT]Het gaat niet om de volkeren maar om de verontwaardiging over de schendingen. Maar mensen zijn ook verontwaardigd over de leugenachtigheid van onze regeringsleiders[EINDE CITAAT] en het moedwillig meegaan in Israëls vernietigingsproject. We zijn ontzettend moedeloos. Ik ben vaak verstomd, triest, wat zou ik kunnen bijdragen? Maar we moeten beseffen dat we meer kunnen doen dan we denken. Er zijn ook Israëlische mensenrechtenactivisten die zich blijven inzetten en ons nodig hebben. Hetzelfde geldt voor Palestijnse mensenrechtenactivisten die in Gaza onder de meest onwaarschijnlijke omstandigheden en tijdens de huidige genocide hun werk blijven voortzetten. Zij kunnen het zich niet permitteren om de vraag te stellen: ‘ben ik wel in de mood voor activisme?’ Voor hen is het een noodzaak en zij kunnen niet zonder onze steun. Het is erg belangrijk dat we ondanks alles blijven doorgaan, ook al heeft het ogenschijnlijk niet echt zin.
Beïnvloeden wij met onze acties beslissingen die er vandaag genomen worden?
BH: Ik denk het wel. Het feit dat premier De Wever eerst heeft gezegd: ‘Netanyahu zal in België niet worden vervolgd’ en vervolgens voor die uitspraak door zoveel mensen op de vingers is getikt, dat is invloed. N-VA zou volledig de kaart van Israël hebben getrokken. En we zijn met velen geweest die gezegd hebben: dit kan niet. We moeten ook duidelijker durven zijn. Ik ben niet gewend om mensen bij naam te noemen. Ik hou van droge analyses en van literatuur, maar soms moeten we gewoon durven zeggen: deze partij en deze regeringsleiders en die politicus hebben dat gedaan. Wij als activisten moeten soms ook duidelijker durven zijn. Omdat het nu een tijd is van duidelijkheid.