Lente 2021

Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de novelle Drift. In november stelde ze Deze wereld is geen ergernis waard aan het publiek voor, een biografie van de vijftig-jaar-geleden overleden schrijver Roger Van de Velde. Hoezo, een biografie? Haar tweede boek was immers al bijna klaar op het moment dat Van Pelt Drift aan het publiek voorstelde. En toch liep het spaak. Het verhaal over twee jeugdvriendinnen, de één psycholoog en de ander psychiatrisch patiënt, zat te dicht op haar huid. “Ik kan dit wel uitgeven,” zei haar uitgever, “Maar ik weet niet of ik dat wel wil. Er zit een beter boek in. Alleen denk ik niet dat jij dat nu kan schrijven.” Dat kon toen inderdaad niet: Van Pelts jeugdvriendin had enkele maanden tevoren zelfmoord gepleegd.

“Leg het even opzij”, zo fluisterde hij haar in. Een nevenproject zou de schrijflust misschien weer aanwakkeren? Een zijpad werd al snel een kanjer van een hoofdweg. Wie de biografie leest, begrijpt al snel waarom. Roger Van de Veldes verslaving aan de pijnstiller Palfium deed hem midden jaren zestig achter de tralies belanden als geïnterneerde. Hoe hij vanachter zijn celdeur tot schrijven kwam, zijn verhalen naar buiten smokkelde en al schrijvende zijn eigen geestelijke leven redde: het is een verhaal dat je niet makkelijk weglegt.

Ellen Van Pelt zit op een trap en leest 'Recht op antwoord' van Roger Van de Velde.

Toen het boek voltooid was, zei zoon Max Van de Velde: “Je hebt me mijn vader beter leren kennen.” 

Van een roman naar een biografie: dat lijkt een grote sprong. Hoe kwam je erbij om Roger Van de Veldes biografie te gaan schrijven?
Schrijver Erik Vlaminck had me op een keer een exemplaar van De knetterende schedels gegeven en dat was meteen het begin van een echte Van de Velde-obsessie. Ik vond die verhalen zo knap en ik vroeg me af hoe het kwam dat ik nog nooit van die man gehoord had. Ik ben dan in tweedehandswinkeltjes op zoek gegaan naar zijn boeken en liep meer dan eens naar het Schoonselhof om zijn graf te bezoeken. Toen vroeg Erik me: “Zou je met die obsessie niet iets constructiefs doen? In 2020 is Van de Velde vijftig jaar dood, dat is een mooi moment.” Zo is het begonnen.

Het is ook verraderlijk omdat je als schrijver gaandeweg merkt hoe groot je hang naar fictie wel is. Net dat mag niet in een biografie.

Ellen Van Pelt

TELEFOONANGST

Een biografie schrijven lijkt me geen makkelijke klus.
Ik had er geen idee van hoeveel werk dat met zich meebracht en ik weet niet of ik het zou gedaan hebben als dat wel zo was geweest. Het is ook verraderlijk omdat je als schrijver gaandeweg merkt hoe groot je hang naar fictie wel is. Net dat mag niet in een biografie. Veel vragen over het leven van Roger van de Velde blijven onopgelost. Ik heb en cours de route heel wat stukken geschreven die gebaseerd waren op wat ik vermoedde, maar niet zeker wist. Die stukken konden weliswaar niet mee in het boek, maar ze hebben me wel geholpen. Ze gaven me niet enkel extra schrijfplezier, ze hielpen me ook om me beter te kunnen inleven. Ik heb mezelf ook echt moeten overwinnen. Ik ben bijvoorbeeld iemand die altijd telefoonangst heeft gehad, maar voor die biografie val je eigenlijk heel de tijd mensen lastig met de vraag om vrijblijvend tijd voor je te maken. Gelukkig waren de meesten heel bereidwillig. Dat toonde voor mij aan dat veel mensen ook echt door hem geraakt waren. Helemaal in het begin ben ik een week naar Kreta getrokken om Max, de oudste zoon van Roger Van de Velde, te bezoeken. Hij groeide op met een vader die het grootste deel van de tijd opgesloten zat. Dat bezoek heeft ook voor hem heel veel in gang gezet. Hij is de verhalen van zijn vader gaan herlezen en tijdens het hele proces van de biografie hielden we nauw contact. “Je hebt me mijn vader beter leren kennen”, zei hij toen het boek voltooid was. Dat was een heel belangrijk moment voor mij. 

Hoe wist je welke toon je wilde treffen in je biografie?
Ik wist heel goed wat ik niet wou: een kurkdroge, geannoteerde biografie.
Ik wilde iets dat leesbaar was. Niet zo evident om daar je eigen stem in te vinden. Op een bepaald moment begon ik zelfs een beetje te schrijven zoals Van de Velde! In een van de versies van het boek zaten bijvoorbeeld een aantal brieven van mij aan hem gericht. Die brieven hebben me geholpen bij het schrijven, ook al zijn ze uiteindelijk niet in het boek beland. Ik wilde niet dat het over mij zou gaan, het moest over hem gaan.

Roger Van de Velde en Rosa op hun terras op het Antwerpse Kiel.

Roger Van de Velde en 'zijn' Rosa op hun terras op het Antwerpse Kiel. 

SCHRAPPEN

Hoe verliep het schrijfproces?
Ik ben heel lang onderzoek blijven doen en schoof het schrijven steeds verder voor me uit. Totdat de deadline in zicht kwam. Ik dacht: ik kan schrijven, ik heb al m’n materiaal, ik moet niet over de structuur nadenken want ik heb de chronologie van dat leven, dus dat zal wel loslopen. Heb ik me daar in mispakt! Mijn eerste versie was onleesbaar. Omdat ze zo saai was. Ik ontdekte dat ik er toch echt meer als een roman naar moest kijken. Ik ben dan op zoek gegaan naar lijnen, thema's en een goede vertelstijl. 


Je bent nu een echte Van de Veldekenner. Welk schrijfadvies heb je van hem geleerd?
Als ik iets van hem geleerd heb, dan is het te schrappen. Hij was heel streng voor zichzelf. Er zijn een aantal manuscripten van hem bewaard, waarbij je hem bijna letterlijk ziet schrappen.
Dat is enorm leerrijk. Bij je eigen teksten zie je dat misschien niet altijd meteen, maar bij een ander valt dat enorm op: hoeveel kracht dat kan geven aan een tekst. Hij schrapte bijvoorbeeld consequent de aanloop en de staart van zijn verhalen. Dat maakt een tekst effectief tien keer sterker. Daar let ik nu systematisch op. Als lezer hou ik meer van bloemrijke schrijvers zoals Ilja
Leonard Pfeijffer, Erwin Mortier of Jeroen Brouwers. Zelf schrijf ik absoluut niet zo. Vanbinnen ben ik meer het Van de Veldetype. Zijn taal is niet meteen spaarzaam, maar wel enorm helder. Ook de manier waarop hij schrijft over het kleine en het eenvoudige inspireert me erg. De Slaapkamer vind ik zijn mooiste boek. Dat gaat echt over het gewone, herkenbare leven. De humor waarmee hij die kleine levensverhalen schildert, vind ik erg mooi. Hij maakt zware dingen licht.

Van de Velde vond in Willem Elsschot een mentor. Heb jij er zelf één en hoe belangrijk is een mentor voor een schrijver?
Je hebt iemand nodig die met een andere blik naar je werk kijkt. Erik Vlaminck is voor mij een mentor. Maar ik kan me voorstellen dat een goede redacteur ook een mentor kan zijn.
Ik heb wel eens aan vrienden gevraagd om mee te lezen, maar dat werkt niet. Die zijn veel te lief (lacht). En ze missen ook die technische kijk op het schrijversvak. Een tweede paar ogen
is enorm waardevol: iemand die ziet waarin je nog kan groeien, of je soms ewoon durft te vragen wat je nu eigenlijk wil vertellen. Dat kan je niet allemaal uit jezelf halen.

De humor waarmee hij die kleine levensverhalen schildert, vind ik erg mooi. Hij maakt zware dingen licht.

Ellen Van Pelt

ELKE DAG SCHRIJVEN

Je tweede boek maakt je tot een schrijver, beweert men wel eens. Voelt dat voor jou ook zo?
Ik denk het wel. Ik weet nu heel zeker dat het iets is wat ik móét doen. Tussen de laatste drukproef en het moment waarop het boek uiteindelijk in de winkel lag, zaten verscheidene weken. Ik had toen nog niet de mentale ruimte om aan iets nieuws te beginnen en tegelijkertijd liep ik tegen de muren op. Zonder overdrijven, ik was in die weken een verschrikkelijk mens om mee samen
te leven. “Schrijf dan gewoon iets, het maakt niet uit wat”, riep mijn man op een bepaald moment uit (lacht).

Welke plaats krijgt het schrijven in jouw dagelijkse leven?
Vóór half tien ben ik niet veel waard. Dan ga ik lopen of beantwoord ik mails. Vanaf half tien probeer ik twee à drie uur aan één stuk door te schrijven. Als ik geen werk te doen heb in de namiddag, kan ik tot aan de schoolbel doorschrijven. Anders doe ik in de namiddag mijn
freelanceredactiewerk. Soms schrijf ik ’s avonds ook nog als de kinderen in bed liggen. Ik probeer regelmatig een week op schrijfresidentie te gaan. Op een gewone dag trekken mijn kinderen 
me telkens weer uit mijn concentratie. Tijdens zo een schrijfweek laad ik een stapel diepvriesmaaltijden in en maak ik extra lange dagen.

Ellen Van Pelt

"Schrijver Erik Vlaminck had me op een keer een exemplaar van De knetterende schedels gegeven en dat was meteen het begin van een echte Van de Velde-obsessie."

Hoe ben je tot dat ritme gekomen? Gingen daar moeilijke keuzes me gepaard?
Dat was een proces met vallen en opstaan. Op een bepaald moment heb ik mijn vaste job als psycholoog opgezegd en werkte ik enkel nog privé als therapeut. Dat gaf me op zich meer schrijftijd, maar mentaal voelde ik die ruimte helemaal niet. Omdat ik voor het werk met mijn patiënten uit precies hetzelfde vaatje moest tappen als het vaatje dat ik nodig heb om te kunnen schrijven. Vervolgens ben ik zelfstandige geworden en heb copywritingopdrachten aangenomen. Freelancer worden was voor mij een hele sprong. Zeker omdat mijn man ook zelfstandige is. Wij gingen vroeger
vaak op restaurant en reisden veel, dat is allemaal weggevallen. Maar ik ben er wel gelukkiger door geworden.

En wat gebeurt er nu met dat verhaal over die twee vriendinnen? Krijgen we dat nog te lezen? 
Ik weet het niet. Toen de biografie af was, heb ik het manuscript volledig afgedrukt om het te kunnen herlezen. Tot dusver is dat nog niet gebeurd. In plaats daarvan ben ik gaan graven in
de geschiedenis van meubelmakerij Van Pelt – mijn volgende boek wordt dus wellicht een verhaal over mijn eigen familiegeschiedenis. Dat ik ondertussen erg handig ben geworden in archieven omspitten, is mooi meegenomen (lacht).