Wanneer je de geschiedenis van Abraham Hans leest, dan is het haast onbegrijpelijk dat zijn naam in de nevelen der tijd is opgegaan. Aan de hand van zijn pen overstijgt Abraham Hans moeiteloos de grenzen tussen Noord en Zuid. Hij wordt op zijn manier ook een (vergeten) symbool van religieuze verdraagzaamheid. Naast chroniqueur, journalist, leerkracht en schrijver van volksverhalen is hij vooral, na Conscience, de man die de Vlaamse jeugd in de eerste helft van de 20e eeuw leert lezen.
Covers van verhalen van Abraham Hans in de reeks Kinderbibliotheek
In het volledig katholieke Vlaanderen van de 19e eeuw ligt er in het Oost-Vlaamse dorpje Sint-Maria-Horebeke een merkwaardige religieuze enclave. Tot op de dag van vandaag leeft er een kleine protestantse gemeenschap op de Geuzenhoek (wijk Korsele). Het zijn nakomelingen van de bosgeuzen uit de 16e eeuw. Precies hier wordt op 12 februari 1882 Abraham Hans geboren. Als zevende kind van Bastiaan Hans en Boukje Edelenbosch, allebei uit Nederland afkomstig. Vader Hans is er onderwijzer in het plaatselijke schooltje. Dat wordt vrij snel gesloten, want veel steun van de katholieke overheid tijdens de schoolstrijd komt er natuurlijk niet. Ondanks een zwerftocht door Vlaanderen blijft Abraham Hans toch verknocht aan de Geuzenhoek, dat kleine stukje Vlaanderen dat zo anders is.
In zijn jeugd maakt hij met zijn familie of met de fiets veel uitstapjes in het Vlaamse land. Zijn reismicrobe brengt hem op die manier in contact met alle lagen van de bevolking en zorgt voor de vele zaadjes die in zijn latere leven aan de basis zouden liggen van zijn volumineuze werk. Hij haalt zijn onderwijzersdiploma in een kweekschool in Doetinchem, trouwt met de Zeeuwse boerendochter Adriana van der Meulen, maar heimwee naar Vlaanderen leidt tot zijn naturalisatie en zijn definitieve woonplaats in Kontich (provincie Antwerpen). Tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog is hij onderwijzer in een Antwerpse school. Ondertussen is hij begonnen met het schrijven van verhaaltjes. Zijn eerste grote verhaal, Kerstmis in Vlaanderen, lijkt wel een voorbode van zijn hele latere oeuvre: de verbondenheid met Vlaanderen en met het volk en zijn gebruiken.
Hij is een van de eerste toeristische journalisten
Al heel vroeg bedient hij zich van pseudoniemen, zoals Hans van Horenbeek of Jan van Contich. Dat heeft een dubbele bedoeling: als onderwijzer geen ruchtbaarheid geven aan zijn goede bijverdienste enerzijds en de aandacht van zijn protestantse achtergrond afleiden anderzijds. Vooral dat laatste benadrukt zijn moeilijke relatie met de katholieke overheid, die het steeds moeilijker krijgt met deze protestantse ‘snuiter’, die almaar meer succes oogst bij de Vlaamse bevolking en daardoor aan protestantse besmetting blootstaat.
Hij sluit zijn onderwijscarrière af en slaat de journalistieke weg in. De ontmoeting met Julius Hoste, stichter van de liberale en erg Vlaamsgezinde krant Het Laatste Nieuws, is hierin doorslaggevend. Het wordt een levenslange samenwerking, die bovendien beide mannen geen windeieren legt. Met zijn reportages en verhalen zorgt Hans voor een spectaculaire toename van de oplage van Het Laatste Nieuws. Voor de krant doorkruist hij het hele land. Hij leert daardoor het journalistieke metier kennen en als neveneffect meteen ook zijn leespubliek. Hij is een van de eerste toeristische journalisten en staat mee aan de wieg van de Vlaamse Toeristenbond met accurate verslaggeving, die de bevolking tot meer mobiliteit aanzet. Dat leven komt hem tenslotte ook uitstekend van pas als schrijver, want zijn omzwervingen zijn een onuitputtelijke bron van inspiratie. Op dat gebied is hij een ware baanbreker gebleken.
Toch blijft hij een soort schoolmeester, die vindt dat het volk meer en beter verdient. Op die manier wordt hij niet de leraar van een Antwerps klasje, maar van heel het Vlaamse land. Zelf schrijft hij:
Ons volk staat laag. Lager dan in andere landen. Het is vrij in naam, de meesters zijn hard. Veel scheidt hen van het volk. Ze spreken een andere taal *) en die van het volk beschouwen ze als gewesttaal.
*) Frans was toen de enige officiële taal in ons land [PC]
Hij zorgt voor volksverheffing, een woord dat nu enigszins belegen klinkt, maar tijdens de eerste helft van de vorige eeuw wel degelijk nodig is. Tegelijkertijd vecht hij voor de bevrijding van het Nederlands en voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Dat de franskiljonse bourgeoisie in hem een opruier ziet, maakt hem bij de gewone bevolking alleen maar populairder.
Terwijl hij in zijn beginperiode nog eerder aarzelend schrijft, neemt de productie van verhalen voor de Eerste Wereldoorlog een duizelingwekkend tempo aan. Veel schrijven staat vaak synoniem voor slecht schrijven. Bij Hans ligt dat enigszins anders. Het gaat tenslotte ‘maar’ om verhaaltjes. En dan veruit het grootste gedeelte voor kinderen. Dat is een stuk vluchtiger dan wat bijvoorbeeld tijdgenoten Stijn Streuvels (o.a. Leven en dood in de ast) of Cyriel Buysse (Het gezin Van Paemel) schrijven. Deze literaire reuzen schrijven ook over de behoeften van het Vlaamse volk, maar bij Hans zijn de onderliggende boodschap en de missioneringsdrang voldoende garantie voor de blijvende waarde van zijn oeuvre. Er is in ieder geval wederzijds respect.
Op die manier wordt hij niet de leraar van een Antwerps klasje, maar van heel het Vlaamse land
Een ijkpunt in zijn leven is absoluut de Eerste Wereldoorlog. Je zou denken dat zijn strijd voor de Nederlandse taal hem dichter bij de ideeën van de Duitse bezetter zou brengen, maar niets is minder waar. Hij praat hen niet naar de mond en beschrijft voluit welke wreedheden de Duitsers o.a. in Leuven aanrichten. Naast de kerk en de overheid haalt hij zich zo een derde vijand op de hals. Op het nippertje weet Abraham Hans met zijn gezin naar het neutrale Nederland te vluchten.
Vanuit Sluis en Vlissingen zet hij zijn journalistieke werkzaamheden voort bij De Telegraaf en bericht over de toestanden aan het front. Hij trekt vaak incognito de grenzen over om zich de visu van de toestand in het bezette Vlaanderen te vergewissen. Tegelijkertijd trekt hij zich het lot van de vluchtelingen aan, geeft hun Engelse les en zorgt zelfs voor een dienst die zich het lot van de krijgsgevangen in Duitsland aantrekt. Zijn diepmenselijkheid lees je af uit een paar zinnen die hij net na de bevrijding schrijft:
Ik had enige brieven mee van soldaten voor hun familie. Ondanks het late uur wilde ik er nog bestellen voor het slapen gaan. Eerst moest ik bij een eenzame oude man zijn, die alleen in een huis op de kade woonde. Vier jaar lang had hij geen nieuws van zijn zoon gehad. En nu kwam ik met een brief … De vader wilde de brief lezen; maar tranen befloersten zijn ogen en druppelden op het papier. Het nieuws leek te schoon om het te kunnen geloven …
Terug in Kontich neemt hij zijn beroep van vaste journalist voor Het Laatste Nieuws en als schrijver weer op. Tegelijkertijd is hij op vele fronten actief. Zo ook bij amnestiebetogingen en de IJzerbedevaart, ook al moeten we hieraan toevoegen dat elke vorm van extreem nationalisme hem totaal vreemd is. Hij is geschokt door de wreedheden van de Duitsers, maar evenzeer door de naoorlogse repressie. Dat blijkt uit de vele lezingen die hij overal te lande als begenadigd spreker-verteller geeft. Hij ijvert voor rechtsherstel.
Op het nippertje weet Abraham Hans met zijn gezin naar het neutrale Nederland te vluchten
Zijn schrijfproductie neemt na het einde van de oorlog exponentieel toe. Dat resulteert bijvoorbeeld in zeventig feuilletons, die in de krant verschijnen en daarna nog eens in een boek worden gebundeld. Exponentieel neemt ook de afgunst van het katholieke establishment toe. Een protestantse schrijver die de harten van het katholieke Vlaanderen verovert, lijkt hun een wolf in schaapsvacht. De tegenwerking van de katholieke kerk heeft enerzijds mee voor zijn enorme populariteit gezorgd (de verboden vrucht, die bovendien erg lekker smaakte), maar hem anderzijds ook voortdurend gehinderd in zijn carrière, omdat hij telkens weer tegen die (voor)oordelen moet opboksen. Zo worden zijn boeken in recensies categorisch afgewezen als hij onder eigen naam schrijft, maar als hij onder pseudoniem schrijft, is het oordeel milder.
Toch leveren zijn werk en zijn mercantiele geest hem veel op, waardoor hij in Knokke een buitenverblijf kan kopen. Een plaats waar hij vaak zou vertoeven, ook vanwege zijn zwakke gezondheid. In 1934 wordt Hans uitbundig gevierd, in aanwezigheid van de groten van die tijd: Maurits Sabbe, Ernest Claes, August Vermeylen … We halen er de woorden van Herman Teirlinck – die hem overigens de vernieuwer van Conscience noemt – uit: "De arbeid van Abraham Hans is geboren uit de ellende van zijn volk. Zijn werk is een daad. Geen daad van jammer en vertwijfeling, maar van dienstvaardige overgave, onverdelgbare levensmoed en liefde."
Het volk bewondert hem omdat hij de mensen in zijn hart draagt en voortdurend oog heeft voor het onrecht en de armoede
We zijn dan op het hoogtepunt van zijn carrière, want deze viering was het begin van een afscheid. Hij verliest zijn goede vriend Johan De Maegt, maar de ergste klap moet dan nog komen. Zijn jongste en geliefde dochter Marie sterft in het kraambed, samen met haar doodgeboren tweeling. Abraham Hans trekt zich steeds meer terug uit het openbare leven en sterft in zijn villa in Knokke op 6 juli 1939. Na een protestantse eredienst wordt hij op het kerkhof van Kontich begraven.
Vanaf dan is Abraham stilletjes aan en steeds meer in de vergetelheid geraakt. De redenen hiervoor zijn niet ver te zoeken. Zijn protestantse achtergrond, zijn journalistieke werk voor een liberale krant, maar ook het feit dat hij altijd heeft gekozen voor zeer laagdrempelige volksverhalen, die hij zonder enige pretentie schrijft. Grote literaire werken heeft de man niet nagelaten. Het volk bewondert hem omdat hij de mensen in zijn hart draagt en voortdurend oog heeft voor het onrecht en de armoede. Hij helpt het volk mee ontwikkelen en leert het kennismaken met zijn omgeving. Als een ongeëvenaarde volksverteller, die zijn publiek vanaf het eerste woord weet te boeien. Maar net daarom stijgt hij ook nooit uit boven die volkse verteltrant en wordt hij door de academische wereld algauw verzwegen en vergeten en uit de Nederlandstalige culturele erfenis en de literaire canon geschrapt.
Borstbeeld van Abraham Hans (1882-1939) bij het Protestants Museum de Geuzenhoek, Korsele, Horebeke
Toch kunnen we niet voorbijgaan aan wat zijn grootste verdienste is: de kinderbibliotheek. Hoe komt iemand op het idee om een kinderbibliotheek te starten? Wel, bij Abraham Hans is dat het gevolg van de diepe overtuiging om de jeugd te laten lezen en ze te leren lezen. Hoezo, leren lezen? Dat heeft Conscience toch al klaargespeeld? Het antwoord hierop is iets genuanceerder. Ook Conscience vertelt volksverhalen, maar hij giet ze in de literaire vorm van die tijd. Wat leidt tot romantische romans, zoals De leeuw van Vlaanderen. Maar die boeken zijn wel voor volwassenen bestemd en je kan hierbij de vraag stellen of hij hen leert lezen dan wel of hij hen laat lezen. Niet dat we hier de verdiensten van Hendrik Conscience willen minimaliseren, want ook hij wil opvoeden en leren. Maar bij hem spelen ook Vlaams-nationalistische gevoelens mee.
In een razend tempo schrijft Abraham Hans honderden verhalen voor zijn kinderbibliotheek. Er wordt beweerd dat hij genoeg heeft aan een dikke sigaar om weer een spannend verhaal op papier te zetten. Zijn verhalen worden in de volksmond Hanskes genoemd. Vaak moeten jonge lezers zelfs bruin inpakpapier om het boekje wikkelen om niet te verraden dat ze een werk van de protestantse Hans lezen. De boekjes zijn razend populair en Vlaamse kinderen leren lezen. Dat is precies wat Hans voor ogen heeft. Met verve is hij daarin geslaagd. Een bewijs van zijn succes is het tegenoffensief van de katholieke abdij van Averbode, die in 1930 begon met de Vlaamsche Filmkens. Het succes van deze reeks toont mutatis mutandis de kracht van Abraham Hans als volksschrijver en als de man die de Vlaamse kinderen echt heeft leren lezen. Alleen al daarom is hij geen voetnoot, maar verdient hij een ereplaats in de canon van de Vlaamse literatuur.
Paul Catteeuw doceerde Duits vertalen en Interculturele communicatie aan de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. Hij is eindredacteur van het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Volkskunde en is voorzitter van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich.
Dit artikel werd gepubliceerd in Neerlandia 2024/4.