2026/6

© Illias Teirlinck.


Muntpunt is meer dan een bibliotheek. Als publieke ontmoetingsplek in het hart van Brussel ziet de organisatie dagelijks hoe jongeren de bibliotheek gebruiken: om te studeren, te gamen, af te spreken met vrienden of gewoon even te ‘zijn’. Tegelijkertijd richt Muntpunt zich met haar aanbod vandaag vooral op volwassenen, kinderen en oudere tieners. Die ervaring roept vragen op. Waar kunnen jonge tieners terecht wanneer ze niet thuis of op school zijn? Welke plekken bestaan er waar ze welkom zijn zonder te moeten consumeren of deelnemen aan een activiteit?

Vanuit die maatschappelijke rol organiseerde Muntpunt het Derde Plek Lab: Jongeren in Brussel. Dankzij de steun van Stad Brussel werkte Muntpunt hiervoor samen met Odisee Hogeschool. Het doel: onderzoeken hoe Brussel meer toegankelijke derde plekken kan creëren voor jongeren tussen 10 en 14 jaar.

Onderzoekers Harm Deleu en Kaat Van Acker (Odisee Hogeschool) voerden het onderzoek uit, samen met studenten Sociaal Werk voor Volwassenen. Via een studentenopdracht, gesprekken met organisaties en een rondetafelgesprek met presentaties van onder andere Atelier TKT en Jeugdonderzoeksplatform JOP brachten ze in kaart waar jongeren vandaag samenkomen, welke plekken ze missen en wat nodig is om zich ergens welkom te voelen. De resultaten werden gebundeld in het rapport Derde plekken voor jonge tieners in semi-publieke ruimtes: praktische aanbevelingen en vormden de basis voor het Derde Plek Lab-programma op donderdag 26 februari in Muntpunt waar we dieper ingingen op het thema.

Het tienerweefsel van de stad

Het programma startte met een keynote van Sabine Miedema (Kind & Samenleving), die het zogenaamde tienerweefsel toelichtte: een netwerk van plekken waar jongeren zich tussen thuis, school en de publieke ruimte bewegen. Brusselse tieners verzamelen zich vaak op centrale locaties zoals de Beurs, het De Brouckèreplein en shoppingcentrum City2. Deze ‘knooppunten’ zijn goed bereikbaar en bieden beschutting of zelfs wifi. Maar tegelijkertijd rijst de vraag of ze er werkelijk welkom zijn. Zijn deze plekken veilig genoeg? Vrij van consumptiedruk? Kunnen jongeren er gewoon ‘zijn’?

Volgens Miedema heeft Brussel vooral nood aan een netwerk van toegankelijke ontmoetingsplekken verspreid over de stad. Ze pleitervoor om te investeren in plaatsen waar jongeren vandaag al samenkomen, om ruimte te bieden voor avontuur en zeggenschap over de plek en aandacht te hebben voor comfort, veiligheid en toegankelijkheid.

Korenbeek: een echt 'teenage paradise'

Vanuit de praktijk vertelde Bie Vancraeynest (Toestand vzw) over Korenbeek, een voormalige kleuterschool die omgevormd werd tot een open ontmoetingsplek, ook voor jongeren.

Volgens haar zit het succes niet enkel in het activiteitenaanbod, maar vooral in de vrijheid die jongeren er ervaren. Ze mogen aansluiten wanneer ze willen, vrienden ontmoeten, rondhangen of gewoon aanwezig zijn. Een plek waar niets moet en veel kan.

Vancraeynest deelde enkele lessen uit de praktijk:

  • Tieners vinden alles stom, dus kun je eigenlijk alles met hen doen.
  • Ze komen niet per se voor een activiteit, maar om samen te zijn. Om samen nieuwe dingen te ontdekken.
  • Tieners zijn moeilijk te bereiken, maar zoeken actief plekken om te hangen waardoor ze vanzelf komen.
  • Meisjes willen met meisjes hangen, en jongens met jongens, maar er is ook nood aan gemengde groepen en ontmoeting.
  • Tieners hebben regels nodig, maar vinden regels ook stom. Spreek de basics af en bouw aan een positieve sfeer.
  • Tieners willen bij leeftijdsgenoten zijn, maar zoeken ook contact met volwassenen. Zorg daarbij voor diversiteit in de aanwezige profielen onder de volwassenen (begeleiders, vrijwilligers, partners).

© Miette.

Eén jaar de spot: wat zijn de lessons learned?

Ook Muntpunt deelde de ervaringen met De Spot, de jongerenruimte die in maart 2025 ontstond nadat het Muntpunt Café sloot. In plaats van opnieuw een horecazaak te openen, koos Muntpunt ervoor de ruimte een jaar lang uit te testen als een ontmoetingsplek voor en door jongeren.

Overdag konden jongeren er zonder verplichtingen binnenlopen om te gamen, een spel te spelen of gewoon samen te zijn. Twee dagen per week waren er coaches aanwezig die, wanneer jongeren daar zelf voor openstonden, een gesprek aangingen over school, werk of toekomst. ‘s Avonds stelde Muntpunt de locatie ter beschikking van jongerenorganisaties, die er zelfstandig activiteiten organiseerden. Zo groeide De Spot uit tot een gedeelde plek, gedragen door verschillende partners uit het Brusselse jeugdwerk zoals Afonds, Entree, Formaat, JES, Tracé, Jac, Ttropico en Growfunding.

Volgens jeugdcoördinator Dyna Zeitouni bevestigde De Spot vooral hoe groot de behoefte aan zulke plekken is. Veel jongeren trekken vandaag naar fastfoodzaken zoals Quick, omdat er weinig alternatieven zijn. Tegelijkertijd maakte het experiment duidelijk dat een derde plek meer vraagt dan een beschikbare ruimte. Een duidelijke visie, sterke partnerschappen, begeleiding en structurele middelen zijn noodzakelijk om zo’n werking duurzaam uit te bouwen. Hoewel De Spot positief geëvalueerd werd, sloot de werking begin 2026 door een gebrek aan structurele financiering.

Rapport Odisee Hogeschool

Harm Deleu sloot de avond af met enkele aanvullende aanbevelingen uit het onderzoeksrapport. Zo pleitte hij ervoor om bewust na te denken over wie men wil bereiken en om die jongeren van bij de start te betrekken bij de ontwikkeling van een ontmoetingsplek. Alleen zo sluit een plek echt aan bij hun leefwereld en behoeften.

Daarnaast benadrukte hij dat een derde plek niet alleen laagdrempelig moet zijn, maar ook praktisch aantrekkelijk. Comfort is daarbij geen detail: voldoende zitplaatsen, gratis wifi, schone toiletten en eventueel snacks bepalen mee of jongeren ergens graag verblijven.

Tot slot wees Deleu erop dat vrijheid voor jongeren niet betekent dat er geen begeleiding nodig is. Tieners waarderen plekken waar ze vrij kunnen binnen- en buitenlopen zonder verplicht programma, maar om zulke ruimtes goed te laten functioneren zijn aanwezige begeleiders essentieel. Professioneel jeugdwerk speelt daarbij een cruciale rol: jeugdwerkers bieden ondersteuning, bewaken grenzen en creëren continuïteit. Wie duurzame ontmoetingsplekken voor jonge tieners wil uitbouwen, zal daarom niet alleen moeten investeren in infrastructuur, maar ook in sterk en professioneel jeugdwerk.

Samen bouwen aan meer ruimte voor jongeren

Met het Derde Plek Lab wilde Muntpunt niet alleen onderzoeksresultaten delen, maar ook het gesprek op gang brengen over de toekomst van jonge tieners in Brussel. Het programma bood concrete handvatten voor organisaties, beleidsmakers en professionals die werk willen maken van een sterker aanbod voor jonge tieners.

Dat gesprek is nodig. Brussel telt meer dan 77.000 jongeren tussen 10 en 14 jaar, terwijl het aantal laagdrempelige ontmoetingsplekken voor deze leeftijdsgroep beperkt blijft.

De centrale boodschap van het programma was dan ook duidelijk: jonge tieners hebben nood aan plekken waar ze niet hoeven te presteren of consumeren. De oplossing bestaat er niet in één ontmoetingsplek in het leven te roepen, maar in een sterk netwerk van derde plekken verspreid over de stad te creëren, waar jonge tieners zich welkom voelen en gewoon kunnen ‘zijn’.

Lees het volledige rapport Derde plekken voor jonge tieners in semi-publieke ruimtes: praktische aanbevelingen.

Wil je meer lezen over hoe je als bibliothecaris kunt reageren op politieke druk, controversiële boeken en het project Met de bib naar buiten?