2022 nr. 2

INSPIRATIE OP DE STRAATHOEK, MET THOMAS VERSTRAETEN

Een parade van 1.000 Antwerpenaren op Linkeroever, een pop-up nachtwinkel in de Bourlaschouwburg, een re-enactment van straatartiesten in een theaterzaal… De stad loopt als een rode draad door alle projecten van Thomas Verstraeten. In ‘Familiestraat’, een van zijn laatste projecten, bouwde hij zijn eigen straat na uit karton. “Misschien heeft die banaalheid, de gewoonheid die je rondom je ziet, een even grote vertelkracht als Shakespeare.”

Thomas Verstraeten

Wanneer voelde je dat theater je roeping was?

“Toen ik in de middelbare school zat, ben ik schooltoneel beginnen spelen. Dat was voor mij ongelooflijk bijzonder op vele manieren. De begeleiding kon mij enorm enthousiasmeren en motiveren. Vanaf dat moment wist ik dat ik iets met theater wilde doen.”

“Later kwam ik in de toneelklas van Dora Van der Groen terecht. Na twee jaar moest ik mijn jaar opnieuw doen en ben ik uiteindelijk gestopt. Daarna ging ik beeldende kunsten studeren. Acteren was dus lang mijn passie, maar dan is dat helemaal verschoven. De wereld van de beeldende kunsten was heel bijzonder om in terecht te komen. Zo laveer ik sinds mijn vijfentwintigste tussen deze twee werelden.”

'Familiestraat'

Aan welke kant van de scène sta je nu het liefst?

“Het is sowieso fijn om op de planken te staan. Bij FC Bergman speel ik ook nog af en toe zelf, maar het is niet langer mijn doel om daarin te excelleren. Het gaat meer om het meemaken. Ik leg mezelf die druk niet meer op om heel goed te zijn. In ‘Familiestraat’ figureerde ik mee, omdat dit project over mijn eigen straat ging. Het is op die manier fijn om op scène te staan zonder de druk om te excelleren.”

‘Familiestraat’ is een voorstelling over je straat, met de bewoners. Waar komt de inspiratie hiervoor vandaan?

“Het is begonnen vanuit de liefde voor mijn straat, de plek waar ik nu ongeveer zes jaar woon. Die straat is gelegen in Antwerpen Noord, de Seefhoek. Een wijk die men gemakzuchtig als een ‘probleemwijk’ aanduidt. Ik vind dat echter allesbehalve het geval. Ik zie hier enorme kansen, enorme mogelijkheden en enorme poëzie.”

Wat maakt je straat dan zo bijzonder?

“Verschillende werelden leven hier naast en door elkaar. Hier wonen mensen die er al hun hele leven wonen, maar ook jonge gezinnen die gevlucht zijn uit de binnenstad door de torenhoge huizenprijzen. Er is een kerk en een moskee, er is een yogastudio en een psychotherapiepraktijk, een groothandel voor Chinese restaurants en een videoverwerkingsbedrijf, een prachtig zwembad op de kop van de straat en het Damiaanhuis voor mensen aan de rand van de samenleving die nergens anders terechtkunnen. De hele wereld komt hier samen op een relatief harmonieuze manier. Dat vind ik heel bijzonder.”

“Dus ik vroeg mij af: is dit hier niet het leven? Is wat je hier ziet of meemaakt niet van even groot belang als de dingen die de voorpagina's van onze kranten sieren? Misschien heeft die banaalheid, die gewoonheid, die je rondom je ziet, een even grote vertelkracht als Shakespeare.”

Hoe zet je die inspiratie om in de praktijk?

“Het was mijn ambitie om een jaarverslag te maken door een heel jaar lang het leven in mijn straat te observeren en neer te schrijven. Vervolgens wilde ik zoeken naar de poëtische verbanden tussen macroschaal en microschaal. In hoeverre hebben wereldse gebeurtenissen invloed op wat er zich in mijn straat afspeelt, en omgekeerd? Bestaat het butterfly-effect echt? Als ik mijn bloempot uit het raam laat vallen, ontploft Beiroet dan?”

“Ik was eerst van plan een jaaroverzicht van 2019 te maken, maar toen gebeurde er in maart 2020 iets wat mijn these van wisselwerking bevestigde. Een pandemie legde in een mum van tijd mijn hele straat lam. Ik heb dus mijn hele project omgegooid en maakte een jaaroverzicht van 2020.”

“Op zoek naar deelnemers voor ‘Familiestraat’ bezocht ik alle 80 huisnummers, om met de mensen te praten en hen te vragen om mee te doen. Als iemand niet thuis was, dan kwam ik een andere keer terug. Zelden waren mensen argwanend of negatief. Het is waardevol om langer dan enkele minuten te praten met iemand die je voordien nog niet kende.”

“Vervolgens hebben we de straat nagebouwd in een hangar, met het publiek op de kop van de straat. Het resultaat was een 6 uur durende performance met 250 buurtbewoners waarbij we alle theatrale middelen hebben ingezet, zoals vuurwerk, alle mogelijke lichten, dag en nacht, zomer en winter, regen en wind…”

Was dat de reden om de voorstelling binnen, in een hangar, op te voeren en niet in de straat zelf?

“Ik wou er heel nadrukkelijk theater van maken. Vandaar ook de volledig nagebouwde straat uit karton, een decor van 80 meter. Als je het in de straat zelf zou spelen, blijft dat toch nog het gewone leven. Door er theater van te maken, creëer je een beschouwende afstand, zet je jezelf een stukje buiten de realiteit en kan je alle evidenties op een andere manier in vraag stellen. Dat lukt niet gewoon op straat. Ik vond het belangrijk dat je voelde dat de figuranten ‘het toneel van de werkelijkheid van de dingen die gebeurd zijn’ aan het spelen waren. Als dat zo oprecht mogelijk gebeurt, dan levert dat enorm veel poëzie op, vind ik.”

Kwam de performance tot stand samen met de bewoners?

“Neen, de projecten beginnen en eindigen bij mij. De scenario’s zijn helemaal tot in het detail uitgeschreven. Ik weet perfect wat ik wil en wat er moet gebeuren, maar ik vind het ook fijn om op het moment zelf zaken bij te sturen.”

“Kunstenaar Pavel Altheimer heeft het over directed reality. Je tekent een aantal lijnen uit, maar de uitkomst moet je durven loslaten. Ik zeg altijd tegen mijn deelnemers dat ze gewoon van A naar B moeten wandelen en dat mogen ze op hun eigen manier doen. Ik regisseer dus eigenlijk nooit in dit soort projecten, ik regel eerder het verkeer. Wat gebeurt, gebeurt, en negen kansen op de tien gebeurt er iets heel bijzonders. Soms zit het er totaal naast, maar ook dat is ontroerend.”

Werk je het liefst samen met professionele acteurs of met de ‘gewone’ mensen uit de straat?

“Ik vind professionele acteurs hele lieve en leuke mensen, maar ik vind mensen die niet acteren heel mooi om naar te kijken. Ik vind dat er enorm veel echtheid en oprechtheid van hen uitgaat, iets wat professionele acteurs moeilijker kunnen bereiken. Bij acteren op een podium gaat het vaak over excelleren, over prijzen winnen en shinen, en dat is niet van toepassing op mijn werk. Het gaat over mensen die gewoon mensen zijn en dat vind ik ontroerend.”

“Ik repeteer daarom ook bewust heel weinig. ‘Familiestraat’ werd bijvoorbeeld in 3 dagen gerepeteerd. Een groot deel van de performance werd live geregisseerd door cue regisseurs in de coulissen.”

“Als het begin goed zit, dan kan je alles wat lossen, dan gaan de dingen wel vanzelf. Dit soort projecten moeten het hebben van het happening karakter. Als je komt kijken, zie je het stuk ontstaan voor je ogen en dat is de essentie van theater. Ik vind het ongelooflijk om op deze manier projecten te maken en alles te ontdekken samen met het publiek. Dat maakt het natuurlijk wel heel spannend, want het kan gigantisch misgaan, al probeer ik projecten te bedenken waarin het niet zoveel uitmaakt of iemand iets verkeerds doet.”

Heb je nog tips voor theatergroepen in de vrije tijd die aan de slag willen met het alledaagse?

“Ik geloof niet dat de inspiratie zal komen door een goddelijke inval op een zolderkamer of een muze die langskomt. Je moet die echt gaan opzoeken. Alles begint met gaan wandelen en rondkijken. Je moet naar buiten, met de mensen spreken, dingen lezen, dingen zien. Zelf kan ik op elk moment geïnspireerd raken. Het is leuk dat de plek waar ik woon uiteindelijk mijn voornaamste materiaal is. Vertrekken van de mensen, de straten, de wijken en plekken rondom jezelf. Je moet het niet te ver zoeken, soms ligt de inspiratie gewoon voor het rapen voor je deur. Alles kan uitmonden in een voorstelling. Er is een Japans gezegde: “Kijk niet in de spiegel, maar door het raam”. Ik denk dat dit belangrijk is voor elke kunstenaar.”

“In hoeverre hebben wereldse gebeurtenissen invloed op wat er in mijn straat gebeurt, en omgekeerd?”

“Op zoek naar deelnemers voor ‘Familiestraat’ bezocht ik alle 80 huisnummers, om met de mensen te praten en hen te vragen om mee te doen. Als iemand niet thuis was, dan kwam ik een andere keer terug. Zelden waren mensen argwanend of negatief. Het is waardevol om langer dan enkele minuten te praten met iemand die je voordien nog niet kende.”

“Vervolgens hebben we de straat nagebouwd in een hangar, met het publiek op de kop van de straat. Het resultaat was een 6 uur durende performance met 250 buurtbewoners waarbij we alle theatrale middelen hebben ingezet, zoals vuurwerk, alle mogelijke lichten, dag en nacht, zomer en winter, regen en wind…”

Was dat de reden om de voorstelling binnen, in een hangar, op te voeren en niet in de straat zelf?

“Ik wou er heel nadrukkelijk theater van maken. Vandaar ook de volledig nagebouwde straat uit karton, een decor van 80 meter. Als je het in de straat zelf zou spelen, blijft dat toch nog het gewone leven. Door er theater van te maken, creëer je een beschouwende afstand, zet je jezelf een stukje buiten de realiteit en kan je alle evidenties op een andere manier in vraag stellen. Dat lukt niet gewoon op straat. Ik vond het belangrijk dat je voelde dat de figuranten ‘het toneel van de werkelijkheid van de dingen die gebeurd zijn’ aan het spelen waren. Als dat zo oprecht mogelijk gebeurt, dan levert dat enorm veel poëzie op, vind ik.”

Kwam de performance tot stand samen met de bewoners?

“Neen, de projecten beginnen en eindigen bij mij. De scenario’s zijn helemaal tot in het detail uitgeschreven. Ik weet perfect wat ik wil en wat er moet gebeuren, maar ik vind het ook fijn om op het moment zelf zaken bij te sturen.”

“Kunstenaar Pavel Altheimer heeft het over directed reality. Je tekent een aantal lijnen uit, maar de uitkomst moet je durven loslaten. Ik zeg altijd tegen mijn deelnemers dat ze gewoon van A naar B moeten wandelen en dat mogen ze op hun eigen manier doen. Ik regisseer dus eigenlijk nooit in dit soort projecten, ik regel eerder het verkeer. Wat gebeurt, gebeurt, en negen kansen op de tien gebeurt er iets heel bijzonders. Soms zit het er totaal naast, maar ook dat is ontroerend.”

Werk je het liefst samen met professionele acteurs of met de ‘gewone’ mensen uit de straat?

“Ik vind professionele acteurs hele lieve en leuke mensen, maar ik vind mensen die niet acteren heel mooi om naar te kijken. Ik vind dat er enorm veel echtheid en oprechtheid van hen uitgaat, iets wat professionele acteurs moeilijker kunnen bereiken. Bij acteren op een podium gaat het vaak over excelleren, over prijzen winnen en shinen, en dat is niet van toepassing op mijn werk. Het gaat over mensen die gewoon mensen zijn en dat vind ik ontroerend.”

“Ik repeteer daarom ook bewust heel weinig. ‘Familiestraat’ werd bijvoorbeeld in 3 dagen gerepeteerd. Een groot deel van de performance werd live geregisseerd door cue regisseurs in de coulissen.”

“Als het begin goed zit, dan kan je alles wat lossen, dan gaan de dingen wel vanzelf. Dit soort projecten moeten het hebben van het happening karakter. Als je komt kijken, zie je het stuk ontstaan voor je ogen en dat is de essentie van theater. Ik vind het ongelooflijk om op deze manier projecten te maken en alles te ontdekken samen met het publiek. Dat maakt het natuurlijk wel heel spannend, want het kan gigantisch misgaan, al probeer ik projecten te bedenken waarin het niet zoveel uitmaakt of iemand iets verkeerds doet.”

“Ik regisseer niet,

ik regel het verkeer”

Heb je nog tips voor theatergroepen in de vrije tijd die aan de slag willen met het alledaagse?

“Ik geloof niet dat de inspiratie zal komen door een goddelijke inval op een zolderkamer of een muze die langskomt. Je moet die echt gaan opzoeken. Alles begint met gaan wandelen en rondkijken. Je moet naar buiten, met de mensen spreken, dingen lezen, dingen zien. Zelf kan ik op elk moment geïnspireerd raken. Het is leuk dat de plek waar ik woon uiteindelijk mijn voornaamste materiaal is. Vertrekken van de mensen, de straten, de wijken en plekken rondom jezelf. Je moet het niet te ver zoeken, soms ligt de inspiratie gewoon voor het rapen voor je deur. Alles kan uitmonden in een voorstelling. Er is een Japans gezegde: “Kijk niet in de spiegel, maar door het raam”. Ik denk dat dit belangrijk is voor elke kunstenaar.”

Nog tot 2 juli 2022 is er een tentoonstelling van Thomas Verstraeten bij de Fred & Ferry Gallery in Antwerpen. Er speelt een film van ongeveer 30 minuten, een samenvatting van ‘Familiestraat’.

'Familiestraat'