Afgelopen zomer volgde Leonie Maes de workshop en voorstelling Hugs & Handshakes van There There Company. Dit is haar relaas: op haar dampkap staat een houten acrobaatje, een aandenken aan een circusworkshop. Het popje mist zijn partner, die zit ergens anders, in een andere tas. Net als tijdens de voorstelling Hugs & Handshakes: pas wanneer vreemden elkaar vasthouden, ontstaat er iets groters dan onszelf.

© Toon Van Gramberen
Sinds vorige week staat er een klein, houten acrobaatje op mijn dampkap. Het houdt twee gespierde armen in de lucht, klaar om een collega-acrobaat de lucht in te tillen. Die collega bevindt zich ergens in een tas, of in het huis van een van mijn medekandidaten tijdens de workshop van There There Company, die op 14 september plaatsvond tijdens festival Plein de Cirque in Turnhout. De workshop ging vooraf aan de voorstelling Hugs & Handshakes van hetzelfde gezelschap. Wij, de kandidaten, zouden later plaatsnemen in het publiek en met voorkennis deelnemen aan de voorstelling – in de gedaante van ‘gewone’, nietsvermoedende toeschouwers.
Na afloop van de workshop kreeg ieder van ons zo’n popje mee. Als aandenken. Ik vind het een mooie gedachte dat ik een onderdeel van een acrobatische figuur bij me draag. Een detail uit een groter beeld. Een puzzelstukje.
Met Hugs & Handshakes willen Hanna Mampuys en Toon Van Gramberen de acrobatiek van haar ivoren toren halen en toegankelijk(er) maken voor het grote publiek. Via handdrukken en omhelzingen wordt het publiek uitgenodigd om deel te nemen aan een groepschoreografie, een die schijnbaar ‘vanzelf’ ontstaat.
Onder begeleiding van de opkomende zon rijdt een lijnbus op zondagochtend door een reeks Vlaamse dorpen, stuk voor stuk gecopypaste en naast elkaar op de kaart geplakt. Zo lijkt het. In die bus zit ik. Ik kijk naar de mensen die aanschuiven bij de bakker, naar de koeien en de paarden, de groene weilanden, naar de man die met één hand een kinderwagen voortduwt en met de andere zijn smartphone tegen zijn oor houdt. Ik voel me ietwat verloren en heb geen zin om met mensen te praten. Ik zeg tegen mezelf: vandaag is zeventig procent goed genoeg. Wees maar lief voor jezelf.
De Houten Zaal van de Warande is een lichte ruimte met een balletvloer. Het grote raam neemt de volledige wand in beslag en kijkt uit op het indrukwekkende kasteel van de hertogen van Brabant, waar vandaag het gerechtshof is gehuisvest.
Buiten wordt er een circusfestival opgezet.
Er wordt met houten banken gesjouwd en gekleurde parasols worden opengeklapt. Bij een kleine, gele koffietruck vormt zich langzaam een eerste rij mensen.
Ik vind nieuwe groepen spannend. Dat is altijd zo geweest. Toch stelt de workshop me gaandeweg steeds meer op mijn gemak. Ik merk dat ik via de lichamelijke oefeningen minder ga nadenken over mezelf, over hoe ik overkom bij deze mensen, maar dat ik – samen met hen – al hangende, leunende, steunende tot een nieuwe taal kom. Een taal die me opneemt in deze groep. Een taal die me toestaat om te landen in deze ervaring.
De workshop vangt aan met een oefening volgens de Viewpoints-methode. Dat is een manier om het lichaam op een bewuste manier in de ruimte te laten bewegen. De vloer is een denkbeeldig grid. Wij wandelen in hoeken en lijnen. Het mooie aan Viewpoints is dat de groep op een zachte manier de omgeving registreert en zich voor niets of niemand afsluit – je doet het alleen en toch doe je het samen, omdat je elkaar ook opmerkt, elkaar écht ontmoet. Samen kom je in een soort aquarium terecht waarin iedereen éven aanwezig is – non-hiërarchisch.
Ik ken deze techniek nog van tijdens mijn opleiding Woordkunst, en toch ben ik opnieuw verbaasd over het effect ervan. Het is een prachtige manier om de dynamiek in een groep te egaliseren, om opgenomen te worden in een geheel. Vanuit die gedeelde ervaring wordt de workshop verder opgebouwd. De artiesten van There There Company reiken om beurten een nieuwe manier aan om iemand uit de groep te ontmoeten. Oogcontact wordt knikken, wordt zwaaien, wordt spreken. We leren hoe we elkaar kunnen dragen, hoe we met ons volle gewicht op iemand kunnen steunen.
Twee uur geleden kende ik Willem nog niet en nu klim ik via zijn heup en zijn schouders naar boven. Hij vormt de ‘base’ en ik ben degene die vliegt, de ‘flyer’. Onze toren trilt, maar dat is niet erg. Ook leren we hoe we een menselijke trap kunnen vormen. Iemand klautert van onderrug naar onderrug en eindigt vervolgens op een paar schouders. De groep verzamelt zich razendsnel achter de flyer, die zich laat vallen en in een vlechtwerk van handen neerkomt.
Buiten wordt er een circusfestival opgezet.

© Toon Van Gramberen
Een acrobatische figuur is in zekere zin een bouwwerk. De performers stellen zich op als draagbalken en -muren. De dragende delen van de constructie verdelen het gewicht.
Bij het schrijven van deze tekst moet ik voortdurend denken aan torens. Aan de woorden ‘constructie’ en ‘deconstructie’. Aan olleke bolleke rubi solleke. Deze vuist op deze vuist. Aan de opbouw van dingen. De afbraak ervan.
Aan eenzaamheid, ook.
Aan ontmoeting.
Aan de som der delen.
De toeschouwers zitten in een cirkel rond het speelveld. Dan staat een man op uit het publiek. Hij geeft de persoon naast hem een hand. Welkom.
Hij ziet eruit als iedereen hier: gewone kleding, geen kostuum, geen aanwijzing dat hij een performer is. Niets verraadt dat dit Willem is, een van de artiesten. Daarna geeft hij nog iemand een hand, en zo beweegt hij langzaam langs de hele cirkel.
Het blijft even onduidelijk of hij de voorstelling alleen zal dragen, of dat er nog anderen zullen volgen. Wanneer eerst Xanthe, en daarna ook Théo, Hanna en Helena zich bij hem voegen, blijft de vraag open hoeveel performers er nog zullen opstaan uit het publiek. Misschien ben jij de enige toeschouwer. Misschien neemt het hele publiek deel aan dit moment.
En al snel merk je dat dit geen vergezochte gedachte is; al snel wordt duidelijk dat ook jij de volgende kan zijn die plots in het midden van de arena staat.
Hugs & Handshakes laat veel ruimte voor het toeval. De ene helft van de voorstelling rust op een eenvoudige maar vaste structuur, terwijl de andere helft wordt gevormd door de spontane reacties van het publiek. Elke uitgestoken hand is een uitnodiging, zonder dwingend te zijn. De toeschouwer blijft volledig vrij; vrij om te antwoorden, vrij om te weigeren, vrij om simpelweg zichzelf te zijn. En wat er ook gebeurt, de performers verliezen hun zachtheid geen moment.

© Toon Van Gramberen
Ik behoor tot de mensen die het liefst de zaal uit vluchten zodra ze doorhebben dat een voorstelling interactief wordt. De onvoorspelbaarheid ervan benauwt me (om het zacht uit te drukken). Bij een voorstelling wil ik achterover leunen en me laten innemen door de afgewerkte beelden en de kunde van de artiesten. Ik wil me niet gespannen voelen. Bij Hugs & Handshakes was dat anders. Natuurlijk speelt mee dat ik die ochtend een workshop had gevolgd en dus min of meer kon vermoeden wat er zou komen, toch geloof ik dat de zorgvuldige opbouw van de voorstelling bijdraagt aan het vertrouwen van het publiek. Zelfs de performers gedragen zich eerst als toeschouwers – net zo onwetend over wat er zal gebeuren. Omdat ze vanuit die onwetendheid vertrekken, is het torentje van drie man hoog eens zo bijzonder – bijna lijkt het alsof ze zelf ter plaatse ontdekken dat ze hiertoe in staat zijn.
Het eindbeeld is ontroerend. Intussen heeft bijna de helft van het publiek zich in het midden verzameld. Ze vormen een gemeenschap, een groepje dorpelingen op het kerkplein. Er hangt iets teder-spannends in de lucht, een gedeelde concentratie en nieuwsgierigheid. En dan, hoog boven hen, gedragen door schouders en handen, vinden twee mensen elkaar.
(De omhelzing heeft iets weg van een kerktoren.)
Die avond neem ik de bus naar huis. Ik laat de houten acrobaat die ik van Hanna kreeg door mijn vingers gaan. Hij draagt een wit-blauw gestreepte T-shirt. Ik weet dat ik een tekst wil schrijven over verbinding, het belang daarvan, alleen weet ik nog niet hoe. Misschien dit: net als die toren van acrobaten steunen we op elkaar, dragen we elkaar, en bouwen we zo, stukje bij beetje, iets groters dan we ooit alleen zouden kunnen.
Auteur: Leonie Maes
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #85 (december 2025)