2018 nr. 1

Dat theater mensen laat openbloeien, zal iedereen met een hart voor de bühne wel beamen. In de Antwerpse theaterwerkplaats NEST gaan ze nog een stap verder: zij maken anderstalige jongeren met theater wegwijs in de Nederlandse taal. “Dankzij theater ben ik expressiever geworden.”

Theaterwerkplaats 'Nest'

Energiek en expressief smeren een stel late pubers boterhammen in het gezellige kunstencentrum Rataplan. Ik probeer tussen de mengelmoes van talen een paar woorden op te pikken. De mayonaise is op, roept iemand verontwaardigd.

Geamuseerd kijk ik toe. Dit zijn jongeren die duidelijk zin hebben om zo dadelijk de repetitievloer op te gaan. Hun begeleidster Soraya Rademaker komt voor mij zitten. Nederlands accent, vlotte babbel en sprankelend enthousiasme in haar ogen. Zij is één van de bezielsters van theaterwerkplaats NEST. Sinds een drietal jaar laat ze anderstalige jongeren  proeven van theater in TheaterLAB, een zoektocht met vallen en opstaan.

Die jongeren zitten immers met vragen. De Nederlandse taal is nog geen handvat om zich uit te drukken. De Belgische cultuur nog iets waar ze moeten aan wennen. Ze zijn allemaal zoekende naar een plek en staan te popelen om die te vinden. Om nieuwe contacten te leggen. Dat krijg ik ook te horen van de twee jonge dames Wissal Khaiet en Najat Amekran. Beiden zijn ze sinds deze zomer in België. Wissal heeft Marrokkaanse roots en woonde in Italië. Najat komt uit Marokko. In een mix van Engels, Arabisch, Frans en Nederlands praten we verder. Het werkt wonderwel.

WAAROM VOLGEN JULLIE HET THEATERLAB BIJ NEST?

Najat: “In Marokko zijn niet veel mogelijkheden om theater te spelen. Mensen doen het niet graag of  het is ver van huis en duur. Nu moet ik maar vijf minuten wandelen! Toen ik hoorde dat het mogelijk was om theater te spelen, wou ik onmiddellijk starten. Ik wil ook graag Nederlands praten en contacten leggen met anderen. De eerste maanden in België zat ik thuis naar tv te staren, dus ik ben blij dat ik hieraan kan deelnemen. Het is een kans om iets anders te leren kennen. Ik had wel gehoopt om andere Belgische jongens en meisjes te leren kennen in deze groep. Helaas."

Soraya: “De groep wisselt elk jaar. Toen we begonnen, hadden we weinig anderstaligen. Vorig jaar hadden we een perfecte mix. Die balans is helemaal omgeslagen. Het zou beter zijn mochten we een meer gemengde groep hebben."

WAT HEB JE AL GELEERD IN THEATERLAB?

Wissal: “Dankzij theater ben ik veel expressiever geworden. Ik ontdekte een vrijheid die ik nog niet kende. Ik leg veel contact met andere jongeren. We praten veel met elkaar. Vroeger was ik verlegen, nu niet meer. Vroeger was ik meer bezorgd om wat iemand over me dacht."

Theaterwerkplaats 'Nest'

HOE GAAN JULLIE OM MET DE VERSCHILLENDE TALEN OP DE REPETITIEVLOER?

Wissal: “In het begin was het moeilijk. Ik begreep helemaal niets, maar de anderen helpen mij. Tijdens repetities volgde ik wat de anderen deden. Iedereen vertaalt ook voor elkaar. De ene kan een mondje Frans, de andere Engels en Arabisch. Dus als je iets aan iemand wil vragen, speelt altijd wel iemand tolk. Met je handen en je ogen kan je trouwens ook al veel zeggen! Ik ben nu negen maanden in België en heb al veel Nederlands bijgeleerd. Toch heb ik weinig geduld, het mag allemaal sneller gaan. In het begin durfde ik niet naar de winkel omdat ik de taal niet sprak. Dat is nu beter."

Najat: “Dankzij de theatertekst leer ik sneller Nederlands spreken. Wanneer ik de tekst vanbuiten leer, ontdek ik woorden die ik nog niet gehoord heb."

Soraya: “Ook wij verstaan bij het opstarten van het traject heel weinig. In het begin werken we in één groep. Elke opdracht vertalen we en leggen we zo goed mogelijk uit. Dat is zeer tijdrovend.

We werken rond universele thema's, zoals liefde, die iedereen begrijpt en waar ze een voeling mee hebben. Daarnaast heb je thema's waar ze als leeftijdsgenoten mee worstelen zoals stomme examens, de ouders, de onzekerheid en ga zo maar door. Dat is heel herkenbaar voor hen.

Emoties zijn natuurlijk ook zeer helder om te begrijpen, uit te voeren of te volgen. Het mooie aan theater is dat alles zeer snel open en bloot op tafel ligt. Theater wordt een gemene deler die de omgang vergemakkelijkt. Dan maakt het niet uit welke taal iemand spreekt.

We merken wel verschillen in humor. Dat is soms zoeken, we praten er dan over en komen er wel uit. Vroeger bewaakte ik ook heel streng dat de groep stil moest zijn. Dat doe ik niet meer. Ik probeer mee te gaan in hun omgangstaal. Ik communiceer vaak niet meer door te praten, maar door plots serieus te kijken of ze te laten lachen. Ik eis ook niet het onderste uit de kan. Mijn eisen zijn veel minder dan bij de intensievere NEST-opleiding. Hier gaat veel energie naar communicatie, plezier en zelfvertrouwen. Met hen leef ik op de repetitievloer meer in het hier en nu. Ik kijk heel hard naar wat ze spontaan goed doen. Het blijft natuurlijk altijd een uitdaging om hen het belang van theater te laten inzien. Ik hoop ze dat duidelijk te maken door mijn concentratie en focus, dat we hier met iets levensbelangrijk bezig zijn. Nu ja, zo belangrijk is het nu ook weer niet. (lacht)"

Theaterwerkplaats 'Nest'

WISSAM EN NAJAT, ZIJN ER NOG ANDERE MANIEREN WAAROP JULLIE NEDERLANDS OEFENEN?

Wissam: “Ik werk ook in een boetiek en de bazin praat enkel Nederlands met mij. Van haar en onze klanten leer ik ook. Verder kijk ik ook naar The Thundermans. Een cartoon op tv die Engels gesproken is en Nederlands ondertiteld."

Soraya: “Die ken ik niet! Moet ik eens opzoeken."

Najat: “Van mijn ouders mag er énkel Nederlandstalige radio en tv opstaan. Ze zijn echt streng op dat vlak!"

Theaterwerkplaats 'Nest'

JULLIE SPRAKEN AL OVER EEN THEATERTEKST. MET WELKE TEKST WERKEN JULLIE?

Najat: “Nu werken we rond de theatertekst van 'Ifigeneia Koningskind' in een vertaling van Pauline Mol. Agamemnon moet Ifigeneia op bevel van de goden offeren, wil hij met zijn schepen naar Troje varen. Voor ons gaat dat over het thema familie en de moeilijke keuzes die je voor hen moet maken. We maakten zelf een scène waarin ik de dochter speel en Wissam de moeder. Zij moest me uithuwelijken. In Marokko wordt namelijk 5% van de meisjes op 10- à 11-jarige leeftijd uitgehuwelijkt. Het was makkelijk om zo'n scène te spelen. Ik heb zulke situaties van dichtbij gezien. Die verscheurdheid zie je ook in het stuk. Zowel Agamemnon als zijn vrouw Klytaimnestra zijn in tweestrijd met zichzelf. Moeten ze de raad van de goden opvolgen of niet?"

ZIJN JULLIE AL IN TWEESTRIJD GEWEEST MET FAMILIE?

Wissam: “Toen ik twaalf jaar was, had ik mijn nagels gelakt. Mijn tante is een extreme moslima en had dat opgemerkt. Zij zei dat ik een slecht meisje was en dwong me de lak te verwijderen. Met tegenzin heb ik dat gedaan. Ik wist niet wat ik verkeerd gedaan had. Het strafste was dat haar dochter het wel mocht."

Soraya: “Als het goed is, gaan de dames nu de repetitievloer op? De groep is al stevig aan het werk.”

Wissam en Najat veren van de tafel op en gaan verder spijkeren aan hun eigen Iphigeneia. Naast Soraya Rademaker blijft nog Tine De Pourcq aan tafel over. Zij werkt voor Rataplan en voor Mestizo Arts Platform. Een organisatie die zich richt op de nieuwe stedelijkheid en vertaling van deze rijke mix naar het podium. Onder meer het hiphopcollectief Nomobs zette hier zijn eerste theaterstapjes met 'Wachten op Gorro'. Saïd Boumazoughe van Nomobs speelt nu in de film 'Patser' van Adil El Arbi en Billal Fallah en 'Drarrie in de Nacht' van KVS.

SORAYA, HOELANG WERK JE VANUIT NEST AL MET ANDERSTALIGE JONGEREN?

Soraya: “Dit project doe ik al drie jaar in Rataplan. Ik maakte hier de voorstelling ‘Geen doorgang’ met jongeren van diverse achtergronden. Toen kreeg ik de smaak te pakken en voelde ik het belang om meer diversiteit in het theater te brengen. Naast Rataplan werken we ook in andere cultuurhuizen in Antwerpen om jongeren in een theaterbad onder te dompelen. Een goede omkadering is hard nodig.

In HETPALEIS maakte ik 'Helden' zonder ondersteuning in de omkadering. In Rataplan werken we samen met een cultuurnet- en jeugdwerker. Zij slaan een brug tussen ons, ouders en de jongeren. Naar de ouders gaan, iedereen via Facebook contacteren en op de hoogte houden: die hulp heb ik broodnodig. Een verzekerd succes is geen garantie voor de toekomst. Elk jaar werken we met andere nieuwkomers bij Rataplan. We nodigen vertegenwoordigers uit van academies en culturele centra uit zodat ze met hun aanbod kennis maken, het volgende jaar moeten ze hun vleugels spreiden."

GELOVEN JULLIE DAT DIE KRUISBESTUIVING MET ANDERE TALEN EEN NIEUWE THEATERVORM CREËERT?

Tine: “Jazeker, onder meer SINCOLLECTIEF is daarmee gestart met 'Rumble in da jungle'. Een voorstelling over Mohammed Ali. Een mix tussen spoken word, dialoog, heel visueel en muzikaal theater.  Ze mengen verschillende talen door elkaar. Er zit veel tekst in, maar je zit in een beleving."

Soraya: “Je komt in een hele intense ervaring. Je zet meer beweging in om een emotie te bereiken. Er wordt veel bewuster taal, muziek en beeld gebruikt om de boodschap over te brengen. Er wordt veel dieper over nagedacht. Dat soort voorstellingen komen bij onze jongeren veel meer binnen dan talige voorstellingen."

Tine: “De inhoud is niet altijd makkelijk te verteren, zeker voor jongeren. Maar zij halen er veel uit en krijgen nieuwe rolmodellen te zien. Bij MAF gaat het ook vaak over taal, over gebruik en verstaanbaarheid. Er is een groeiend aandeel van mensen met een meertalige achtergrond.

Jongeren vinden geen herkenning in  wat op de klassieke podia gebeurt. KVS geeft wel een podium aan deze nieuwe vorm. Dat is een herkenning van die dynamiek, die een andere soort communicatie en theatercode teweegbrengt. Programmatoren hebben het daar nog moeilijk mee. Toch is het belangrijk om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken. We moeten ons eigen kader durven openbreken. Als iemand zichzelf durft te tonen, dan heb je toch ook mee wie dat is? We moeten met z’n allen een andere manier van communiceren toelaten, overboord gooien wat Nederlands en tekst is."

Soraya: "Taal is ook zo overroepen. Zo 2010." (lacht smakelijk)

Theaterwerkplaats 'Nest'